Nieuws

Het prachtige onbekende Van Oordt’s Mersken

Potlood Arend Waninge

De bordjes zijn heel duidelijk: verboden toegang. Niet tijdens een seizoen, maar gewoon altijd. Het natuurgebied Van Oordt’s Mersken tussen Terwispel, Nij Beets en Beetsterzwaag is zodanig kwetsbaar, dat bezoekers niet welkom zijn.

Terreineigenaar Staatsbosbeheer maakt twee keer per jaar een uitzondering. Gids Sikke Visser neemt dan een groep geïnteresseerden mee door het bijzondere gebied. Op het parkeerterrein aan de Sweachsterwei zorgen de vele ooievaars voor een mooi welkom. De grote vogels zijn al bijna gewoon voor wie regelmatig tussen Beetsterzwaag en Lippenhuizen rijdt, maar van dichtbij blijven ze bijzonder. Ze scharrelen in een groot omliggend gebied hun kostje bij elkaar. Visser, zelf jarenlang nazorger in de Bouwerspolder aan de rand van de Van Oordt’s Mersken, weet dat er weinig weidevogels meer in het gebied zijn. “Dêr sit sawat neat mear. Dat hat mei it behear te meitsjen, mar miskyn ek wol mei de earrebarren.”

Tijdens de twee uur durende rondgang door het gebied duiken er, behalve een enkele kievit en reiger, weinig vogels in het veld op. Het veelstemmige fluitorkest dat met de naderende schemering steeds luider klinkt, verraadt wel een groot aantal vogels in de bomen. Reeën zijn er ook volop. De teller staat al snel op vijftien. Ze duiken steeds weer op. Het decor is indrukwekkend, ook al blijven de vrachtauto’s op de A7 een niet meer uit te wissen dissonant. De snelweg doorkruist het beschermde natuurgebied.

Biodiversiteit
Van Oordt’s Mersken is een Natura 2000-gebied. Het beheer is volgens Visser in eerste instantie gericht op het behouden en later op het verbeteren van de biodiversiteit. De afgelopen winter ging een groot deel van het gebied op de schop. Opnieuw zijn er meerdere hectares afgeplagd. Het moet leiden tot schralere gronden. Hele stukken nog niet zo lang geleden boerenland, veranderen weer in heidevelden. “Ferline jier like it der al aardich op, mar no is der foaral hiel folle mos.” Het bloeiende mos zorgt wel voor een fraaie oranje gloed over het veld. “It is spitich dat de natoer sa’n twa wike achterleit. Oars hie der no al folle mear bloeid.”

In het gebied is veel gekapt. Wie goed kijkt, ziet dat er sloten zijn gedempt. “Mei sân en liem”, licht Visser toe. Het is onderdeel van een groot plan om het lokale grondwater minder snel af te voeren. Zodat er meer water beschikbaar blijft voor de plantenwortels in de zeldzame blauwgraslanden. Het gebied had lang te kampen met een te snelle afwatering onder andere door het vele kwelwater en de water- en zandwinning bij Nij Beets. De aanleg van een grote waterplas nabij de Nieuwe Vaart, zo’n vijftien jaar geleden, helpt bij het langer vasthouden van het water. ’s Winters zijn er veel ganzen. Nu is het vrij stil, ook al zetten vijf prachtige knobbelzwanen de landing in.   

Het gebied kent volgens Visser enkele belangrijke soorten van de rode flora- en faunalijsten. De kemphaan en het paapje zijn zeldzame vogels in het gebied. Bij de vissen gaat de aandacht naar de grote en kleine modderkruiper. Verschillende zeggesoorten, zonnedauw, Spaanse ruiter en stekelbrem zijn zeldzame planten. Een oplettende deelnemer aan de excursie heeft al iets geels gezien. Van dichtbij volgt de bevestiging: het is de laaggroeiende gele stekelbrem.

“Ferjit foaral ek net nei de grûn te sjen”, tipt Sikke. De vele reeën laten hun sporen na, maar er zijn ook vossen en dassen. Visser weet sowieso van twee dassenburchten. Hij houdt de plek geheim om verstoring te voorkomen. Het aantal dassen in de omgeving groeit. Niet iedereen is er blij mee. “Ferline jier ha we hjir in deade das fûn dy’t, tinke wy, fergiftige is.” Visser is met natuurvrienden uit onder andere Bakkeveen van plan de aanwezige dassenburchten in kaart te brengen en dat te koppelen aan voorlichting. Visser legt uit waaraan een dassenburcht te herkennen is. “Der binne meardere yngongen. En de gong makket eins fuortdaalk nei de yngong in skerpe bocht. Foksen grave rjochtút.” www.beetsterzwaagnatuurlijk.nl

Van Oordt’s Mersken
Het circa 800 hectare grote Natura 2000-gebied Van Oordt’s Mersken vormt een overgang van zandgronden naar het laagveen. Het is ook de overgang tussen de midden- en benedenloop van het beekdal van het Koningsdiep. Een afwisseling tussen diverse typen grasland en moerassen. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde vanwege de aanwezige blauwgraslanden, de dotterbloemhooilanden en grote zeggenvegetaties. Het laagste deel is ’s winters een belangrijke pleisterplaats voor kol- en brandganzen.

Professor Van Oordt
Van Oordt’s Mersken dankt haar naam aan professor dr. G.J. van Oordt. Deze ornitholoog deed in 1921 uitgebreid onderzoek naar vogels op Spitsbergen. Later kreeg hij de leiding over een groep wetenschappers die zich richtte op de vogeltrek. In 1936 verscheen van zijn hand een enkele malen herdrukt boek: ‘Vogeltrek’. Van Oordt was voor zijn onderzoek vaak te vinden in het natuurgebied tussen Terwispel en Beetsterzwaag, waar ook toen al veel ganzen verbleven. Het werd het eerste officiële ganzengedooggebied van het land. Als eerbetoon draagt het gebied zijn naam.