Sport

‘Elke bal is een puzzel’

Potlood Arend Waninge Map Gaswinning

Biljartclub Gorredijk heeft de zaken organisatorisch en financieel goed voor elkaar. En toch maken ze zich zorgen bij een van de grootste clubs van Friesland. “De jeugd kent de sport niet meer.”

Auke Veenstra weet het nog goed. “Ik was 19 jaar toen ik ging biljarten. Ik was net terug uit de dienstplicht en in de kroeg in Kortezwaag stond een biljarttafel. Ik vond het direct een prachtige sport om te doen. Elke bal is weer een puzzel. Je kunt alleen maar boos worden op jezelf als het misgaat. En dat moet je eigenlijk juist niet doen, want de volgende bal wacht al weer en die moet je wel maken.”

Tegenwoordig staat in bijna geen enkele kroeg of café-restaurant nog een biljarttafel. “Meestal halen ze die weg, want waar één biljart staat, kunnen drie tafeltjes voor eters staan”, weet Metro Voolstra, de voorzitter van biljartclub Gorredijk. “En dus kent de jeugd de sport niet meer.” En staat er een biljart, dan is het vaak een pool- of snookertafel. “Maar dat zijn heel andere vormen van biljarten natuurlijk.” Daarnaast is de sport ook nog maar zelden op televisie te zien. “Ook dat helpt niet.”

Jongeren
Jarenlang deed de club flinke moeite om jongeren enthousiast te krijgen voor een van de vier verschillende biljartvormen: libre, driebanden, kaderen of bandstoten. “Gingen we langs de Burgemeester Harmsma School of hielden we een open dag. Dan gaven we demonstraties en konden de mensen het zelf eens proberen. Nou, al die moeite heeft ons geloof ik één nieuw lid opgeleverd”, weet penningmeester Ime de Vries nog.

Het gebrek aan jonge leden – een dertiger telt binnen de club als jonkie – is overigens het enige waar de vereniging licht ontevreden over is. Voor de rest draait de in 1994 als BC Lindehof opgerichte club namelijk uitstekend. In het oude gebouw van drukkerij Bos & Co is in eigen beheer en zonder financiële injecties van buitenaf een prachtige speelzaal gemaakt. Met vier biljarttafels, genoeg zitruimte voor publiek en een gezellige bar. “Wij zijn hier eigen baas en dat is prettig”, zegt Voolstra.

Nu is het drie, soms vier avonden per week, tijdens de clubcompetities in verschillende disciplines,  een drukte van belang in clubhuis De Trochstjitter aan de Leitswei. Met 65 leden, waarvan 55 ook actief zijn in door de KNBB (Koninklijke Nederlandse Biljart Bond) georganiseerde wedstrijden, is Gorredijk een grote club in het Noorden.

Districtskampioenschap
Voor het districtkampioenschap driebanden tweede klasse, zoals dat afgelopen weekeinde werd gehouden, heeft Gorredijk een perfecte locatie. In twee dagen speelden de beste acht driebanders van Friesland een volledige competitie tegen elkaar. Keurig gehuld in nette broek, witte blouse en gilet. Al is de KNBB meegegaan met de tijd en is spelen in een polo tegenwoordig ook toegestaan.

Auke Veenstra ging voor eigen publiek lange tijd aan kop, maar uiteindelijk moest de 61-jarige Gorredijkster nipt zijn meerdere erkennen in Ben Snijder uit Dronrijp. Het brons was voor Gerrie Jonker, die net als Veenstra ook een thuiswedstrijd speelde. Veenstra: “Maar het ging boven verwachting. Ik ben meer dan tevreden met mijn zilveren plaats. Ik oefen eigenlijk nooit met driebanden, want ik ben meer een libre-speler. Dat zie je ook aan mijn speelstijl. En ik moet bij elke bal nadenken, niks gaat automatisch. Driebanden is veel moeilijker. Je moet er telkens voor oppassen dat de ballen niet in de klos (botsen, red.) komen.”

Bij libre is de speler vrij hoe hij een carambole maakt, bij driebanden moet de bal – de naam zegt het al – via drie verschillende banden (de randen van de tafel) gespeeld worden om een punt te maken. “Soms raak je een hele serie helemaal niks”, vertelt Veenstra. “Maar één of twee goede ballen kunnen ervoor zorgen dat je ineens weer in de partij zit en je je scores ineens wel maakt.”

Geen bieb
Het is overigens niet helemaal stil als de spelers in de weer zijn met hun keu. Op de radio klinkt zachtjes muziek, terwijl aan de bar rustig een praatje wordt gemaakt. “Dat moet allemaal kunnen”, vindt Voolstra. “Spelers kunnen daar ook wel tegen. Al heb je natuurlijk biljarters die, als het even minder gaat, alles irritant vinden.” Maar zolang het niet te gek wordt, hoeft het clubhuis geen bibliotheek te zijn.

“Biljarten is heel toegankelijk”, is De Vries nog maar eens enthousiast. “Iedereen kan op zijn eigen niveau spelen. En doordat elke speler een eigen moyenne heeft, ontstaan er regelmatig verrassingen. Hoe hoger je gemiddelde, hoe meer caramboles je moet maken om te winnen. Echt, voor iedereen is er een eigen uitdaging in deze sport.”