Nieuws

Grootmoeders zetten zich in voor grootmoeders

Camera Ria Bakker Potlood Belinda Fallaux

De werkgroep Grannies2Grannies Friesland maakt zich sterk voor een betere situatie van grootmoeders en hun kleinkinderen in Oeganda. Onlangs reisde de groep naar Afrika om zelf te zien waarom hun inzet zo nodig is. “Ik wist uit de verhalen dat de leefomstandigheden daar slecht zijn. Maar nu heb ik met eigen ogen gezien hoe erbarmelijk het is.”

Buiten schemert het al. Je installeert je met een mok hete koffie op je lievelingsfauteuil bij de brandende kachel. Zojuist heb je de kleinkinderen uitgezwaaid, die lachend en met nog rozige wangen van het buitenspelen in de auto stapten. Wat zullen die straks lekker slapen. Je gooit nog een houtblok op het vuur en denkt terug aan het ongelooflijke verhaal dat je vanmiddag hoorde. Een verhaal over ándere grootmoeders, die in hun eentje de permanente zorg hebben voor meerdere kleinkinderen. Ze wonen in Oeganda. Niet in een warm, comfortabel huis zoals jij, maar in een kil, vies en donker lemen hutje. Een wankel krot van hooguit negen vierkante meter, waarin ze met soms wel zeven of acht kleine kinderen wonen en slapen. Op vieze, dunne schuimrubbertjes, onder gore lappen, terwijl de kilte van de modderige grond hun lijf binnendringt en ze amper kleren hebben om zich warm te houden. Waar in de stikdonkere nacht het gevaar dreigt van malariamuggen, kakkerlakken en slangen die het hutje ongehinderd binnendringen, en van de regen die door het lekke dak meedogenloos neersijpelt op de kwetsbare kinderlijfjes. Van een goede nachtrust is vrijwel nooit sprake, laat staan van gezonde leefomstandigheden voor zowel de kinderen als de grootmoeder. Je neemt nog eens een slok koffie en schudt je hoofd vanwege zoveel triestheid. Maar wat kun je doen?

Huisvesting

“In Oeganda heeft aids een complete generatie uitgehold”, vertelt Ria Bakker van Grannies2Grannies Friesland. “Veel grootmoeders zorgen daar noodgedwongen voor hun kleinkinderen. Soms zijn die ook gewoon bij hen achtergelaten door hun eigen kinderen, die zelf naar de stad zijn gegaan om geld te verdienen.” De leefomstandigheden van deze ‘grannies’ en hun kleinkinderen zijn dramatisch. “Bij ons hebben kippen nog een beter onderkomen dan zij. Bovendien zijn de vooruitzichten voor deze grootmoeders en hun kleinkinderen vaak slecht. Er is amper inkomen, weinig eten en schoolgeld is al helemaal bijna niet op te brengen.”

Zes jaar geleden besloot Ria om zich met een groepje vrouwen uit Tijnje en omgeving – allemaal grootmoeders – in te zetten voor grootmoeders en hun kleinkinderen in Oeganda. Grannies2Grannies Friesland is onderdeel van stichting PEFO Nederland, die stichting PEFO Uganda steunt ten bate van deze Oegandese grootmoeders. De missie van Grannies2Grannies is geld inzamelen voor betere huisvesting voor de grannies. Ria: “Voor 3.000 euro staat er een bakstenen, stevig huisje van 5 x 6 meter, met een betonnen vloer en een fikse drempel tegen de slangen. Er is geen voorziening voor water of elektra, maar recent gebouwde huisjes krijgen wel een zonnepaneel en een lampensetje. Van het budget kunnen ook wat meubeltjes en bedden aangeschaft worden.”

Saamhorigheid

De focus ligt op het gebied rond het stadje Jinja, waar PEFO Nederland een kleinschalig (met zo’n 600-800 grannies), lokaal project ondersteunt. Dit plaatselijke initiatief richt zich niet alleen op huisvesting, maar ook op educatie, gezondheidszorg, microfinanciering en het versterken van de economische en rechtspositie van de grannies. Lokale Oegandese grootmoeders die willen deelnemen aan het project zijn verplicht om de wekelijkse groepsbijeenkomsten bij te wonen. Daar volgen ze lees- en schrijflessen en krijgen ze voorlichting over hygiëne, opvoeding en gezondheidszorg. Samen wordt er ook gezongen en gedanst. Het belangrijkste is de saamhorigheid en de steun die ze van elkaar ondervinden. Iedere granny legt wekelijks 1000 shilling (20 cent) in. Wie heel dringend geld nodig heeft – bijvoorbeeld als een kind ziek wordt en medische hulp moet hebben – krijgt dat uit de pot. “Zo hebben ze het gevoel dat ze er niet alleen voor staan”, vertelt Fetsje Bosma van Grannies2Grannies. “Het vergroot hun zelfvertrouwen.”

Inkomen vergaren

In november maakte de werkgroep een werkreis naar Oeganda en bezocht het project. Fetsje: “Er is een boerderij met gewassen, varkens en kippen. Ook is er een timmerwerkplaats, een naai-afdeling en een kappersafdeling. De oudere weeskinderen kunnen hier een vakopleiding volgen. Verder is er een bibliotheek. De grannies leren op de boerderij hoe ze gewassen zoals koffie of mais kunnen verbouwen of kleine dieren kunnen fokken. In Oeganda bestaat geen AOW of pensioen, dus deze ouderen moeten aan de bak om inkomen te krijgen voor henzelf en hun kleinkinderen. Vaak hebben ze een eigen lapje grond of ze verhuren zichzelf als arbeidskracht.”

Tijdens het bezoek werd er een medisch kamp georganiseerd om de grannies de medische zorg te verlenen die ze zelf niet konden betalen. Ook verzorgden de leden van de werkgroep workshops voor de Oegandese grannies. Ze leerden ze kaarten en armbandjes maken en tasjes naaien. Fetsje: “Ons doel was om deze vrouwen bekwaamheden bij te brengen waarmee ze geld kunnen verdienen. Ze waren heel leergierig en enthousiast en we hebben al het materiaal dat we hadden meegenomen, overgedragen zodat ze dit werk voort kunnen zetten.” Daarnaast werd er in samenwerking met de Oegandese grootmoeders een winkeltje ingericht waar tweedehands kinderkleding – ingezameld in Nederland – werd aangeboden. Ria: “De grootmoeders kunnen hier tegen een klein bedrag, bijvoorbeeld tien cent voor een T-shirt, kleding kopen. We hebben er bewust voor gekozen het niet gratis weg te geven. Deze kleding vertegenwoordigt nu waarde en dat geeft de grootmoeders die het kopen waardigheid.” Van sommige Nederlandse grootmoeders was ook de echtgenoot mee op werkreis. Fetsje: “De mannen gaven de daar aanwezige docenten handvaten hoe ze de kinderen zinvolle buitenschoolse opvang kunnen bieden, bijvoorbeeld door de inzet van sportactiviteiten.”

Wezenloos

Lang niet iedere grootmoeder uit Jinja die zich aansluit bij het PEFO-project komt in aanmerking voor een nieuw huisje, daar zijn simpelweg niet genoeg middelen voor. Ria: “De groep bepaalt gezamenlijk wie er aan de beurt is. Dat moet in ieder geval een grootmoeder zijn die eigen grond bezit en die voor meerdere kleinkinderen zorgt. Onderling bepalen de oma’s wie op dat moment de allerberoerdste woonomgeving heeft en voor wie een nieuw onderkomen dus echt heel hard nodig is. Ook kijken ze naar de mentale draagkracht van de vrouw. Soms woont een grootmoeder in een bouwvallig krot, maar kan ze de situatie nog wel aan. Dan moet ze wachten.”

De werkgroep reisde door het gebied om grannies te bezoeken bij wie de nood hoog was. “We zagen schrijnende situaties”, vertelt Fetsje, duidelijk nog onder de indruk. “Zo troffen we een zieke oma die in elkaar gekrompen van de pijn voor haar zwaar vervallen hutje zat. Ze zat maar heen en weer te schudden van de pijnscheuten. Naast haar zat een heel kliekje kinderen wezenloos voor zich uit te staren. Over een andere vrouw hoorden we dat zij de vijfde vrouw was van haar aan aids overleden man. Deze man had al zijn vrouwen geïnfecteerd en de vier andere waren al overleden. Op één dochter na waren ook al haar kinderen aan aids overleden. Zij zorgde nu voor haar vijf kleinkinderen. Hun hutje stond helemaal scheef en op instorten. En het was zo ontzettend klein. Ik vroeg me af: hoe kan iedereen hier toch slapen, dat past toch nooit? Dit soort verhalen zijn er legio. Ik kende ze al, maar nu ik het met eigen ogen zag, was het nog confronterender. ”

Toekomstperspectief

Sinds de oprichting heeft Grannies2Grannies rondom Jinja 32 huisjes kunnen laten bouwen, waarvan negen dit jaar. Voor de betreffende grannies en hun kleinkinderen betekent het nieuwe onderkomen een wereld van verschil. Zo was oma Safina – naar schatting tussen de 50 en 55 jaar – vier jaar geleden een uitgebluste, onverzorgde vrouw. Toen haar hutje op een nacht deels instortte, viel er een muur op een van haar kleinkinderen. Pas bij daglicht zag ze dat het kindje ernstig gewond was, maar een bezoek aan het ziekenhuis mocht niet meer baten: het kind overleed. Safina kreeg een nieuwe woning. Nu, vier jaar later, oogt ze wel vijf jaar jonger dan toen. Ria: “Ze straalt weer, ze is zoveel zorgen kwijt. De kinderen en zij kunnen weer beter slapen, er is meer ruimte, de hygiëne is verbeterd. Dat heeft een positief effect op hun gezondheid. Natuurlijk heeft ze nog steeds problemen om op te lossen, hoe ze aan inkomen komt bijvoorbeeld. Maar als de basis goed is – een veilig huis – dan is er veel meer energie om de andere problemen aan te pakken. Overleven wordt weer een beetje leven, er is toekomstperspectief.”

De veerkracht van de Oegandese vrouwen maakte veel indruk op de Nederlandse groep. Fetsje: “De grannies organiseerden voor ons een slotfeest waar ze dansten en zongen. Honderden oma’s joelden toen wij in Oegandese kleding verschenen. Zelf droegen ze ook zulke prachtige jurken. Waar ze die vandaan haalden? Geen idee. Onvoorstelbaar, zo straatarm zijn en dan toch zo opgewekt kunnen zijn.” “De kracht van die vrouwen is enorm”, vult Ria aan. “Ze buigen wel, maar breken niet.”

Grannies2Grannies

De werkgroep Grannies2Grannies geeft bekendheid aan haar werk via lezingen. Ook staan de dames met Oegandese producten op braderieën en markten en aanvaarden ze donaties van particulieren, stichtingen, kerken en allerlei maatschappelijke organisaties. Het ingezamelde geld gaat gegarandeerd voor de volle honderd procent naar de bouw van de huisjes. Kleinschalige ontwikkelingshulp als dit wordt nog weleens gezien als de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat, erkent Ria. “Je weet soms inderdaad niet waar je moet beginnen als je honderd hutjes passeert die allemaal op instorten staan. Maar toch, als je ziet hoeveel verschil een huisje al voor één oma maakt, is het de inzet waard. Behalve de grootmoeder hebben ook vijf, zes kinderen weer kansen in het leven. Niet voor niks wordt er wel gezegd: red één mens en je redt de hele wereld.” Het project steunen met een gift kan via rekening NL37 SNSB 0945 5212 51 t.n.v. Stichting ter ondersteuning van PEFO Uganda te Utrecht.