Nieuws

Cannes ontdekt Tinco Lycklama à Nijeholt

Hij reisde midden 19e eeuw jarenlang door het Midden-Oosten. Keek en beschreef wat hij zag, maar oordeelde niet. De in Beetsterzwaag geboren Tinco Lycklama à Nijeholt streek uiteindelijk neer in het Franse Cannes, waar hij 28 jaar later overleed. Cannes staat dit jaar uitgebreid stil bij ‘Baron Lycklama’.

Het lijkt een doorsnee zaterdagochtend in de haven van Cannes. De juli-zon brandt al stevig. De immense jachten liggen zij aan zij te wachten op weer een dag plezier. Het personeel boent, ramen worden gewassen. Eigenaren en gasten laten zich nog amper zien. Maar wie goed kijkt, ziet toch iets merkwaardigs. Hoog boven de haven wappert de Friese vlag. Op de toren van het Musée de la Castre. De nuchtere pompeblêden tussen pompeus rijkeluis speelgoed.

En dat alles dankzij Tinco Lycklama à Nijeholt. Geboren in Beetsterzwaag. In het midden van de 19e eeuw reiziger door het Midden-Oosten. Later neergestreken in Cannes en daar in 1900 overleden. De man is nog steeds voor een groot deel een mysterie. Een buitenbeentje in de Sweachster adel die nu en volgend jaar wordt afgestoft. Een deel van zijn verhaal is in Beetsterzwaag wel bekend, Cannes staat echter nog aan het begin van een ontdekkingsreis. Een klein deel van de immense collectie documenten en voorwerpen, die Tinco tijdens zijn reizen door het Midden-Oosten verzamelde, is de komende maanden te zien in het stadsmuseum. Zaterdag was een ruime Opsterlandse delegatie aanwezig bij de officiële opening.

Het begin van de expositie toont een mooi vleugje Friesland. Met jonge portretten uit het Museum Opsterlân, beelden van het 19e-eeuwse Beetsterzwaag en een prachtige provinciekaart uit 1579. Zijn reizen staan in de rest van de expositie centraal. Met documenten, verzamelde voorwerpen en een paar immense portretten van Tinco zelf. In Oosterse klederdrachten. Zoals hij meestal wordt afgebeeld. ‘Baron Lycklama’, zoals hij in Cannes werd genoemd, kijkt vanaf het doek met lastig te duiden blik de wereld in. Wat heeft deze man allemaal bezield?

Romanticus

George Homs is voorzitter van de Tinco Lycklama Foundation. Hij heeft zich de laatste anderhalf jaar in het leven van Tinco verdiept. “Ik zie hem als een dromer, een romanticus. Hij had geld genoeg, hoefde niet te werken en koos ervoor om op reis te gaan. Tinco was de eerste toerist in het Midden-Oosten.” Homs las de duizenden pagina’s reisverslagen en tal van brieven, maar hij heeft het idee nog maar een glimp van de ware Tinco te hebben gezien. “De kelder van het museum ligt nog vol onontgonnen materiaal dat niet is gecatalogiseerd en gedigitaliseerd. Wetenschappers kennen de naam Tinco wel, ze weten van zijn reizen, maar kunnen zijn collectie nog niet onderzoeken.”

 

Grote reis

Van 1865 tot 1868 maakte Tinco zijn grote reis. Door Rusland, het aloude Mesopotamië, Iran, Irak, Syrië, Libanon, Turkije. In Jeruzalem werd de geboren protestant katholiek. Homs: “Hij vond dat de oudste en meest pure religie. En hij hield denk ik van het vertoon, de katholieke rituelen.” Het was een stap die in Beetsterzwaag vast niet met applaus werd ontvangen. De vooraanstaande families ruzieden daar juist over hoe orthodox de dominee wel moest zijn.

De terugkeer in Beetsterzwaag (1868) is ongetwijfeld een koude douche geweest. De wereldreiziger die voordien al in Parijs had gestudeerd, voelde zich vast niet meer op zijn plek in het dorp waar weinig te beleven was en de hooggeplaatste families elkaar scherp in de gaten hielden. Hij bouwde het Eysingahûs om tot museum, maar besloot een paar jaar later al definitief te vertrekken. Hij nam zijn hele hebben en houwen mee naar Cannes, vijf wagonladingen vol. De Zuid-Franse plaats ontwikkelde zich juist in die jaren tot de mondaine badplaats die het nog steeds is. De eerste vermogende buitenlanders arriveerden er in 1834. Het spoor en het bijbehorende station zorgden vanaf 1863 voor een versnelde groei. Villa’s verrezen als paddenstoelen uit de grond. Ook Tinco veroverde er zijn plaats en werd een belangrijke figuur in het sociale leven.

Rue Lycklama

Wie er oog voor heeft, kan de sporen nog ontdekken. Cannes heeft nog altijd een Rue Lycklama. Nu een klein, weinig imposant straatje. Van de vroegere Villa Lycklama rest alleen nog de tuin. De plaats waar grote feesten werden gegeven, waar Tinco zijn grote kennis over het Midden-Oosten deelde, waar zelfs keizer Pedro van Brazilië langskwam.

Het was de Rue Lycklama die George Homs op het spoor zette van deze bijzondere Opsterlander. Homs, Nederlander geboren in Brussel, woont nu vier jaar in Cannes. “Ik ben al langer geïnteresseerd in Friese adel, zag de naam, maar kon niets over Tinco vinden.” Het werd het begin van een zoektocht die Homs helemaal te pakken kreeg. Pas later ontdekte hij dat de collectie van Tinco de basis van het plaatselijke museum is. Zijn zoektocht bracht George ook in contact met Friesland, onder andere met de familie van de nu 94-jarige Ernst Huisman die al heel veel kennis over Tinco had verzameld en in 1970 al naar Cannes reisde. Huismans familie was zaterdag aanwezig bij de opening van de expositie.

Tinco heeft volgens Homs veel voor Cannes betekend. “Na zijn overlijden in 1900 nam iedereen die ertoe deed met groot vertoon afscheid van baron Lycklama.” Al in 1877 schonk Tinco zijn hele verzameling aan de stad. Naast avonturier was Tinco, samen met zijn vrouw, ook erg gul voor de katholieke kerk. Nog geen maand na zijn overlijden schonk zijn weduwe de villa met omliggend landgoed voor een nagenoeg symbolisch bedrag aan de kerk. De bisschop van Nice kwam er speciaal voor naar Cannes.

Geen belangen

Homs is onder de indruk van de wijze waarop Tinco zijn reizen beschrijft. “Hij observeert en beschrijft de religies en hun onderlinge relaties met respect. Hij oordeelt nergens. Daarom is hij ook zo’n boeiende persoon. Hij bekeek het gebied in het Midden-Oosten met een neutraal oog en was onder andere in Bagdad en Aleppo. Een regio die wij nu niet meer onbevangen kunnen bekijken met alles wat daar is gebeurd.”

Een cynicus zou misschien zeggen dat Tinco het deels in het veen over de ruggen van arbeiders verdiende familiekapitaal over de balk gooide en het Midden-Oosten ook nog eens van waardevolle kunstschatten beroofde. “Maar je kan ook zeggen dat hij genoot van het geluk dat hij had met zoveel geld. Hij was in zijn tijd de enige Nederlander die als toerist zo ver reisde. Alle andere buitenlanders die in die dagen in dat gebied waren, hadden handelsbelangen of waren missionarissen.”

Juliana

Tinco trouwde in 1875 met Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Van haar vader kreeg ze de titel barones mee. Juliana beschikte over nog meer geld dan Tinco. Ook zij schonk veel, vooral aan katholieke kerken, maar bijvoorbeeld ook aan het Bonifatiushospitaal in Leeuwarden. Homs heeft nog geen helder beeld van haar. Het is nog wat gissen. “Ik denk dat Tinco en Juliana een vrij platonische relatie hadden, ze hadden wel veel respect voor elkaar. Maar of het echte liefde was? Dat blijkt niet echt uit de brieven die ik gelezen heb.” Het huwelijk bleef kinderloos.

Beiden hadden ook zo hun eigen redenen om Nederland te verlaten. Homs: “De katholieke Tinco was niet echt meer welkom in Beetsterzwaag, maar er zijn ook nog wat losse eindjes. Hij studeerde in Groningen, was daar nadrukkelijk aanwezig, maar verdween van de ene op de andere dag. Hij keerde voor even terug naar Beetsterzwaag maar vertrok daarna ook weer vrij snel naar Parijs. In Beetsterzwaag gingen volop geruchten over wat er in Groningen is gebeurd, misschien was er een schandaal waardoor Tinco beter even uit beeld kon raken.” Juliana was volgens Homs dochter van een baron, maar haar moeder was een dochter van een boswachter. “Zo werd ze nooit helemaal geaccepteerd in adellijke kringen. In Cannes hadden ze daar niet veel last van, beiden hielden wel contacten met het vaderland en hun bezittingen daar.”

George hoopt dat zijn verdere onderzoek leidt tot een beter inzicht in de persoon Tinco en een beter beeld van de waarde van de collectie. “Ik zou graag zien dat wetenschappers ermee aan de slag kunnen. Mogelijk is het een verborgen wetenschappelijke schat.”  >>

 

 

Tinco in het kort

Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt (1837-1900) was het oudste kind van Jan Anne Lycklama à Nijeholt en Ypkjen Hillegonda van Eysinga. Vader was burgemeester van Opsterland en lid van Provinciale Staten van Friesland. Grootvader was grietman van Ooststellingwerf en Utingeradeel. Op 16-jarige leeftijd verloor Tinco zijn moeder, zijn grote inspirator voor vreemde talen en culturen. Hij trouwde in 1875 met Juliana Agatha Jacoba thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Het huwelijk bleef kinderloos.

Tinco groeide op in een zeer comfortabel aristocratisch milieu, de rijkdom was onder andere te danken aan de verveningen en goede huwelijken. Hij bracht zijn jeugd door in het Lycklamahûs, nu onderdeel van het gemeentehuis. Later verhuisde hij naar het Eysingahûs (het huis met het oog). Studeren deed Tinco in Groningen, later in Parijs. Daar ontstonden de plannen voor een ontdekkingsreis door het Midden-Oosten, speciaal gericht op Perzië en Syrië. Hij wilde de historie van de regio niet herschrijven, maar onbekende (zelfs miskende) gebieden observeren en zijn ervaringen delen met zijn lezers. Door zijn vaak unieke vondsten en archeologisch werk werd hij een van de eerste oriëntalisten van Nederland.

Tinco vertrok in april 1865 vanuit Parijs, in 1868 keerde hij terug in Beetsterzwaag. Hij breidde het Eysingahûs uit en vestigde er een museum. Een Franse secretaris sloeg in 1870 aan het catalogiseren en beschrijven. Eenmaal in Cannes gevestigd, trad Tinco in 1872 toe tot de pas opgerichte ‘Société des Sciences naturelles, des Lettres et des Beaux-Arts’, waar hij omwille van kennis, ervaring en zijn schitterende verzameling een vooraanstaand lid was. Eind 1877 schonk hij zijn volledige collectie aan de stad Cannes. Enkele maanden later schonk ook de sociëteit haar bibliotheek aan de stad.

Tinco en zijn barones toe Schwartzenberg onderhielden hun banden met Nederland, waar zij talrijke zakelijke belangen hadden. Zowel in Nederland als in Frankrijk stonden zij bekend om hun patronage en giften, met name ten gunste van kerken en kloosters. Ze bouwden hun eigen kapel op de begraafplaats van de Sint-Franciscusparochie in Wolvega. Tinco overleed op 7 december 1900, in Cannes. Zijn weduwe keerde rond 1911 definitief terug naar Nederland, ze overleed in 1914 in Leeuwarden.

Terug naar Beetsterzwaag

Er zijn vergevorderde plannen om de expositie met een deel van de collectie van Tinco Lycklama à Nijeholt in 2018 in het kader van LF2018 tijdelijk terug te brengen naar Beetsterzwaag. Het bestuur van de Stichting Historisch Beetsterzwaag voerde daar afgelopen weekend gesprekken over in Cannes. Samen met de Tinco Lycklama Foundation wordt gewerkt aan een uitgebreid programma rond de tentoonstelling. De expositie (juni t/m augustus) staat onder andere gepland in het pand van het oude gemeentehuis, nu de galerie van Eja Siepman van den Berg.