Thema Afscheid

150 jaar familiegeschiedenis in en rond de grafkelder

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Wat de adellijke families van Beetsterzwaag konden, kon Jan Alles van der Sluis ook. In 1860 besloot de vermogende vervener tot de bouw van een eigen grafkelder achter het kerkje van Hemrik. Alleen voor rechtstreekse afstammelingen, besliste de voorvaderlijke stichter.

“En zo gaat het tot op de dag van vandaag”, zegt huidig beheerder Piers van der Sluis. Met de grote sleutel die zo uit een sprookje lijkt te komen, opent hij de ijzeren toegangsdeur tot de grafkelder. De deur gaat nog maar zelden open, de kelder ligt allang vol. Binnen ruikt het enigszins vochtig, maar niet bedompt. Met dank aan de luchtroosters aan beide uiteinden van de tunnelachtige ruimte. Aan het gewelf hangt een vleermuisje in winterslaap. “Hier hebben dus veertig Van der Sluizen hun laatste rustplaats gekregen.” De eikenhouten doodskisten liggen in rijen opgestapeld: vijf onder, vier erboven op ijzeren balken. De kisten helemaal achteraan zijn ondanks de loden binnenvoering inmiddels behoorlijk vergaan, weet Piers. “Je kijkt hier tegen de tijd aan.”

Piers van der Sluis bij de gedenkplaat.

Gedenkplaat

Op de grafkelder staat een groep oude beuken, ooit aangeplant als sierhaag na de voltooiing van de bouw. Dat de 150 jaar oude bomen nog altijd wortelen op het dakgewelf, verbaast Piers telkens weer. “Ik maak me er ook wel zorgen om, na elke storm rijd ik toch even langs om te kijken of ze nog overeind staan.” Aan de voet van de beuken ligt de monumentale stenen gedenkplaat met de kunstig uitgehouwen stamboomvertakkingen, met als meest prominent de naam van voorvader Jan Alles. “Jan Alles was dan wel niet van adel, maar hij wilde niet onderdoen voor die lui uit Beetsterzwaag. Voordat hij in 1863 stierf, liet hij daarom de grafkelder bouwen. Na hem konden alleen nakomelingen tot de tweede graad een plek krijgen, zo verordonneerde hij. Dus kinderen, kleinkinderen en hun echtgenoten.”

Stichting

Nadat de ruimte in de grafkelder was benut, besloten de nazaten de omringende grond te gebruiken als familiebegraafplaats. Piers: “Om de zoveel jaar ging dan een familielid met de pet rond voor het onderhoud. En dat werkte zolang iedereen nog in de buurt woonde.” Maar zoals het familievermogen door vererving verwaterde, zo waaierde ook de familie uit. In 1920 besloot toenmalig beheerder Engbert Piers, destijds bewoner van het koetshuis, het voortbestaan voor eens en altijd zeker te stellen. “Hij richtte met drieduizend gulden aan obligaties de ‘Stichting Grafkelder en Begraafplaats der Familie Van der Sluis’ op. Dat moest volgens hem tot in de eeuwigheid afdoende zijn.” Maar toen Piers’ eigen vader als beheerder aantrad, bleek er van het stichtingskapitaal door inflatie nauwelijks nog iets over te zijn. Vader Pier Alles moest opnieuw bij de familie langs voor donaties.

Gegarandeerde inkomsten

“Dat verliep stroef. Mijn vader concludeerde daarop dat  de bekostiging  van het onderhoud  een structurele oplossing behoefde. Hij heeft toen het recreatieplan Sluskes Schar bedacht en uitgevoerd. De grond waarop de recreatiewoningen staan is verkocht aan de stichting, die het vervolgens in erfpacht aan de bewoners heeft uitgegeven. Daarvoor moest hij nog eenmaal bij de familie met de pet rond, maar zo waren de inkomstenbronnen voor de toekomst gegarandeerd. De erfpachtopbrengsten van Sluskes Schar zijn namelijk geïndexeerd.”

De eerste doelstelling in de statuten van de Stichting is het in stand houden van de begraafplaats en de grafkelder. Gaandeweg de jaren is er meer ruimte gekomen in de exploitatie om invulling te geven aan de tweede doelstelling uit de statuten, namelijk het bevorderen van de leefbaarheid van Hemrik en Opsterland.  Het driekoppige bestuur van de Stichting bekijkt jaarlijks welke activiteiten zij wil ondersteunen om deze doelstelling te realiseren.

Oude en nieuwe begraafplaats

Achter de oude begraafplaats, die zo langzamerhand bijna vol ligt, bevindt zich intussen de zogenaamde nieuwe begraafplaats. Twee neven van Piers liggen er al begraven. Wie hem in de toekomst moet opvolgen als beheerder? Misschien zijn zoon? Piers realiseert zich dat hij hem daarmee wel met een behoorlijke taak opzadelt. Het beheren van de begraafplaats kost toch al snel een dag in de week. “Aan de andere kant is het ook fantastische mooi om dit stukje familiehistorie in stand te mogen houden in Hemrik.”