Nieuws

Hille en Jantje zijn 60 jaar getrouwd

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

“It wie mei de skrikkeldûns yn it kafé fan Lingsma. Doe ha ik dy útkeazen”, vertelt Jantje van der Sluis.  Zo begon het, op een van de zondagse dansavonden van ‘t Witte Huis in Donkerbroek midden jaren vijftig.

Ze waren allebei 22 jaar. Hille vroeg Jantje eerder al eens ten dans, maar toen wees ze hem af. Van mannen in uniform moest ze niets hebben. “Ik siet yn tsjinst en it wie doe noch ferplicht it uniform te dragen.” Toen hij eenmaal in burgerkleren was, pakte Jantje door. Aan het eind van de avond mocht Hille haar naar huis brengen.

Jantje kwam uit Haulerwijk. Op de terugweg naar Lippenhuizen nam Hille zich voor de dikke boom bij haar ouderlijk huis te onthouden. “Sa koe ik de wei nei har weromfine.” Boerendochter Jantje wist in die dagen één ding zeker: ‘net mei in boer’. “Mar Hille kaam hieltyd werom.” Ze trouwden tweeënhalf jaar later, in 1959. “Wy moasten troue”, grijnst Hille. “Hâld op”, wuift Jantje de opmerking weg. Ze trouwden versneld omdat Hilles mem vanwege haar gezondheid de pleats beter kon verruilen voor een andere plek. Zo stond het jonge paar er al vroeg voor.

Sober maar goed

Ondanks de gedempte wijken achter de boerderij aan de Compagnonsvaart liet de afwatering te wensen over. Met hoog water in de vaart stonden sommige percelen blank. Echter niet in 1959: “Dat wie in hiel droech jier.” De vier hectare bouwland bracht nog niet de helft op van het jaar ervoor, de 25 hectare grasland kleurde geel. Ondanks de valse start prijsden ze zich gelukkig. “Wy hiene it sober, mar goed.” Naast de vier Friezen gebruikten ze een trekkertje en de net aangeschafte melkwagen met zwaaiarm. “Ien kear yn de wike moast dy hielendal útinoar om skjin te meitsjen. Wat in wurk.”

De tijd mee

In 1963 kwam het land van buurman te koop. “Heit fielde der neat foar, mar liet him troch Jantje oertsjûgje wol te keapjen. Dat wie in goeie set.” Met inmiddels twee kinderen en een derde op komst keek het jonge gezin vooruit, het gemengde bedrijf werd een melkveebedrijf. “Wy hiene de tiid mei, dêr ha wy gebrûk fan makke.” In 1970 bouwden ze al een ligboxenstal voor tachtig koeien. “Dat kin noait, seinen se op ‘e buert.” Jantje had er slapeloze nachten van, maar steunde Hille onvoorwaardelijk. “Hy wie in oanpakker.” Met Jantje durfde Hille de stappen ook te maken. “Se hie in skerp each foar de bisten en it wurk.”

Na de opwaartse jaren bedaarde de expansiedrift in de jaren tachtig. Achteraf vindt Hille dat hij toen kansen heeft laten liggen. “Mei de yntroduksje fan de superheffing wie ik te braaf.” Hij ziet parallellen met de fosfaatrechten van vandaag de dag. Maar dat is aan dochter Klaske en haar man, hun opvolgers. Hille en Jantje wonen in Lippenhuizen.