Nieuws

Ingezonden: Krantenhonger wordt muis fataal

Potlood Renske Woudstra

Vanaf 1985 kwam ik bij weerman Hans de Jong in Gorredijk thuis. Het gezin kende ik onder andere via dochter Marita. De Jong publiceerde in De Woudklank historische verhalen, ik bracht materiaal aan voor onderwerpen over mijn geboortedorp Beetsterzwaag.

De Jong had de gewoonte om extra kranten te bewaren, soms driedubbel. Op de pagina’s ‘In plaetsje mei ’n praetsje’ stond de schrijver afgebeeld met z’n blik enigszins naar boven. Mijn moeder zei: “Eigenwiis.” Ik zei: “Nee, hy sjocht yn ’t waar!” De kranten stapelden zich in de loop der jaren op onder de boekenplanken in zijn werkkamer. Na zijn overlijden mocht ik de kranten ophalen. De ‘De Jong’s vesting’ werd hierdoor een beetje leger.

Ik vervoerde de weekbladen achter in de auto van Gorredijk naar mijn woonplaats Noordwijk bij Marum. Op de A7 flitsten de lichten van de tegenliggers. Ik dacht eerst als begroeting, maar het bleek dat door het gewicht van de kranten achterin de koplampen de anderen in de ogen schenen. Na meerdere autoritten lag mijn werkkamer vol kranten. Zo kwam mijn bureau klem te zitten tussen de erfenis van De Jong. Dit was geen goed idee. Dus verhuisde ik alles in plastic vuilniszakken naar de garage.

De deur van de garage bevat een gat, voor een ooit gepland kattenluik. Een vrije doorgang voor dieren die tijdelijk of langer gebruik willen maken van een droog onderkomen. Bij het uit elkaar halen van de kranten ontdekte ik snippers en vraatsporen. Wat was het geval? Te midden van het papier had zich een muisje genesteld, om in de warmte ervan de winter door te brengen. Helaas heeft het diertje de winter niet overleefd.

Thom Vellinga Noordwijk

Hans de Jong in zijn werkkamer.