Nieuws

Kap essen geeft ook nieuwe kansen

Camera Mary van der Graaf Potlood Mary van der Graaf

De essentakziekte zorgt er voor dat Staatsbosbeheer fors ingrijpt in haar essenbosjes. Dat gaat ten koste van schuilplaatsen voor vogels, reeën en andere dieren. Maar het is niet overal zo erg als het lijkt, blijkt uit een rondgang met de boswachter door bosjes in de omgeving van Tijnje.

Het Tynsterbos net buiten Tijnje is zo’n gebied waar de essentakziekte om zich heen grijpt. Het 40 hectare grote gebied is zo’n 45 jaar geleden aangeplant als natuurcompensatie voor de ruilverkaveling. “In die tijd leefde het idee dat natuur gelijk stond aan bos,” vertelt Roel Vriesema, boswachter bij Staatsbosbeheer. “Op de veengronden zijn toen veel essen geplant en juist de essen in die ruilverkavelingsbosjes blijken kwetsbaar voor de essentakziekte. Het voorkomen van ongelukken door vallende bomen, is onze eerste prioriteit. Daarom zijn de essen in het Tynsterbos als eerste aangepakt. Hier ligt een veel gebruikt fietspad.”

Aan de Warren in Tijnje ligt ook zo’n ruilverkavelingsbosje van 12 hectare. Niet lang geleden is daar het essenperceel met veel zieke en omgewaaide bomen door een enorme machine gekapt. “Wat een slagveld,” mompelt Vriesema als hij door het bewuste perceel loopt. Hij overziet de woeste vlakte met een wirwar van grote takken en incourante stukken stam. Hier en daar staat nog een eenzame boom.

Een berk met een buizerdnest erin is nu de blikvanger van de essenakker van ongeveer 7 hectare. Eigenlijk hadden er meer bomen rondom het nest moeten blijven staan, maar de rondcirkelende buizerds lijken nog steeds geïnteresseerd. Als ze niet al te kieskeurig zijn, is dit nest komend voorjaar nog goed te gebruiken.

Er vliegt ook een grote bonte specht over de gekapte vlakte. De specht is net als de in dit bos voorkomende boomkruiper, winterkoninkje en bonte vliegenvanger een holenbroeder. Voorlopig zullen deze vogels niet meer broeden in dit perceel. Voor holenbroeders zijn alleen oudere bossen van minimaal twintig jaar interessant, daar staan verweerde aangetaste bomen.

‘Dit overkomt ons’

“Het ziet er nu heftig uit, maar in het voorjaar is het hier weer groen,” zegt Vriesema. “Eerst komt er waarschijnlijk nog een versnipperaar om de grootste takken op te ruimen. Het hout wat dan nog blijft liggen is goed voor paddenstoelen en allerlei insecten. En in het voorjaar zul je zien dat er weer spontaan jonge struiken en bomen ontspruiten. Doordat er nu meer licht is krijgen struiken en kruiden meer kans. Dergelijke vegetatie trekt waarschijnlijk meer insecten en foeragerende vogels aan dan het essenbos dat er stond.”

Door natuurlijke ontwikkeling moet er op den duur weer een nieuw en gevarieerd bos ontstaan. Nieuwe bomen plant Staatsbosbeheer slechts op een beperkt aantal locaties.  Omdat er in korte tijd zo veel gekapt wordt, is er eenvoudigweg te weinig plantmateriaal en te weinig geld om overal de essen te vervangen. “Deze massale kap vanwege de essentakziekte is nooit de bedoeling geweest, dit overkomt ons”, verduidelijkt de boswachter.

De essenakker aan de Warren is omzoomd door andere bomen. Daardoor heeft de kap waarschijnlijk niet veel ecologische gevolgen. Vriesema vindt de verscheidenheid van het ‘Warrenbos’ verrassend groot. Er is een strook populieren, een stuk met beuken, eiken en hulststruiken en een lager deel met wilgenkatjes. “Dat is echt een stukje ongerepte natuur,” roept hij wijzend naar het wilgenstruweel. “Hier is helemaal geen beheer, de ontwikkeling van dit stukje regelt de natuur zelf. Deze ruilverkavelingsbosjes zorgen voor variatie in het landschap. Dat is goed voor de biodiversiteit en het zijn ideale schuilplekken voor veel dieren. In dit bosje kan je reeën verwachten. Deze omgeving hier biedt voldoende dekking om veilig te rusten en in het voorjaar kunnen er reekalfjes geboren worden.” Vriesema heeft niets te veel gezegd want amper een paar minuten later schieten drie reeën tevoorschijn. Ze hadden zich verscholen tussen de vele takken op de essenakker, maar onze aanwezigheid heeft ze opgeschrikt. Blijkbaar zijn ze niet al te bang, tamelijk rustig lopen ze naar het naastgelegen bos. Even stoppen ze en kijken ons aan, maar dan, voor we het weten, zijn ze in het niets verdwenen.

De wolf

Volgens Vriesema bivakkeren er vossen in het ‘Warrenbos’. Er zijn niet alleen vossensporen aangetroffen, maar ook een vossenburcht. Dat duidt op permanente aanwezigheid. Voor dassen is het evenwel geen geschikte omgeving, deze dieren zitten liever op de hogere gronden richting Beetsterzwaag. Maar voor andere marterachtigen zoals de steenmarter, boommarter, bunzing en hermelijn is zo’n ruilverkavelingsbosje wel een aantrekkelijke plek. Vriesema denkt ook dat wolven dit soort bosjes kunnen aandoen. Er werden dit voorjaar twee wolven in Friesland gesignaleerd en daar zal het volgens hem niet bij blijven. Het hoofdmenu van de wolf bestaat uit reeën en wilde zwijnen, dus een plek waar reeën zich ophouden is aanlokkelijk voor een wolf. Vriesema is er niet van overtuigd dat wolven het vooral op schapen hebben voorzien. “In Duitsland leven roedels wolven, daar worden niet veel schapen gegrepen. Schapen vormen nog geen twee procent van hun voedsel.”

Tuinfluiters

 

Wat er aan zoogdieren allemaal in het Warrenbos rondscharrelt, is nooit precies in kaart gebracht. Voor vogels is dat in 2017 wel gedaan. Uit de inventarisatie blijkt dat er een verbazingwekkend aantal soorten van het bosje gebruik maakt. Er zijn 29 soorten broedvogels geteld, waaronder zwartkoppen, tuinfluiters, heggenmussen, grote lijsters, putters en zelfs een paartje haviken. Op deze grijze winterdag is van die grote verscheidenheid echter weinig te merken. Veel vogels zijn vertrokken om elders te overwinteren en de thuisblijvers later zich niet of nauwelijks zien. Desondanks vindt Vriesema het fascinerend om door het bos te wandelen. “In de winter vind ik het bos op zijn mooist, dan heb je die prachtige contouren van bomen zonder blad en het bos heeft in die periode ook zo’n magische of geheimzinnige sfeer.”