Thema Auto

Kartfamilie Brander: ‘Moatst in soad sels dwaan’

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Karting gevaarlijk? Neuh, valt mee. Op de baan gebeurt weleens wat, maar niks ernstigs. Bovendien dragen ze een veiligheidsuitrusting: helm, body, nekbeschermer, handschoenen. Maar om dat nu allemaal aan te trekken voor een foto? “Wy gean hjir op de dyk net yn it pak.”

Daan (18) en Stijn (14) Brander uit Jubbega doen aan karting. Daan rijdt in de Koningsklasse met een kart die voluit 180 km/u kan. “Mar dat hellest net op de circuits wêr’t wy ride.” Stijn maakte afgelopen zomer de overstap naar het grote werk. “Foar de KZ-klasse moatst eins fyftjin jier wêze, mar toe mar. Stijn wie deroan ta”, zegt heit Henk Brander. Om de week trekt hij er met zijn zoons opuit om hen te kunnen laten trainen op een van de noordelijke kartcircuits, meestal in Vledderveen. Mem Hester slaat nu weleens over. “Karten wie fan it gesin, mar is no mear in manljusding wurden.”

Grip

De snelheid ligt hoog, beaamt Daan. “Mar dêr wenst oan. Power is in oar ferhaal, foaral ast út de bocht komst.” De kunst is voor de bocht zo laat mogelijk te remmen, uit te zwenken naast je tegenstander en met net de juiste dot gas in de perfecte bochtlijn voorbij te gaan. “Ynhelje jout sa’n kick.” Een combinatie van lef, rijtechniek en weten wat de kart kan hebben. Zo kan Daan tijdens de rondes de rembalans bijstellen en kan hij de ideale motortemperatuur beïnvloeden door de koeling af te regelen.

Zijn oudere broer is een meester in het uitremmen voor de bocht, geeft Stijn toe. “Yn karting giet it om grip.” Maar ook om durf, aldus Daan. “Stijn doart mear, ik ryd foarsichtiger.” Voorlopig is hij zijn jongere broer met een verschil van 0.4 seconde per ronde nog de baas. Best veel, bij karting draait het om tienden. Maar Stijn komt eraan, onstuitbaar.

Jobbegeaster Max

Dat is ook niet zo verwonderlijk, Daan begon pas serieus op z’n twaalfde te racen. “Dat is eins te let”, weet heit Henk. “Stijn hat it gelok dat er as lyts mantsje al ynstappe koe, dan komt it gefoel fansels. Stijn is ek fanatiker, Daan hat wer mear mei fuotbal. ” Dus de volgende Max Verstappen zou zomaar uit Jubbega kunnen komen? Als het aan Stijn ligt wel, maar daar komt nog wel wat bij kijken, tempert Henk de verwachtingen. “Karting is djoer, om offisjele wedstriden te riden hast sponsors nedich.”

Vooralsnog bekostigen ze alles zelf; met de onvermijdelijke slijtage van onderdelen een flinke hap uit het gezinsbudget. Maar dat hebben ze ervoor over. Leverancier Boonstra Karts uit Waskemeer huurt zo nu en dan een baan af in Assen, zodat ze met een groep gelijkstemden kunnen trainen, dat scheelt. En techneut Henk mag zelf graag sleutelen, zo bouwde hij eigenhandig een ‘pitcar’ om de karts in en uit de aanhanger te krijgen. “Vroeger hie ik sels de kâns net, dat ha ik altyd jammer fûn.” Als zijn zoons zijn uitgeraasd, stapt hij nog even in de kart voor een paar rondjes. Vele seconden langzamer, maar daar gaat het niet om.