Nieuws

‘Joke en Jolke foar bier en poeiermolke’

Camera Omrop Fryslân Potlood Arend Waninge

Jolke is niet meer. De bijzondere kroegbaas van Terwispel overleed begin deze week onverwachts. Hij groeide de laatste jaren door social media en tv-reportages uit tot een landelijke bekendheid. Regelmatig stopten groepen jongeren van overal uit het land in Terwispel voor een bezoek aan Jolke: ‘lekker, lekker’.

Ik woon al bijna mijn hele leven in Terwispel, groeide op schuin tegenover het café. Na het overlijden van Kees Meijerhof, ook een befaamde uitbater, was het café jarenlang buiten gebruik. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig dook een Amsterdammer op als nieuwe kroegbaas. Hij kreeg de bijnaam Jan Par en haalde enkele keren volkszanger Dikke Leo naar Terwispel haalde. Het paste niet echt. En toen kwam Jolke, nu ruim 35 jaar geleden. Met Joke aan zijn zijde.

Met de âldjiersploech bedachten we dat jaar een passend dorpscadeau: een consumptiemunt van Jolke. Te besteden op nieuwjaarsdag. Om kennis te maken met Jolke (en Joke). De nieuwe café-eigenaren kregen een passend gevelbord: ‘Joke en Jolke, foar bier en poeiermolke’. Vanaf het begin was Jolke een bijzonder verschijning. De grote bos haar, de grote baard, de krachtige stem. Hij verkocht aanvankelijk ook ijsco’s. Niet altijd even succesvol. Als het luikje in de deur openging en Jolke zijn behaarde gezicht met luide stem er doorheen stak, deinsden de kinderen achteruit.

Een echt dorpscafé is Café Spaltenbrêge nooit geworden. Paste niet helemaal bij Jolke en Terwispel had zijn dorpshuis. Jarenlang stond oudjaarsnacht wel garant voor een vol café. En in de beginjaren ook de zaterdagavond van het tweejaarlijkse dorpsfeest. In de feesttent was er dan een toneelstuk of cabaret. Dat vond niet iedereen feest, Jolke bood een passend alternatief. Was het toneel klaar, dan sloot Jolke het café en ging samen met zijn gasten naar de feesttent. Ik herinner mij ook nog een begrafenis in het café. Nadat de overledene zijn laatste rustplaats had gevonden, verplaatste het gezelschap zich naar Jolke. De koffie was snel op. Dat paste Jolke wel en was ook de wens van overledene. Het werd een gezellig afscheid.

Hij was een man met vast repertoire, zoals ‘in gleske of in fleske’. De bierdrinker had aanvankelijk de keuze tussen tapbier of een flesje. Later was de keuze beperkt tot alleen het flesje. Jolke verkocht wel verschillende merken, zijn in- en verkoopbeleid was bijzonder. In Gorredijk kent iedereen wel het beeld van Jolke die door de supermarkt trok met een kar vol lege of volle kratten, kien op de weekaanbiedingen.

Café Spaltenbrêge had een bijzondere en vaak trouwe clientèle. Stomtoevallig keek ik begin deze week de dvd van mijn vrijgezellenfeest, 27 jaar geleden. Deels opgenomen bij Jolke in het café. Ik herkende een vaste bezoeker die ik nu nog regelmatig langs zie fietsen. Maar niet iedere vaste gast was even trouw van betalen. Jolke was meegaand, tot een bepaald punt. Bij een notoire wanbetaler stortte hij eens een fikse stapel puin voor de deur. Een bordje gaf duidelijkheid: ‘Als u niet stort bij de kroegbaas, stort de kroegbaas wel bij u’.

Jolke kon smakelijk vertellen over een schietpartij bij hem in het café, jaren geleden. De kogelgaten zijn nog altijd aanwezig. Het kon raar lopen. “Mar it wie myn tiid noch net”, zei hij er dan bij. Dat was toen, deze week ‘wie it syn tiid’ al.

Arend Waninge