Jan en Diny Mulder blijven fan van houtkachels

Houtkachels staan vanwege fijnstof, rookoverlast en stank meer en meer ter discussie. Ten onrechte vindt Diny Mulder van Mulder Haarden & Kachels uit Nij Beets. “Wanneer je een houtkachel op de juiste manier gebruikt, blijft het een hele duurzame manier van verwarmen.”

Mulder Haarden & Kachels levert bij een nieuwe kachel altijd een temperatuurmeter voor het rookkanaal. En dat is niet zonder reden. Voor een goedwerkende houtkachel speelt de temperatuur in het rookafvoerkanaal namelijk een belangrijke rol. Diny Mulder: “Bij het opstoken van een houtkachel is het zaak dat de temperatuur zo snel mogelijk op minimaal 250 graden Celsius komt, het liefst binnen vijftien minuten. Dan weet je zeker dat je een goede verbranding hebt en dat de omgeving geen overlast ervaart.” De kleur van de rook zegt volgens Diny al veel. “Witte, of nog beter kleurloze rook is goed. Stinkende en zwarte rook wijzen op te koude rookgassen.” Geeft de temperatuurmeter minimaal 250 graden aan dan weet je als gebruiker ook zeker dat de temperatuur verder in het kanaal ook goed is. “Je merkt het ook aan een betere trek in de schoorsteen.”

Diny vertelt hoe ze zelf ’s ochtends het liefst de kachel opstookt. “De basis is natuurlijk altijd droog, schoon hout. Ik leg twee dikkere blokken op de bodem. Vervolgens gebruik ik veel aanmaakhoutjes en twee aanmaakblokjes. Dan krijg je het vuur snel op gang. Daarbovenop kan dan nog een dikker blok. Is de kachel op temperatuur, dan kun je gaan afregelen. Een kachel opstarten met alleen een aantal dikke blokken werkt dus niet. Dan gaat een kachel sudderen en krijg je geen volledige verbranding. Zijn de rookgassen kouder dan 110 graden, dan ontstaat er veel aanslag en in het ergste geval condensvorming. Daarom laat ik de kachel ’s avonds liever uitgaan dan dat de kachel de hele nacht smeult.” Het juist stoken met een houtkachel moet je volgens Diny leren. Het neemt ook tijd om de juiste werking van de kachel te leren.

Het opstoken van de kachel is één aandachtspunt. De afmetingen en uitvoering van de rookgasafvoer zijn echter net zo belangrijk. Rookgassen moeten niet te snel afkoelen. Diny: “Bij oude gemetselde stenen kanalen is dat regelmatig een probleem. Die schoorstenen zijn vaak te groot en de stenen absorberen veel warmte.“ Daar komt bij dat bij moderne houtkachels de rookgassen in de kachel een extra weg afleggen om het rendement van de kachel te verhogen. Dan neemt het risico op te lage rookgastemperaturen in de afvoer dus toe.

Een derde belangrijk aandachtspunt is de capaciteit van de houtkachel. Volgens Diny is een houtkachel van 5 kW voldoende voor de meest ruimten. Consumenten kiezen echter vaak een grotere kachel omdat het mooier staat en er meer hout op kan. “Dan hoeven ze niet zo vaak bij te vullen. Nadeel is echter dat de kachel vaak te warm wordt. Dan beginnen ze te knijpen en is de verbranding niet optimaal. Met alle gevolgen van dien voor de rookgasafvoer.” mulderhaarden.nl

Verder lezen