Nieuws

De opmerkelijke schilderijenkeuze van baron Van Lynden

Potlood Arend Waninge

Het opbouwen van een kunstcollectie was in de 19e eeuw niet ongewoon in adellijke kringen. Maar Reinhard Boelens baron van Lynden uit Beetsterzwaag maakte hierin opmerkelijke keuzes, analyseert Jenny Reynaerts, conservator 19e-eeuwse kunst van het Amsterdamse Rijksmuseum.

Huize Lyndenstein in Beetsterzwaag beschikte al in 1855 over een schilderijenzaal. Aan de hand van de inventarislijst van de collectie die baron van Lynden aan het Rijksmuseum naliet schetst Reynaerts een beeld van veel stemmige, soms donkere schilderijen. “Met vaak melancholische, romantische en regelmatig godsvruchtige thema’s.” Baron van Lynden was nog geen dertig jaar oud toen hij in de jaren veertig van de 19e eeuw al schilderijen kocht. Hij bezocht verkooptentoonstellingen, waar werken van nog levende Hollandse kunstenaars te zien waren. In 1853 kocht hij bijvoorbeeld op een verkooptentoonstelling in Leeuwarden een historische afbeelding van een biddende Van Oldenbarnevelt van P.F. van Os. “De vraagprijs was 1.600 gulden, blijkt uit bewaard gebleven catalogi. Maar Van Lynden kocht daar ook landschappen voor vijftig tot tweehonderd gulden. Hij koos vaak bekroonde werken, meestal maar één werk per kunstenaar. Van Lynden was een encyclopedische verzamelaar.”

Na zijn huwelijk (1859) met Maria van Pallandt vestigde het echtpaar zich in Den Haag. De inrichting van dat nieuwe huis vormde de start van de tweede schilderijenverzameling. Van Lynden gooide het over een andere boeg. Het romantische Hollandse in Beetsterzwaag maakte volgens Reynaerts in Den Haag plaats voor het Franse realisme. Hij was geïnteresseerd in de School van Barbizon, Franse landschapsschilders die door de uitvinding van de verftube in het veld konden schilderen. Van Lynden kocht de schilderijen deels zelf op Parijse veilingen en hij werkte samen met kunsthandelaar Van Wisselingh.

Reynaerts vindt het opvallend dat de Haagse School nagenoeg in de verzameling ontbreekt. “Van Lynden woonde in Den Haag en had daar veel contacten. Hij was vreemd genoeg ook geen lid van de destijds ook populaire Pulchri Studio. Zijn focus lag heel erg op Parijs, terwijl de rest van Nederland daar weinig belangstelling voor toonde.” Een zending Franse impressionistische schilderijen keerde zelfs vanuit Nederland terug naar Parijs, bij gebrek aan belangstelling. “Hier was ook werk van Monet bij, dat pas later populair werd. Van Lynden bezat lang de enige Monet in Nederland.”

Dat Van Lynden de collectie naliet aan het nog jonge Amsterdamse Rijksmuseum vindt Reynaerts ook merkwaardig. “Den Haag of Leeuwarden hadden ook voor de hand gelegen. Misschien heeft het te maken met de ervaring van Hendrik Willem Mesdag.” Het Haags Gemeentemuseum toonde geen belangstelling voor zijn later fameuze collectie. “Beide mannen kenden elkaar ongetwijfeld.” Amsterdam ontving de collectie Van Lynden-Van Pallandt met open armen. De collectie kreeg aanvankelijk een belangrijke plek, maar verdween langzamerhand meer en meer naar het depot. Reynaerts denkt dat het deels te maken heeft met de populariteit van de ‘moeilijk te lezen’ schilderijen uit de collectie Beetsterzwaag. Maar ook met schenkingen van andere collecties aan het Rijksmuseum, zoals de Drucker-Frasercollectie, die voor een eigen zaal wilden betalen. Bij de grote renovatie van het Rijksmuseum (rond 2013) zijn schilderijen van de collectie Van Lynden-Van Pallandt teruggehaald uit bijvoorbeeld het Van Gogh Museum. Reynaerts: “De collectie verdient meer aandacht omdat het ook veel vertelt over de particuliere verzamelingen in de 19e eeuw.”

Jenny Reynaerts gaf donderdag in Beetsterzwaag (55 bezoekers) een lezing in het kader van de buitenexpositie Van Lyndens Erfenis, die nog de hele zomer te zien is in de tuinen rond Huize Lyndenstein in Beetsterzwaag. Er volgen nog lezingen op 12 en 27 augustus en op 10 september.  historischbeetsterzwaag.nl/lezingen

Jenny Reynaerts.

Delen