Nieuws

Eindelijk de stemmen de baas

Camera Sietse de Boer

Dertig jaar lang beheersten stemmen in haar hoofd het leven van Joke de Jong. Na een bijna fatale crisis besloot ze het gevecht tegen haar demonen op te geven. Sindsdien gaat het beter, stukje bij beetje. De acceptatie van het onvermijdelijke geeft rust en zorgt voor evenwicht. “De stimmen binne der noch wol, mar ik lear se te negearjen.”

Joke de Jong leeft naar eigen zeggen doelloos, maakt geen plannen meer, gaat stress uit de weg. Ze houdt haar wereld bewust klein en overzichtelijk. De hond, de kat, een paar vrienden die haar begrijpen; het is goed zo. In haar onlangs verschenen boek ‘Omkeren’ doet ze openhartig verslag van de innerlijke strijd die daaraan voorafging. De confrontatie op papier met haar ‘boze geesten’ zag ze als laatste redmiddel, een zelfgekozen therapie die haar uiteindelijk in staat stelde meer op afstand naar zichzelf te kijken. Gedurende de vier jaar van het schrijven heeft ze nooit een moment stilgestaan bij eventuele publicatie, pas op aandringen van vrienden zocht ze een uitgever. Nu het boek op tafel ligt, erkent De Jong dat het egodocument haar eigenwaarde goed doet. Het verzacht een beetje het gevoel dat ze parasiteert op de samenleving, wellicht kan haar relaas anderen helpen. “Twa prosint fan de befolking hat, krekt as ik, lêst fan schizofrenie en bipolariteit. Allinnich op De Gordyk hast it dan al oer 120 minsken.”

Panisch

Bij De Jong manifesteren de symptomen zich in 1987, zo rond haar twintigste. Ze werkt dan in de Tjongerschans, waar ze de opleiding voor A-verpleegkundige volgt. De beëindiging van de relatie met haar jeugdvriendje vormt het kantelpunt. Daarna volgen de wanen, de depressies en de slapeloze nachten. “Ik hearde earst samar in freonlike stim fan bûtenôf dy’t sei: gean mar rêstich sliepen. Mar oerdei kamen der oare stimmen by. Dy wiene lulker en raasden al myn gedachten lûd nei. Ik rekke panysk en tocht: net oer prate, aanst slute se my op.” Ze vlucht naar haar kamertje en belandt maandenlang in de ziektewet. Terugkijkend ontwaart ze nu een patroon van erfelijkheid. “Thús hie ik altyd it gefoel dat ik der allinnich foar stie. Ik miste leafde.” Maar goed beschouwd valt achteraf op haar ouderlijk huis niet zoveel aan te merken, onderkent ze inmiddels. Haar niet aflatende hunkering naar liefde heeft ook alles te maken met hoe ze zelf in elkaar steekt.

Schuldig

Onder de kalmeringsmiddelen meldt ze zich weer bij de Tjongerschans, maar al gauw merken de collega’s haar gedragsveranderingen op. Na onderzoek adviseert het ziekenhuis opname in een psychiatrische inrichting. De Jong verhuist naar Licht en Kracht in Assen, waar ze met behulp van medicatie de rust in haar hoofd hervindt. “Dêr rekke ik ferleafd op ien fan de oare pasjinten. Doe’t hy ûntslach krige, bin ik efter him oan gien.” Ze vinden een huis in Wolvega en trouwen met elkaar. De Jong volgt deeltijdtherapie en een poos gaat het eigenlijk best goed met het paar. Maar ondanks consequente medicatie-inname krijgt de bipolariteit haar na verloop van tijd weer in de greep. “De iene wike wie ik manysk en sette ik it hiele hûs op de kop. Dêrnei ferfoel ik dan yn depressiviteit en bleau ik dagenlang op bêd lizzen.” Ze voelt zich daar schuldig over en probeert dat met een verstikkend vertoon van liefde te compenseren. Natuurlijk met averechts gevolg, waardoor de stemmen weer terugkeren om haar nog verder de put in te praten. Om overeind te blijven ontwikkelt De Jong een zelfbedachte strategie door tegen de stemmen in te blijven fluisteren. En ze stapt over op lithium dat een gunstig effect lijkt te hebben op haar stemmingswisselingen. Maar het kwaad is dan al geschied. “Myn man luts it net mear. Wy ha oan de keukentafel sitten te gûlen, it gie sa net langer.”

De Jong woont op dat moment met haar man in Oudehorne. Met hem bezoekt ze een half jaar voor de scheiding ook de kerk van Oldeberkoop, waar ze stuit op een vrouw die religieuze kaarsen verkoopt. Ter plekke krijgt De Jong een visioen. “Ik seach Kristus oan it krús wylst er oan it ferstjerren wie. Hy wie bont en blau tatakele en siet ûnder it bloed. It duorre mar in pear sekonden.” Diep ontroerd stromen de tranen over haar wangen, maar ze weet er geen betekenis aan te geven. Ze heeft nooit zo stilgestaan bij Christus en houdt het voorval voor haarzelf. Na de scheiding woont ze drie maanden bij haar vader, daar raakt ze betrokken bij de Evangelische Gemeente in Drachten. De kerkgemeenschap voelt als een warm bad, religie stelt haar in staat haar gevoelens richting te geven. En als neveneffect helpt bidden om de stemmen op afstand te houden.

Gebroken

In de kerk treft ze ook haar nieuwe vriend, bij wie ze na verloop van tijd intrekt. Al na drie maanden staan de ouderlingen op de stoep in Boornbergum. Of ze trouwen of ze gaan uit elkaar, een tussenweg accepteert de kerk niet. Ze trouwen. En opnieuw ontvouwt zich het oude patroon. “Ik stelde my hiel ôfhinklik op, gong yn alles mei om mar leafde te krijen. Dat wreekt him fansels, foar allebeide.” Ook dit huwelijk strandt en De Jong belandt hevig psychotisch op een flatje in Beetsterzwaag. Ze houdt zich staande door de hele dag te bidden. De kerk heeft voor haar afgedaan, maar God blijft haar bondgenoot tegen de stemmen. Een hernieuwde poging om met haar man samen te wonen loopt op niets uit. En dan breekt ze. “Ik hie genôch fan it libben. Ik ha in soad pillen en drank kocht en bin mei de brommer nei it bosk fan De Sweach ta gien.” Haar plan is om in een roes te raken en vervolgens de verdrinkingsdood tegemoet te gaan in een van de bosvennetjes. Ze zakt heerlijk weg op het gezang van de vogels, de stemmen laten zich niet horen.

Bezetene

Een vrouw ziet De Jong toevallig het bos in gaan en slaat alarm. De volgende morgen vinden de hulpdiensten haar op een van de eilandjes, in coma. De Jong komt bij in het ziekenhuis en verwenst haar situatie. Als zelfmoord niet lukt, zit er niets anders op dan haar demonen tegemoet te treden. Na haar ziekenhuisontslag komt ze terecht in een vervallen boerderijtje in Terwispel, waar ze de stemmen een voor een van repliek dient. Volhardend schrijft ze iedere dag weer een stukje bevrijdende tekst, vier jaar lang. “Ik ha dêr myn rûmte fûn om te libjen. Myn buorfrou koe dat wol begripe. O, do bist in bezetene, sei se tsjin my. Dat fûn ik wol komysk.”

 

Omkeren
Het boek ‘Omkeren’ van Joke de Jong telt 100 pagina’s, is uitgegeven door Boekscout en kost 16,99 euro. Het is onder andere te bestellen via boekhandel Planteyn in Gorredijk en via boekschout.nl.