Column

Arend: eenzaam

Potlood Renske Woudstra

Het is een triest gezicht. Zij (of hij) kijkt droevig om zich heen, de voorbijtrekkende wandelaars en fietsers nauwlettend volgend. Even later trekt ze nog eens een baantje door de vaart, langs de plek bij de fabriek waar jarenlang een nest was. Misschien wel haar nest. De witte gans oogt eenzaam. Niet zo gek, ze is als laatste overgebleven van een veel grotere groep soortgenoten. Ieder jaar keerden ze terug naar de Spaltenbrêge. Voor even of voor wat langer. Enkele soortgenoten, ooit gediend als huwelijkscadeau, braken op een erf uit en trokken mee verder. Een van hen haalde jaren geleden de krant door een terroristische aanslag te overleven. De gans met een pijl door de hals zwom een tijdje als bezienswaardigheid rond.

De groep was weleens opdringerig, maar hoorde bij het leven dat de vaart zo mooi maakt. De afgelopen jaren werd het groepje kleiner en kleiner. De oorzaak is onbekend. De pagina familieberichten in deze krant maakte nooit melding van overleden ganzen. Maar de laatste Mohikaan keerde alweer weken geleden terug op de boulevard van Terwispel.

Zomereenzaamheid. Het komt meer voor, hoor ik op de radio. Oproepen volgen om onze ouderen in de zomermaanden niet te vergeten. En dan komen ineens beelden uit Limburg voorbij. Het wassende water vergat de ouderen in ieder geval niet. Halsoverkop moesten ze hun woning verlaten om het water te ontlopen. Dat gold ook voor de bewoners van een hospice. Een triest beeld dat blijft hangen. Ben je verhuisd naar een hospice om het laatste stukje leven te voltooien, moet je weer verkassen voor het stijgende water. Wat doet dat met een mens? De gans heeft het zo slecht nog niet.

 

 

Delen