Sa! Turftour

De kwetsbare precisieteelt van lelies

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Lelies telen is moeilijk en zit vol risico’s, weet Edwin Nieuwenhuis. “Het is een kostbare, maar ook lucratieve teelt. Zonder lelies had ik dit bedrijf nooit kunnen opbouwen.” Bijkomende moeilijkheid: de lelieteelt ligt onder vuur. Edwin is open over wat hij doet, voor iedereen die het wil horen.

Edwin is bezig aan zijn zesentwintigste seizoen als lelieteler, niet ver van de boorden van de Tjonger. “We zitten hier op zand, dat heb je nodig. De lelieoogst loopt van half oktober tot aan de kerst, dat lukt niet in de nattigheid van klei of veen.” De in Azië gewilde ‘Oriëntals’ doen het goed op de Friese zandgronden. “Met Chinees Nieuwjaar staat in elk huis een bos van deze lelies op tafel.”

Hij wilde eigenlijk melkveehouder worden, maar zonder ouderlijke boerderij leek dat uitgesloten. Bij toeval stuitte hij op de lelieteelt. “De lelies boden mij de kans op een eigen bedrijf.” Met voorzichtig opereren en doordacht risico’s afwegen bouwde hij geleidelijk aan zijn onderneming op. Hij is inmiddels de enige van de ooit tien lelietelers in de omgeving. De circa honderd hectare lelies liggen verspreid. “De teelt luistert nauw, je doet het er niet zomaar even bij. Half werk betekent een grote kans op afbreuk.”

Vermeerdering
Zijn bedrijf doet aan vermeerdering, op contractbasis voor vier bollentelers. “Wij maken het land gereed en verzorgen de teelt en de oogst. Het planten, selecteren en de handel doen de opdrachtgevers zelf.” De hele keten in eigen hand houden, is voor zijn bedrijf niet weggelegd. “Dan praat je over miljoenen aan voorinvesteringen en een wereldwijd netwerk voor de vermarkting.” Werken met de miljoenen van anderen geeft druk. “Die leg ik mezelf op. Lelies staan acht maanden in de grond, langer dan elk ander gewas. Een aardappelplant droogt na een regenbui in een half uur op, bij lelies duurt dat minimaal vier uur. In mijn hoofd ben ik altijd bezig met het juiste tijdstip voor de gewasbescherming: staan de planten nu droog, staat er niet te veel wind?”

Filmlaagje
Edwin heeft drie spuitmachines in bedrijf. Overdreven, vinden sommige collega-akkerbouwers, maar juist met de overcapaciteit kan hij op het precieze moment in actie komen. “We werken deels met een laag doseringssysteem. Wat we spuiten bestaat voor driekwart ui minerale olie, die ook in de biologische teelt wordt gebruikt. De olie veegt als het ware als een servet het steekorgaan van de luizen schoon. Daardoor is de kans op verspreiding van ziektekiemen veel lager. Het andere kwart bestaat uit gewasbeschermingsmiddelen.” Vanwege de lange groeitijd en de gedoseerde bestrijding zijn de spuitmachines regelmatig in het land te zien. Dat doet bij buitenstaanders de wenkbrauwen weleens fronsen. “Maar het draait om efficiëntie: beter weinig en wat vaker, dan veel in één keer.

Zuinig spuiten is ook een kwestie van kosten: gewasbeschermingsmiddelen zijn duur en worden door aangescherpte regelgeving steeds duurder. Maar ook het milieuaspect weegt zwaar. “Mijn familie en buren wonen hier. En zestig scholieren zijn nu aan het leliekoppen. Die stel ik toch niet aan gif bloot?”

Delen