Nieuws

400 jaar geschiedenis Doopsgezinden Gorredijk afgesloten

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Op het laatst waren er nog dertig kerkgangers, stuk voor stuk op leeftijd. Te weinig en te broos om de kerk nog langer in de benen te houden. En zo verdwijnt na vier eeuwen de doopsgezinde Vermaning uit Gorredijk. “Dat gaat zonder diepe pijn, het is ons eigen besluit, maar wel met grote weemoed. Ons verhaal reikt ver terug.” De kerk aan de Stationsweg is inmiddels verkocht.

Geen woorden maar daden, zou het lijflied van de doopsgezinden kunnen zijn. Doopsgezinden ‘doen’ hun geloof en hangen dat niet aan de grote klok. “Maar zo graven we wel ons eigen graf in tijden van ontkerkelijking”, verklaart secretaris Kees Timmerman het einde van de gemeente Gorredijk-Lippenhuizen. “Doopsgezinden vinden troost in de gemeenschappelijkheid die de kerk biedt. Maar daarnaast eisen we ook onze individuele geloofsvrijheid op. Dat rijmt in deze tijd moeilijk met elkaar. Wil je vandaag de dag een kerk behouden dan vereist dat een strakke aansturing met geloofszekerheden van bovenaf. Dat past helemaal niet bij ons, we zouden onze waarden weggooien. Dus dan maar het einde accepteren.”

Herinnering

De gemeente sluit zich aan bij die van Heerenveen, niet bij zustergemeente De Knipe waarmee de Opsterlanders de afgelopen zestig jaar de predikant deelden. Geen gemakkelijke keuze, erkent Timmerman. “De Knipe kent net als wij een rijke geschiedenis en hangt sterk aan de eigen identiteit, maar is ook klein van omvang. Wij denken het met de robuustere gemeente van Heerenveen langer vol te kunnen houden.” De ‘nieuwe Vermaning’ aan de Stationsweg uit 1940, achteraf verscholen in het groen, is inmiddels verkocht. Er is nog niet bekend wat de nieuwe eigenaar met het pand wil doen. Met de opbrengst zijn een aantal goede doelen gesteund, waaronder de hospices van Drachten en Heerenveen en ontwikkelingsprojecten in Nepal en Suriname. Ook ging een klein deel naar de bouw van een sober, maar fraai, uitgevoerde bakstenen bank aan de Langewal bij de Formanjestrjitte. Een monumentje met inscriptie dat herinnert aan de oude Vermaning op de plek. Vanaf het Vermaningbankje blikt Timmerman terug.

Volwassendoop

Gezagsdragers hebben altijd een weerzin tegen de doopsgezinden gehad. In de begintijd werden we door de katholieken vervolgd en na de Reformatie door de hervormden.” In die roerige periode halverwege de zestiende eeuw komen gelovigen in heel Europa in opstand tegen de corrupte hiërarchie van de rooms-katholieke kerk. Doopsgezinden gaan daar ver in. Zo zetten ze zich af tegen de kinderdoop die nergens in de Bijbel staat beschreven en kiezen ze voor de volwassenendoop. “Daar ligt de kiem voor de zelfstandige Bijbelinterpretatie”, aldus Timmerman. In Münster, waar veel ‘Dopersen’ uit Nederland heen vluchten, slaat het nieuwe geloof in de hogedrukpan van de verwarrende tijd echter door in fundamentalistische gekte. “Deze Wederdopers besloten om het voorspelde Eind der Tijden niet af te wachten, maar alvast het Aardse Paradijs te laten beginnen. Wie niet meedeed werd met geweld de stad uitgejaagd. Dus geen wonder dat de angst er bij de gezagdragers elders goed in zat.”

Joden van protestantisme

Maar de gezaghebbende macht heeft volgens Timmerman nog een reden om de doopsgezinden naar het leven te staan. In Friesland verwerpt Schriftgeleerde Menno Simons, tijdgenoot van Luther, de gruwelijkheden in Münster en predikt naast de volwassenendoop de geweldloosheid van Jezus. “Aan pacifisten heb je niks als je de macht in handen wil houden, daar win je de oorlog niet mee. Dus moet je ze bestrijden.” Het doopsgezinde ‘mennisme’ vindt niettemin wijd gehoor in Friesland. Verspreid over het landsdeel ontstaan tal van kleine geloofsgemeenschappen, ook in Kortezwaag en Lippenhuizen. Timmerman: “Doopsgezind slaat aan bij het Friese karakter van individualiteit. Friezen zijn van oudsher allergisch voor al te veel staatsbemoeienis.” Als de Reformatie met de hervormden als bovenliggende partij in rustiger vaarwater komt, worden de doopsgezinde schuilkerken geleidelijk aan gedoogd. Maar van overheidsfuncties of lidmaatschap van de gilden worden ze uitgesloten. “In dat licht kun je doopsgezinden de joden van het protestantisme noemen. Ze werden veroordeeld tot een bestaan als boer, schipper of handelaar. En ja, als handelaar kun je rijk worden.”

William Penn

Rijk worden van handel gebeurt vooral in het westen van het land; de doopsgezinden van Kortezwaag en Lippenhuizen zijn voornamelijk vrijdenkende kleine boeren en schippers. In de Vermaning van Lippenhuizen zijn de geloofsgenoten wat strenger in de leer. Als in 1670 de bekende quaker William Penn, de latere naamgever van de Amerikaanse staat Pennsylvania, op bezoek komt, weet hij de twee Opsterlandse geloofsgemeenschappen te verenigen. Gezamenlijk staan de Opsterlandse doopsgezinden sterker tegen de aanvallen van vijandige dominees. Dat leidt uiteindelijk in 1710 tot een fusie en de aankoop van de Vermaning aan de Langewal in Gorredijk, vertelt Timmerman. “Oorspronkelijk betekent Vermaning: een hart onder de riem steken. Binnen de kerk vind je vertroosting en houden we elkaar op het rechte pad.”

Onecht en echt

Als in het verloop van de 18e eeuw de natuurwetenschappen opgang maken, emancipeert het doopsgezinde geloof onder invloed van de Verlichting. Logisch, meent Timmerman. “Niet gehinderd door dogma’s doen doopsgezinden aan zelfonderzoek en dat sloot aan bij het denken van die tijd. We stelden onszelf de keuze: blijven we de onechte kinderen van de Reformatie of worden we echte kinderen van de Verlichting?” De vrijzinnigheid van de doopsgezinde geloofsbeleving en de aversie tegen groepsdwang sluit in de jaren zestig van de vorige eeuw naadloos aan bij de nieuwe tijdgeest van antiautoriteit. Inderdaad, het begin van de ontkerkelijking, beaamt Timmerman. “Onze overtuiging dat we zelf verantwoordelijk zijn en de daad bij het woord moeten voegen, heeft de leegloop versneld. Het is de ironie van het lot dat we over onszelf afroepen.”

Bakstenen gebruiksmonumentje

Met het herdenkingsbankje blijft de herinnering aan de Vermaning ook voor jongere generaties Gordyksters bewaard”, zegt bedenker Femke Oenema. “Ik ben met het idee naar de gemeente gestapt en die gaf zonder veel mitsen en maren groen licht. Het ontwerp van baksteen had ik al in mijn hoofd en dat heb ik vervolgens met Edward Tuininga van het gelijknamige metselbedrijf uitgewerkt. Hij heeft er iets moois van gemaakt en dat vindt het dorp ook, gezien de reacties.”

 

Delen