Cultuur

Dansavond NAS trekt de echte liefhebbers

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

Stijldansen, wie zit daar tegenwoordig nog op te wachten? De foxtrot, quickstep en Engelse wals lijken van de dansvloer te zijn verdwenen. Maar niet heus, zo bewijst de NAS-dansavond in De Buorskip.

Toegegeven, er zijn zaterdagavond minder liefhebbers dan verwacht. Hoewel een prachtige zaal, lukt het in Beetsterzwaag niet erg met de jaarlijkse dansavond voor alleengaanden en paren, vertelt organisator Bonne Bosma. Nee, dan de dansavonden die ze in het Fries Congrescentrum te Drachten en De Pompstee in Roden organiseren. “Dêr komme wol sa’n hûndertfyftich man op ôf.”

De sfeer is er echter niet minder om. Klappende welkomstkussen krijgt Bonne van Toos: “Hai leaverd.” Langzaamaan druppelen de dansliefhebbers binnen. En het valt op: de kleine vijftig dansliefhebbers zijn vooral paren. Dat was vroeger anders, toen was de dansavond echt voor alleenstaanden. Een mooie gelegenheid om contacten te leggen.

Toos (61) uit Surhuisterveen en Tienus (68) uit Rottum zijn het bewijs: twee jaar geleden leerden ze elkaar kennen tijdens een dansavond in Drachten. Sinds die tijd gaan ze elke week wel ergens dansen. “Heel erg leuk en goed voor je conditie”, zegt Tienus. Het stijldansen leerde hij pas twee jaar geleden, Toos is autodidact: “Ik heb nog nooit dansles gehad.” Niks mis mee, vindt haar partner, ze is een natuurtalent.

Was het vroeger de normaalste zaak van de wereld om tijdens een dansavond op zoek te gaan naar ‘de liefde’, tegenwoordig is dat zwaartepunt verschoven. Het is vooral een gezellig weerzien van bekenden. Maar ook: stijldansavonden zijn dun gezaaid, dus grijpen liefhebbers graag de gelegenheid aan. “Foarhinne wie der dûnsjen op folle mear plakken, der is in soad ferdwûn”, weet Bonne. En ook dansscholen hebben het moeilijk, hoorde hij.

Zeventien jaar geleden richtte Bonne samen met Gretha Negenman de NAS (Nederlandse Alleengaanden Stichting) op. Daarvoor zat Bonne in een andere, vergelijkbare organisatie. Gretha: “Wy organisearje it dûnsjen en soargje derfoar dat alles oarderlik ferrint yn de seal.” In de zaal, stelt ze met nadruk. Wat er buiten de zaal gebeurt, ligt buiten hun invloedsfeer. Wat gebeurt daar dan buiten de deuren? Het blijft in nevelen gehuld, maar een goed verstaander begrijpt dat daar soms intiemere contacten gelegd worden.

In een hoek van de zaal wacht tachtigplusser Jannie Jonker op een danskans. Alhoewel, ze moet het rustig aan doen, want het lijf is oud. Met een breed gebaar: “Ik fyn dûnsjen hearlik!” Ze woont in een bejaardenflat in Drachten. “De minsken dêr sil wol tinke: wat ha we no neist de doar krigen? Want altyd bin ik oan it sjongen en dûnsjen.” Dat zit erin vanaf haar jeugd, zegt ze. “Ik bin berne yn Jobbegea. Dêr spile heit altyd op syn akkordeon yn kafee Haveman.”

“Nu doen we even een slowfox”, kondigt de zanger van tweemansorkest Cosy aan. Statig leidt een heer zijn dame de dansvloer op. Een twintigtal paren zwiert even later over het parket. In de hoek zit een man alleen. Een goed danser, weet Gretha. Jammer dat hij niet wat dichter bij die ene alleenstaande dame gaat zitten. Het zou een goede match zijn.