Sport

Duizend deelnemers voor allerlaatste NachtSwalkerstocht

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Is het echt de laatste keer? Het is echt de laatste keer. Ondanks dat ze van alle kanten aan haar jasje wordt getrokken, zet wandelsporttrainer en coach Gretha de Vries een punt achter het organiseren van de jaarlijkse NachtSwalkerstocht rond Nieuwehorne.

De theatrale nachtwandeling telde vrijdagavond meer deelnemers dan ooit: maar liefst duizend deelnemers lopen de tocht van 15 km. Ook dit keer weer met verrassende paadjes en doorsteekjes die niet eerder in het parkoers voorkwamen. Onderweg doen de nachtelijke wandelaars onder ander het feeëriek verlicht Molenbos in Oldeberkoop aan, wandelen ze langs de Lichtbrengers van het Wad aan de Tjonger en worden ze bij de sluis getrakteerd op een opwindende dansuitvoering. Bij ‘swalkers’ op herhaling, en dat zijn er nogal wat, heerst naast de feestelijke stemming toch ook een beetje de weemoed dat ze met de laatste editie bezig zijn. Maar bedenker en samensteller Gretha de Vries is niet te vermurwen. “Sân jier ha ik de NachtSwalkerstocht mei in soad wille dien, mar it is moai west. It is tiid foar wat oars.”

Struuntochten

In de loop van de jaren kreeg het idee van de nachtelijke wandeling veel andere plekken navolging. Daarbij vergt de theatrale omkleding van de NachtSwalkers veel tijd, geeft De Vries als redenen om er een punt achter te zetten. Met haar bedrijf ‘Doelgericht wandelen’ richt de gediplomeerde wandelcoach zich voortaan meer op de kernactiviteit, zonder allerlei toeters en bellen. “Gewoan rinne yn de natuer is al in feestje op himsels.” Dat laten haar ‘struuntochten’ wel zien; inmiddels doen ruim vierhonderd man mee aan de maandelijkse dagtochten die telkens een stukje verder gaan. De NachtSwalkerstocht uit handen geven, wil De Vries niet. “It is fan my en it bliuwt fan my.” Ze denkt na over een nieuwe invulling van de ‘Swalkerstocht’. Wat en hoe zal de komende tijd duidelijk worden. “It giet om de frije gefoel fan it rinnen: de natoer yn mei net mear as in rêchpûdsje.”