Nieuws

75 jaar na de moord op de zestien van Trimunt

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

“Loop langzaam naar de buren alsof er niets aan de hand is”, fluistert zijn vader hem toe. Maar de 14-jarige Foppe de Jong wil niet naar de buren. Hij is nieuwsgierig naar wat die Duitse soldaten van plan zijn met de stoet gevangenen voor hun huis aan de Haarsterweg. “Naar de buren”, sist vader nog eens. De jongen gehoorzaamt. “Ik heb mijn vader nooit meer teruggezien.”

Zijn dokter heeft Foppe de Jong gewaarschuwd het wat kalmer aan te doen. “Na Trimunt”, beloofde de 89-jarige dominee. Hij preekt elke week nog wel ergens in het Noorden en daar komen in deze tijd de dodenherdenkingen bij. “Het wordt wat veel, merk ik. Elk jaar slaap ik vrijwel niet rond deze dagen, de herinneringen houden me wakker.” De Jongs vader was een van ‘De Zestien van Trimunt’. Een van de argeloze bewoners van het buurtschap De Haar die op 3 mei 1943 aan het eind van de ochtend willekeurig werden opgepakt, afgevoerd en afgemaakt. In een tijdspanne van nog geen anderhalf uur. Onder hen ook Steven van der Wier, de buurjongen van dertien van wie hij tijdens zijn langdurige ziekte boeken kreeg. Door het koelbloedige inzicht van vader ontsnapten Foppe en zijn broer Marten wel ternauwernood aan het macabere drama. “Op vaders aanwijzing liepen we zo kalm mogelijk weg uit de drukte. En de Duitsers lieten ons zowaar begaan.”

De melkstaking

De Haarsterweg loopt van Frieschepalen naar Marum. Halverwege het lint aan boerderijen leidt een zijweg naar de glooiingen van Trimunt. In 1943 bouwt de bezetter daar op het hoogste punt een radarstelling die vijandelijke vliegtuigen op weg naar Duitsland moest helpen onderscheppen. “De oorlog bevond zich destijds op een keerpunt”, vertelt De Jong. “In Afrika moesten de Duitsers steeds meer terrein prijsgeven en de Slag om Stalingrad hadden ze zojuist verloren.” In ons land waar de oorlog tot dan toe vooral in de steden wordt gevoeld, kondigt de bezetter een meldingsplicht af voor de driehonderdduizend Nederlandse soldaten die na de inval van 1940 korte tijd in krijgsgevangenschap zaten. Duitsland heeft hen nodig voor het opvoeren van de wapenproductie. De maatregel treft voornamelijk jongemannen van het platteland en daar is de verontwaardiging dan ook het grootst. In Twente begint ‘de melkstaking’: uit protest geven de boeren de melk gratis weg of laten die weglopen in de sloot. Al spoedig volgen de noordelijke provincies, ook vader De Jong doet mee aan de staking. “Hij was een principiële man, deelde niet alleen de melk uit, maar verdomde het ook om het land nog langer te bewerken.”

Open tbc

Met zijn rechtlijnige karakter kocht De Jongs vader in de crisisjaren voor de oorlog met wat gespaard en geleend geld tien hectare land aan de Haarsterweg. “Mijn vader wist wat hij wilde: telkens als het even kon land bijkopen om zo vooruit te boeren. Mijn broer Marten en ik moesten hem opvolgen.” Maar de jonge Foppe ziet niets in het boerenvak. Op school in Frieschepalen maken de bijbelverhalen van master Ottens dusdanig indruk dat hij dominee wil worden. Op de vrije woensdagmiddagen vangen zijn klasgenootjes kippen die Foppe vervolgens met ceremonieel vertoon doopt. Moeder Sietske kan er hartelijk om lachen. Maar als hij voorzichtig zijn strenge vader van zijn domineesambitie op de hoogte brengt, luidt de reactie: “Geen sprake van.” In de vijfde klas, net voor het uitbreken van de oorlog, loopt Foppe open tbc op. Uiteindelijk moet hij bijna drie jaar bed houden, eerst een poos in quarantaine. “Dat waren eenzame jaren. Ik lag voor het raam in bed en keek naar buiten. Steven kwam zo nu en dan langs om een boek te brengen. Later zag ik de Duitse soldaten voorbijkomen, we zwaaiden naar elkaar.”

NSB-vervoerder

De circa honderd soldaten van Trimunt zijn voor het merendeel technisch geschoold en allang blij dat ze niet naar het Oostfront hoeven. Op de bewuste derde mei van ’43, de melkstaking is in volle gang, moeten zij op bevel van de fanatieke SD-commandant Johann Mechels uit Groningen in actie komen. Op twee verschillende plekken in De Haar zijn boomstammen op de weg gelegd. Moedwillige sabotage die uitmondt in de executie van zestien onschuldige slachtoffers, zo luidt het verhaal sindsdien. Maar dat klopt niet, zegt De Jong. “Die boomstammen waren een paar takken die kwajongens op de weg hadden gegooid, het stelde niets voor. Doordat een NSB-er, die goederen voor de Duitsers vervoerde, er stampij over maakte, kregen de soldaten orders om willekeurige dorpelingen op te pakken en de groep naar de stelling af te marcheren.”

Als de stoet langs de ouderlijke boerderij trekt, lopen vader Eeuwe, de jonge boerenknecht Gerrit van der Vaart en onderduiker Johannes Glas naar het hek om te kijken wat er aan de hand is. Ook Foppe, inmiddels weer ter been, en zijn broer komen er nieuwsgierig achteraan. “Gaan jullie ook maar mee, verordonneerde  de dienstdoende pelotonleider in het voorbijgaan. In de kortstondige verwarring die daarop volgde, moet vader hebben ingezien dat het weleens verkeerd zou kunnen aflopen. Dat heeft ons gered.” Een paar boerderijen verderop overkomt de familie Hartholt – vader en drie zonen – en de jonge Steven, die zich toevallig ook op het erf bevindt, hetzelfde lot als vader De Jong en de anderen.

Oneigenlijke schuldigen

“Vanwege de melkstaking liepen de spanningen bij de SD op. Mechels heeft zich met een stel Kroatische huurlingen naar Trimunt gehaast om een voorbeeld te stellen. Onderweg heeft de opgefokte troep nog een willekeurige voorbijganger in Marum neergeschoten. Aangekomen bij de stelling vermoordden de SD-ers onder de ogen van de arbeiders en tot verbijstering van de soldaten in een mum van tijd de zestien slachtoffers. De beestachtige terloopsheid waarmee dat gebeurde blijft onvoorstelbaar.” Waarom de zestien wel en hijzelf niet? De Jong heeft er jarenlang over gepiekerd, maar kwam er niet uit. “Pas na mijn studie heb ik de draad van mijn leven weten op te pakken.”

 

Herdenkingsdienst Frieschepalen

Op zondag 6 mei (14.00 uur) gaat dominee Foppe de Jong voor in een dienst in de kerk aan de Tolheksleane 41 in Frieschepalen. Zijn preek bij de herdenking van de slachtoffers van 75 jaar geleden gaat over geloven, in het kwade en in het goede. De soldaten die zijn vader en de anderen meenamen noemt hij ‘oneigenlijke schuldigen’. “Zij dachten dat hun gevangenen na een paar uur wel weer vrij zouden rondlopen.” Het orgel wordt bespeeld door Eeuwe de Jong jr.

 

Nieuw boek over melkstaking

In het net verschenen boek ‘De April-meistaking 1943; er hoeft er maar één te beginnen’ vertelt auteur Petra Wolthuis hoe de melkstaking vanuit Hengelo zich over het land verspreidde. Het boek bevat veel persoonlijke anekdotes en foto’s en geeft een schrijnend beeld over hoe deze staking het leven van duizenden Nederlanders voorgoed veranderde en hoe tweehonderd mensen het leven lieten.