Nieuws

Buurgevoel in woongroep De Lichte

Camera Marije Geertsma Potlood Wim Bras

Zeg ‘woongroep’ en je denkt onwillekeurig aan de zorg. Een woonvorm voor behoeftige ouderen of voor mensen met een verstandelijke beperking. Het kan ook anders. Aan de Bremerwei in het buitengebied van Bakkeveen huist De Lichte. Een groep gelijkgestemden die doelbewust de gemeenschappelijkheid heeft opgezocht. “Wij vinden bij elkaar het vroegere buurgevoel.”

De grote boerderij op nummer 16 bestaat uit twee wooneenheden, even verder aan de Bremerwei op nummer 12 heeft De Lichte nog eens twee wooneenheden en een derde in aanbouw. Momenteel telt de groep zes bewoners: vijf volwassenen en een kind. Tot voor kort maakten ook Anneke en haar vijf kinderen deel uit van de woongemeenschap, maar het gezin is onlangs verhuisd naar een andere woongroep onder de rook van Leeuwarden. Een praktische keuze, aldus Anneke. “Ik ben muzikant en theatermaker en zit nu dichter op mijn werk. Maar de kinderen missen De Lichte wel, ze hadden hier alle vrijheid.” Al was het af en toe een wilde boel, de overblijvers missen op hun beurt weer de reuring die de ‘Stampertjes’ van Anneke met zich mee brachten. “Aan de andere kant horen we nu weer wat vaker de stilte.” Rond de keukentafel van nummer 16 zitten behalve Anneke ook Agaath, Bolk en Ad om te vertellen hoe het er in de woongroep aan toe gaat. De andere bewoners zijn buiten de deur aan het werk en naar school.

‘Frommes’

Het verhaal van De Lichte begint bij Agaath, bekend van natuurvereniging Geaflecht en voormalig raadslid van GroenLinks-OpsterLanders. Destijds bioloog met een eigen adviesbureau in Leiden kocht ze in 1977 de krakkemikkige boerderij in het dal van het Koningsdiep. “Net op het nippertje, anders had de gemeente het pand onbewoonbaar verklaard en waren de monumentale lindebomen op het erf gekapt.” Eerst nog pendelend tussen twee werelden verkoos ze algauw de natuur en de stilte van Bakkeveen boven het comfort van Leiden.

De eerste vijf jaar woonde ze in haar eentje in de bouwval. Het duurde niet lang of de 87-jarige Piek uit het dorp kwam poolshoogte nemen. “Piek zei: Ik ha heard dat hjir yn de Lichte in frommes wennet dy’t sels oan har hûs bout.” Of Agaath manvolk ontving op de afgelegen plek. “Zeker, dat merk je toch zelf, antwoordde ik. Daar moest Piek om lachen. Hij heeft me geitenmelken, moestuinieren en wecken geleerd.” De aanduiding ‘de Lichte’ nestelde zich in het achterhoofd van Agaath, net als de directheid waarmee de oude man op haar was afgestapt. “Ik ervoer dat niet als bemoeienis of sociale controle, maar als oprechte belangstelling. Volgens mij zijn we dat intussen een beetje kwijtgeraakt.”

Met in de winter het ijs op de dekens bedacht Agaath dat het huis een AGA-fornuis nodig had. Op weg naar een adresje ergens in Engeland nam ze een lifter mee: Bolk, boerenzoon uit Minnesota op rondreis door Europa. “Zeg maar gerust politiek vluchteling. Het waren de Reaganjaren, weet je.” Bolk kwam met de AGA mee naar de Bremerwei. In de loop van de jaren knapte het stel de boerderij op. “Met zijn praktische zin weet Bolk voor elk probleem een oplossing en hij is een tovenaar met leidingen en elektriciteit. Ikzelf mag graag timmeren”, zegt Agaath. Naast hun reguliere werk en te midden van de nooit eindigende bouwerij voedden ze hun twee dochters Enti en Elea op. Die kijken met warmte terug op hun Pippi Langkousjeugd, vertelt Bolk. “We hebben geprobeerd een normaal gezin te zijn en dat is aardig gelukt.” Toen de kinderen hun vleugels uitsloegen werd het stil.

Duurzaam samenleven

“Hoe nu verder, zeiden we tegen elkaar. Dit is een bewerkelijk huis, hoe gaat dat over pakweg vijftien jaar?” Bolk en Agaath hadden aan de Bremerwei ondervonden wat mienskip betekent. Niet alleen door de plattelandslessen van Piek, maar ook met buren die spontaan hulp aanboden als er pannen op het dak moesten worden gelegd. Dat belangeloos soort nabuurschap leek in deze tijd van haast en het najagen van individuele behoeften verdwenen. Zo rees de gedachte om op het erf een vorm van groepswonen te organiseren, waarbij de deelnemers vanzelfsprekend beroep op elkaar konden doen. Maar wel zonder sociale druk, ieder moest de vrijheid hebben om zich achter de eigen voordeur terug te trekken. “Geen club van gelijkdenkers, maar mensen die duurzaam wilden samenleven en af en toe een spontane maaltijd met elkaar wilden delen.”

Hun voornemen kreeg handen en voeten toen in 2010 aan Agaath een erfenis toeviel, juist op het moment dat nummer 12 te koop kwam. “Een gouden kans om de start te maken met enige schaalgrootte.” Bolk en zij waren nog bezig om het woonhuis op te delen in twee appartementen toen Ad zich al meldde. Of hij niet een weekje mocht komen proefwonen. “Ik was me aan het oriënteren op een nieuwe levensfase. Mijn ex-vrouw en ik hadden besloten om elk onze eigen weg te gaan en ik zocht een plek voor mezelf. Ik heb geen behoefte aan luxe, ik wil juist eenvoudig en sober leven, dicht bij de natuur.” Die ene week werden er twee en vervolgens is Ad nooit meer weggegaan. Het klikte, met Agaath en Bolk deelt hij de interesse voor duurzaamheid en klimaat. “Alle drie zijn we niet echt activist, net als de andere twee heb ik een hekel aan dogmatisch gedram.”

Havermout

Met enige reserve kwam ook Anneke kennismaken. “Ik woonde op dat moment in Weidum naast een buurman die ik niet vertrouwde in de omgang met mijn kinderen. Verhuizen had dus prioriteit. Maar ik zocht ook intellectuele aanspraak, als alleenstaande moeder kan je daar bij tijden naar snakken.” Haar aanvankelijke beduchtheid voor rechtlijnige wereldverbeteraars liet Anneke al snel varen toen Agaath aangaf dat ze meestal haar havermout even snel in de magnetron opwarmde. Pas bij het tweede bezoek durfde Anneke te vertellen dat ze vijf kinderen meebracht. Dan moest het gezin maar niet naast kluizenaar Ad wonen, meenden Bolk en Agaath. “We hebben de schommels van zolder gehaald en in de bomen gehangen. Het was wel een invasie, maar het werd hier ook weer een levendige boel.”

“Ad kan geweldig moestuinieren en ik hou van koken, dus we zaten hier regelmatig aan lange tafels te eten. Reuzegezellig. En op verjaardagen en feesten maakten we met zijn allen muziek”, vertelt Anneke. Oppas vinden was nooit een probleem, Bolk en Agaath konden de honden weer bij haar kwijt. Tijdens de soms diepgaande gesprekken en hevige discussies op de gemeenschappelijke avonden wisten Anneke of Bolk altijd weer de lichte toon te vinden waardoor de anderen konden lachen om de eigen ernst. Niet alle bewoners van De Lichte vonden echter zo makkelijk hun draai. Bewoonster Gerda voelde zich aangetrokken tot de aandacht voor duurzaamheid op De Lichte, maar kon uiteindelijk niet tegen de stilte van platteland en vluchtte terug naar de stad. Tineke had grootse plannen om het erf om te vormen tot een landschapstuin, maar droop teleurgesteld af toen de anderen niet echt warm liepen voor haar ideeën.

Afspraken

“Niemand vertrok ooit met ruzie, maar net als in een gezin loopt het groepsleven hier ook niet altijd op rolletjes”, aldus Agaath. Dat geldt zeker ook voor haarzelf. Omdat ze op papier eigenaar is van de woonhuizen en de anderen huur afdragen, wordt ze soms tegen haar zin in de rol gedrukt van huisbaas. “Dat maakt het gecompliceerd. Ik moet me dan plaatsvervangend boos maken terwijl we dat eigenlijk als collectief zouden moeten doen.” Bij Ad kan ze op begrip voor haar positie rekenen. “Praktische zaken kun je regelen, elkaar vertrouwen doe je met gevoel. Wil je met elkaar samenleven op de manier zoals wij dat doen dan luidt de enige regel: hou je aan de afspraken.”

Het model van De Lichte zou volgens Agaath een antwoord kunnen zijn op het groeiende probleem van de leegstaande boerenerven en op de eisen van de overheid dat we meer voor onszelf moeten zorgen. Inmiddels hebben de bewoners met elkaar een fonds opgezet waaruit ze toekomstige investeringen in duurzaamheid willen betalen. Uitbreiding van het arsenaal aan zonnepanelen, een warmtepomp en de aanschaf van een gezamenlijke elektrische auto liggen in het verschiet. Agaath en Bolk denken erover om op termijn te verhuizen naar het nog af te bouwen appartement naast Ad op nummer 12. Bolk: “Wij worden wat ouder en kunnen wel met wat minder ruimte toe, zo komt er weer plek voor jonge aanwas. Gemengd wonen, jong en oud door elkaar, blijft de doelstelling.”