Sport

De ontdekkingsreis van Teun

Camera Sietse de Boer Potlood Niels van Marle

Het was wennen in Nij Beets voor Teun Sebastian Angel Wilke Braams. Het leven in het veendorp is even wat anders dan de miljoenenstad Querétaro in Mexico waar de jeugdvoetballer van SC Heerenveen opgroeide. “Maar inmiddels geniet ik ook van de rust. Het is goed voor me. Alleen die kou van de laatste weken, daar kan ik niet zo goed tegen.”

Ook in Mexico is het winter, in ieder geval in meteorologische termen. “Want het is daar nog steeds 25 graden”, zegt Teun met een grote lach, in de wetenschap dat hij vrijdag in het vliegtuig stapt om de feestdagen met zijn familie in Mexico door te gaan brengen. En dan een nog grotere lach. “Lekker Kerstmis en de jaarwisseling vieren bij het zwembad.”

Na vijf maanden Nederland is de zestienjarige voetballer ook wel even toe aan bijtanken op vertrouwde bodem. Al heeft hij het uitstekend naar zijn zin bij zijn gastgezin, de familie Postma in Nij Beets. In dat dorp woonden zijn grootouders en in 2010 verbleef hij samen met zijn ouders, die ook gewoon Nederlands zijn, en zijn broer Gijs een halfjaar bij opa en oma. “Mijn vader en moeder wilden ons graag kennis laten maken met hoe het leven hier is, in het land waar zij vandaan komen.”

In die zes maanden voetbalde Teun bij Blue Boys, daar leerde hij Jens Postma kennen. De twee jongens werden al snel dikke vrienden en omdat ook de ouders bevriend raakten, kwam Teun tijdens vakanties vaak bij Jens over de vloer. Dus toen hij een plekje veroverde in de jeugdopleiding van SC Heerenveen was het bijna logisch dat hij onderdak zou krijgen in Nij Beets. “Het is niet thuis, maar zo voelt het wel.”

Heimwee

“In het begin heb ik het desondanks wel moeilijk gehad hoor. Heimwee, dat soort dingen. Ik miste mijn ouders, mijn broer, vrienden en ook de gewone dingen uit het dagelijks leven in Mexico. De cultuur hier is gewoon anders dan ik gewend was. Mexicanen zijn warm en uitnodigend van karakter. De mensen hier zijn ook wel vriendelijk, maar ze moeten je wel eerst kennen. Nu weet ik hoe het werkt, maar dat was in het begin wel lastig.”

Gelukkig had Teun de taal al wel onder de knie, al blijft hij daar zelf heel bescheiden over. “Mijn ouders spreken altijd Nederlands met ons, dus dat gaat goed. Al zijn er nog altijd uitdrukkingen die ik niet direct begrijp. Ik denk ook niet in het Nederlands, maar nog gewoon in het Spaans. Ook als ik nu met jou praat.”

Schrijven en lezen blijft echter lastiger en mede daardoor zit Teun niet op het vwo, maar doet hij de havo. “De leerstof kan ik allemaal wel aan, maar de taal maakt het soms nog wel lastig. Normaal gesproken was ik hier ingestroomd in het vijfde jaar, maar direct in het examenjaar terechtkomen was niet handig.” Zijn droom is profvoetballer worden, maar Teun neemt zijn opleiding in de schoolbanken ook heel serieus. “Dat vind ik zelf belangrijk en mijn ouders hebben ook altijd benadrukt dat ik schooldiploma’s moet halen. Je weet immers maar nooit.”

SC Heerenveen

Door zijn relatie met de familie Postma kende Teun de voetbalclub SC Heerenveen al voordat hij überhaupt op de radar van de scouts kwam. “Jens en zijn familie zijn supporters, zo heb ik Heerenveen al vroeg leren kennen. En ik vond het ook een mooie, leuke club.” Op zijn vijftiende stuurde Heerenveen hem een uitnodiging voor een stage, na het zien van een aantal video’s. Teun kwam naar Nederland en liet zien wat hij in zijn mars heeft. “Dat ging goed en ze wilden me ook wel hebben, maar dat mocht toen nog niet omdat ik nog geen zestien was.” Het lijntje werd echter warm gehouden en toen de Mexicaan een jaar ouder was, mocht hij alsnog komen. “Ik moest wel laten zien dat ik me in de tussenliggende periode verder ontwikkeld had, maar ook dat ging goed.” En dus sloot hij in augustus aan bij de selectie van Onder 17.

De eerste paar wedstrijden moest Teun nog toekijken, het papierwerk was nog niet op orde. Toen dat geregeld was, liet hij zich meteen zien. “In mijn debuut als invaller tegen FC Twente scoorde ik direct. Dat was heerlijk.” Daarna kwakkelde hij wat met blessures en pendelde hij heen en weer tussen de basis en de reservebank.

Dat laatste is weleens lastig, erkent de jonge latino. “Soms denk je bij jezelf: ben ik nou voor twintig minuten wedstrijd per week de halve wereld over gereisd? Is dit het allemaal waard? Ik wil spelen, het liefst altijd. Maar zo kan het ook gaan in voetbal. Ik weet dat ik ook nog steeds moet wennen aan het Nederlandse voetbal.”

Het helpt dat hij goed kan communiceren met trainer Wilco Hellinga. “Ik voel me heel erg op mijn gemak bij hem. Hij is open en eerlijk tegen me en dat waardeer ik. Ik kan met van alles bij hem terecht.” Teun ziet het dan ook nog steeds zitten. Hij merkt aan zichzelf dat hij wekelijks stappen maakt. “Sowieso is de intentie dat ik minimaal drie jaar in de jeugdopleiding van SC Heerenveen voetbal. Maar ik ben er hoe dan ook van overtuigd dat ik het ga redden.”

Het plan was overigens dat Teun, die opgroeide als spits, bij Heerenveen meer vanuit het middenveld zou gaan voetballen. “Zo ben ik ook hier gekomen, maar inmiddels ben ik toch weer vooral spits. Daar voel ik me ook lekker bij. Ik ben sterk aan de bal, beweeglijk en snel in de dieptes en ik kan goals maken. Ik wil hier de beste speler worden die ik kan zijn. En natuurlijk droom ik van een carrière bij een topclub in Europa.” Zoals bijvoorbeeld landgenoten Hirving ‘Chucky’ Lozano en Érick Gutiérrez van PSV, grote namen in thuisland Mexico. Lozano staat inmiddels al op het verlanglijstje van menig buitenlandse topclub. “Ik volg hen zeker. In Mexico wordt er ook veel over deze spelers geschreven. In ons land zijn we trots op voetballers die op hoog internationaal niveau spelen. Sommige media volgen zelfs mij al een beetje. Dat is wel grappig.”

 

Bezoekjes

Naast het voetballen probeert Teun ook regelmatig familieleden elders in Nederland te bezoeken. Afgelopen weekeinde stapte hij na de laatste competitiewedstrijd van 2018 (2-0 verlies tegen FC Utrecht) in de trein naar een oom en tante in Heemstede. “Ik ben nu zo dichtbij, dus ik bezoek hen regelmatig in plaats van de één keer per twee of drie jaar zoals in het verleden.”

Nieuw voor Teun was het fietsen. “Dat kon ik al wel, maar nog niet in het verkeer zal ik maar zeggen. Terwijl dat hier heel normaal is. Gelukkig gaat dat nu goed.” Dat zal ook wel moeten, want vanuit zijn huis in Nij Beets gaat hij per fiets naar de bushalte en ook in Heerenveen verplaatst Teun zich op twee wielen.

Daarnaast gaat Teun regelmatig mee met gastouder Anko Postma, wethouder in de gemeente Opsterland. “Ik vind het leuk om zo de omgeving te leren kennen. Zo ben ik laatst een keer bij LDODK gaan kijken. Korfballen kennen we in Mexico helemaal niet, daar heb je alleen basketbal. Maar ik vond het enorm leuk om te zien, met ook een gezellige sfeer. Dat zijn prachtige ervaringen.”

Niet nieuw, maar desondanks bijzonder, was de sneeuw van afgelopen weekeinde. “Al kan ik niet zo goed tegen die kou. Ik vind het echt heel erg koud. Toen ik voor het eerst moest voetballen met deze temperatuur, weigerde mijn lichaam gewoon.”

Lastige naam

Hij heeft twee Nederlandse en twee Spaanstalige voornamen: Teun Sebastian Angel Wilke Braams. Zijn roepnaam is Teun en dat is voor Mexicanen een aardige tongbreker. “Dat kunnen ze gewoon niet uitspreken. Het wordt dan Té-jon of Té-jun en ze vragen altijd waar het vandaan komt. Mijn andere namen hebben een diepere betekenis, maar Teun vonden mijn ouders gewoon een mooie naam. Ik ben er echt trots op, het is speciaal. Al heb ik weleens voor de grap gevraagd waar ze mee bezig waren toen ze mijn naam bedachten.” Broer Gijs kwam er wat dat betreft beter vanaf.

Queretaro

 

Teun komt uit Querétaro, een stad met circa twee miljoen inwoners. “Mensen hebben bij een Mexicaanse stad vaak het beeld van drugs en criminaliteit, zoals je bijvoorbeeld in de Netflix-serie Narcos ziet, maar dat klopt niet. Natuurlijk, je moet in sommige steden wel uitkijken wanneer je in bepaalde wijken komt. Maar ik heb gewoon een heerlijke jeugd gehad en ik vind het nu nog steeds geweldig om in de stad te zijn. Maar het is in niks vergelijkbaar met Nederland.”