Column

Kermis

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Ik heb het dit jaar maar eens omgedraaid. Normaal kijk ik bij het Eurovisie Songfestival alleen naar de puntentelling. Dat is spannend, voorspelbaar en tegelijk vaak verrassend. Maar ook laat op de avond.

Dit jaar luisterde ik met een schuin oor naar alle liedjes, aangemoedigd door gezinsleden die alles op de voet volgden. Ik had mij nog zo voorgenomen dat het grote festival ook wel zonder mij kon, maar ik kwam er als mediavolger vorige week niet onderuit. Overal ging het erover. En dan wint ook bij mij de nieuwsgierigheid. Ook al is het niet ‘my cup of tea’, ik vind het wel fascinerend om te kijken hoe mensen er helemaal in opgaan. Net als bij de Toppers, ook zo’n kermis. Eerlijk is eerlijk, ik ben nog steeds niet gegrepen.

Na een avond Songfestival voelde ik mij vooral oud, doodmoe van al die poespas eromheen. Het regende complimenten over hoe technisch vernuftig Nederland het festival organiseerde. Het leidde mij vooral erg af, te veel prikkels. Hoeveel mensen hebben zich bij de stem echt laten leiden door het liedje? Als de jury nu eens alleen naar de radio had geluisterd, hadden we dan dezelfde uitslag gehad? Ik betwijfel het. Na het laatste lied geloofde ik het wel, voor mij was het bedtijd. Op zondagochtend ging het meer over het vermeende snuifgedrag van de winnaar dan over de kwaliteit van het liedje. Ik zag terug hoe ze reageerden op hun overwinning en ze leken inderdaad behoorlijk van hun padje.

Het was ongetwijfeld de happening waar iedere fan op had gehoopt. Maar als het om kermis gaat, geef mij dan maar die van Gorredijk. Of klinkt dat nu echt bejaard?

Delen