Thema Warmetruiendag

Gezellig breien voor goede doel

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

Wetenschappers hebben uitgepuzzeld dat de ritmische, herhaalde bewegingen van breien dezelfde voordelen hebben als meditatie. Het verlaagt je hartritme en bloeddruk en is goed voor je hersenactiviteit. Klinkt goed! Toch heeft de breigroep van Vrouwen van Nu een ander doel.

Samen breien is gewoon gezellig, zo blijkt. Met z’n allen rond de tafel in het bibliotheekcafé van Gorredijk vliegen de grappen en grollen over en weer. Gelach en gekeuvel overstemmen de tikkende breinaalden. Op tafel ligt een stapel kleurrijke kindertruitjes en -sjaaltjes. Voor het goede doel, zegt Mettje Leijenaar. “We witte noch net watfoar doel, want we wolle earst in foarried ha om oan te bieden.” Bij Japke Zwaga thuis ligt inmiddels een flinke poef vol. “We breidzje no twa jier foar it goeie doel. Foar dy tiid makken we spul foar ússels.”

De interessegroep handwerken is onderdeel van Vrouwen van Nu. Voorzitter Maartje van der Bijl komt deze middag even kijken. Zelf heeft ze geen breiwerkje mee. “Ik brei maar heel af en toe. Voor mijn man heb ik een keer een Noorse trui gemaakt en daarna voor mijn kleinzoon dezelfde in het klein.” Naast haar showt Cathrien Huitema de eigengemaakte sjaaltrui om haar schouders. “Ik ben voorbereid op dit gesprek”, lacht ze. Verder draagt niemand van de dames nog warme truien, merken we. Te warm in de flat, zegt iemand; de medebreisters beamen dat. Hebben ze gehoord dat het vrijdag Warmetruiendag is? Dan moet de thermostaat een graadje lager. “Oh, dan dogge we dat”, verzekert Griet Bijker.

Ondertussen wordt gebrainstormd over het goede doel waar al die kindertruitjes naartoe kunnen. Misschien wel naar vluchtelingen, stelt Maartje voor. “Ik wit dat se yn it bûtenlân de truien mear wurdearje as hjir”, antwoordt Mettje. Breien bij de afdelingsavonden van de plattelandsvrouwen was vroeger trouwens heel gewoon, memoreert iemand. In die dagen was het ‘not done’ om stil te zitten. Haukje: “Een vrouwenhand en een paardentand. Dy meie net stilstean.”

“Guon bin oan roken ferslave, sa bin wy dat hast oan hantwurkjen”, zegt Haukje doelend op haar vriendin Femmie. “Haukje heeft ons geleerd hoe je de raglanmouw aan elkaar kunt haken. Kijk eens, zo’n mooi naadje”, wijst Femmie op een lichtblauw truitje met twee houten paddenstoeltjes als applicatie. De twee handwerken ook voor de Nierstichting. Uit haar tas trekt Haukje een gehaakt vierkantje. “Fan in sprei dy’t we heal ôfmakke krigen ha. Dêr meitsje we nije rûntsjes omhinne.” Naast verslavend is handwerken ook zeker therapeutisch, denkt Femmie.

Voor Japke gaat het om de gezelligheid van de tweewekelijkse donderdagmiddag-handwerkgroep. Van de overkant klinkt het bewijs: “Hé Haukje, do hiest sa’n moaie mop oer dy ûnsichtbere piama.” Op voorhand verkneutert de groep zich al, Haukje legt haar breiwerk op tafel en gaat er eens goed voor zitten. Het geschater is niet van de lucht bij de clou: die onzichtbare pyjama van beppe had beter eerst gestreken kunnen worden, vindt pake.