Column

Erna Jansen: Eigen wil

Potlood Arend Waninge

Met een knoop in mijn maag parkeer ik de auto voorbij de oprit naar het huis. De zon schijnt, kinderen voetballen in de straat en de vogels fluiten dat het een lieve lust is. Niets wijst erop dat binnen een uur het leven van mijn vriendin ten einde zal zijn.

Nog voordat ik de achterdeur open kan doen, staat Kim al voor mijn neus. “Hé, hoi! Fijn dat je er bent!” Ik voel mij geborgen en verward in een dikke knuffel. “De dokter komt zo. Erik heeft me geholpen met wassen, maar ik moet nog even naar de wc hoor!” Ik volg haar naar de slaapkamer, waar haar man Erik en hun kinderen Siem en Ron rond het lege bed zitten met een kopje thee en macarons, haar lievelingskoekjes.

De vitrage filtert het zonlicht, er branden waxinelichtjes, de geur van wierook dringt mijn neus binnen en de klanken van Westlife, haar favoriete band, verbreken de stilte. Enigszins ongemakkelijk voelt het als ik Erik en de kinderen begroet. Maar dat gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon als Kim op bed plaatsneemt, nog even aan iedereen vertelt wat ze kwijt wil en ons opdrachten meegeeft. We schieten in de lach; dit is Kim ten voeten uit!

De bel gaat. Erik komt binnen met de huisarts. Die steekt meteen van wal, vraagt Kim of ze zeker is van haar besluit en nadat ze hem heeft overtuigd vertelt hij met een brok in de keel dat hij meteen overgaat tot waarvoor hij is gekomen. Omdat het allemaal al moeilijk genoeg is…

Even later glijdt Kim, in de armen van haar geliefde mannen, van het ene op het andere moment uit het leven.

Erna Jansen Uitvaartzorg

Delen