Column

Arend Waninge: Date

Camera Sietse de Boer Potlood Redactie

Ik had zondagochtend een date. De spanning hing al enige dagen in de lucht, aangewakkerd door voorspellingen over ineens stijgende temperaturen. 

Zij keek mij in de garage steeds vaker met die prachtige blauwe ogen uitnodigend aan. Teleurgesteld dat ze niet vaker werd aangeraakt. Gesprekken over gezondheid gaven vorige week het laatste zetje. Overgewicht, te weinig beweging nu moest het er echt van komen.

En dus trok deze veel te zware beginvijftiger zondagochtend zijn korte broek aan. Dat kon best met deze bijzondere februaridag. Helm op en daar gingen we samen op weg. In een poging de ontluikende liefde van vorige zomer nieuw leven in te blazen.  

Al jaren roep ik dat ik er meer met haar opuit wil trekken. Thuis juichen ze dat toe, al zijn ze voorzichtig enthousiast. Ze hebben dat soort verhalen vaker gehoord. Eerst maar eens zien. Aan het eind van de coronazomer kwam ze zomaar ineens op mijn pad. Ik mocht haar lenen.

Als het beviel kon ze voor altijd van mij worden. Ik raakte enthousiast, zij ook. We passen bij elkaar. Als innig duo gingen we weken achtereen op pad voor kilometers wederzijds plezier. Maar de laatste maanden werd ze genegeerd. Teleurgesteld had ze inmiddels de lucht laten lopen.  

Maar dat was zondag zo ineens opgelost. En daar gingen we op pad, tientallen kilometers voor de boeg. Een zonnetje, de eerste koffiedrinkers buiten, fanatiekelingen al in de tuin en links en rechts in de sloot nog een koud souvenir van anderhalve week winter.

Het voorjaar prikkelt, iedereen was onderweg aardig en vrolijk. Ook die wandelaars die bordjes ‘honden aan de lijn’ wel lezen, maar toch negeren. De wereld was te mooi om mij er kwaad over te maken. We hebben weer verkering, de volgende afspraak met mijn racefiets staat al in de agenda.  

Delen