Nieuws

Jan Eisenga bekocht staken met de dood

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

Op de plek waar hij ooit onderwijzer was, werd de in Tweede Wereldoorlog omgebrachte Jan Eisenga donderdag herdacht door ruim vijftig kinderen uit groep 7 en 8 van School Loevestein. Ze legden bloemen bij de koperen plaquette in het trappenhuis van Museum Opsterlân in Gorredijk en lazen gedichten voor.

In alle rust nemen de kinderen plaats op de 130 jaar oude traptreden. Juf Willy van den Bergs vertelt de kinderen over het herdenkingsmonument: “De plaquette werd op al 13 juli 1946 onthuld en hangt sinds 1978 in het museum.” Ze wijst de pompeblêden aan op de koperen plaat, het wapen van Fryslân en wat letters. “Wat vinden jullie hiervan?” Mooi, is de eerste reactie van een paar. Groot, dat is het ook. “Wie vindt het maar een lelijk bruin ding? Eerlijk zeggen!” Dan gaan er toch vijf vingers de lucht in. “Weet je waarom ik dit vraag? Omdat wij vrij zijn om te zeggen wat we ergens van vinden. In de Tweede Wereldoorlog was dat niet zo gewoon.”

Tess vertelt over Jan Eisenga.

Ze leest het gedicht ‘Recht op vrije meningsuiting’ van Jan Boerstoel voor. Over dat je zonder bang te hoeven zijn, je mening mag geven. Dat je daar niet meteen voor in de gevangenis gaat. “Jan Eisenga ging wel de gevangenis in. Tess gaat jullie vertellen wie Jan Eisenga nu eigenlijk was.” Voor een muisstil publiek begint Tess over de april-mei staking van 1943. “Jan Eisenga wilde in verband met deze staking zijn school na de Paasvakantie sluiten. Hij riep zijn collega’s op om hetzelfde te doen als de stakende boeren, arbeiders en ambtenaren.” Jan werd verraden. “Er werd ’s avonds, het was 4 mei, na elven aan de deur gebeld door de Duitsers. Eisenga moest zich aankleden en bij de voordeur afscheid nemen van zijn vrouw.” Jan Eisenga werd op 5 mei gefusilleerd voor het organiseren van de schoolstaking.

Jan Eisenga werd gepakt voor staken. “Ik heb dit jaar ook gestaakt”, zegt juf Willy. “Wij werden niet opgepakt omdat we dankzij Jan Eisenga en al die andere verzetsstrijders kunnen leven in vrijheid. Dat is niet zomaar iets, dat willen we doorgeven. Daarom zijn we hier elk jaar rond 14 april.” Chimène (11) en Nanne (11) leggen de krans op het bankje onder de plaquette waarna een indrukwekkende minuut stilte volgt. Dan: “Wij hebben recht op vrijheid van meningsuiting en het recht om onze talenten te ontwikkelen. We treffen het dat onze school zoveel talenten heeft.” Drie van die talenten lezen hun eigengemaakte gedichten voor. Elin (12) schreef ‘Woorden schieten mij te kort’, over de zware oorlogstijd voor Joden. Ook Bente (12) schreef hierover met haar gedicht ‘Vrijheid was er niet voor hen’. Lotte (12) sluit af met het gedicht ‘Vrijheid is alles’: “Denk na en wees stil, dat doen wij op 4 mei en 11 april.”

Lotte, Bente en Elin (vlnr) lezen hun gedichten voor.

Elk jaar rond de bevrijdingsdag van Gorredijk, 14 april, leggen leerlingen van drie basisscholen kransen bij de door hen geadopteerde oorlogsmonumenten. De Librije deed dat bij het monument voor Gerke Numan bij de Hoofdbrug en De Treffer bij het oorlogsmonument op de begraafplaats aan de Hegedyk.