Sport

Klassieke racemotoren razen op industrieterrein

Camera Sietse de Boer

Praten is vrijwel onmogelijk. Maar daar komt het publiek zondagmiddag ook niet voor. Lekker benzinedampen opsnuiven en genieten van de brullende motoren volstaat. En wijzen. “Sjoch, op sa’n ien hat Mike Hailwood noch racet.”

Het rennerskwartier met pitsstraat staat voor de deur van woonmarkthal Omah XL. Het publiek kijkt aan de overkant toe, vanaf het terrein van boekenkoopman Steven Sterk. Ze zien hoe zo’n twintig ‘Kreidlercuppers’ en een enkele NSU knetterend van start gaan. Een blauwe wolk van mengsmeringgassen achterlatend, vliegt de 50 cc-klasse door de bocht De Kromten op. Met de gashendels open en de helmen plat op het stuur gaat het vervolgens op De Werf aan. Vol in de remmen, haakse bocht, en weer terug langs de paar honderd man publiek. Opschakelen, gas erop, afremmen en weer bij schakelen: het stratencircuit op het industrieterrein van Gorredijk telt nauwelijks een kilometer. “Mar dat makket dy mannen net út”, zegt organisator Wietse Tolman uit Wijnjewoude. “Sy fine it gewoan moai om harren masjinen sjen te litten.”

Rijdend museum De coureurs, nogal wat met afgetekend buikje onder het strak leren pak, behoren tot het Rijdend Motorsport Museum (RMM). Met hun Nortons, Benelli’s, Eysinks, DKW’s, BSA’s en andere klassieke racemerken uit de tijd dat de motorracerij nog een volksport was, houden zij in het zomerseizoen twaalf demonstratiewedstrijden. Dankzij de inspanningen van Tolman en mede-motorfanaat Theun de Leeuw doet het brullende oldtimercircus elk jaar Gorredijk aan. “De RMM komt graach hjirre”, weet Tolman. “It asfalt leit der goed by, de bochten binne frij, en de coureurs ha gjin lêst fan stoeprânnen.” De rest van wat hij zegt valt ten prooi aan het gebulder van de langsrazende 350-klasse. Zonder omkijken houdt Tolman even het hoofd scheef. “Ik hear myn Honda, de earste masjine dy ik sels boud hat.”

Mike Hailwood replica Tolman was een jongetje van acht toen hij voor het eerst achter op de brommer met zijn vader mee mocht naar de TT van Assen. Dit jaar bezocht hij het motorenevenement voor de 65ste keer. In zijn jeugd wilde hij zelf racen, maar dat verbood heit. Daarna kwam het er niet meer van door zijn werk in de wegenbouw. Pas toen Tolman in 2002 met de vut ging, kon hij zijn dromen waarmaken. “Ik ha doe in straatfyts kocht en dy omboud tot in Mike Hailwood replica. Mike wie myn grutte held.” Zevenhonderd uur werk stak hij in de klus, het afstruinen van allerhande onderdelenbeurzen niet meegerekend. Waar hij de hand niet op kon leggen, vervaardigde hij zelf. Vriendin Ria herinnert zich de onrustige nachten: “Dan lei Wietse mar yn bed te draaien. It wie in obsessy.”

Op vier wielen Ruim tien jaar heeft Tolman geracet met zelfgebouwde motoren. Hij wist bij het RMM de handen op elkaar te krijgen om de 350 cc als aparte sportklasse toe te voegen aan het wedstrijdprogramma. In

2013 tijdens demowedstrijden in Harlingen klom oud-coureur Jim Redman, ooit roemrucht tegenstander van Mike Hailwood, op Tolmans replicamotor voor een ererondje langs het publiek. Tolman zelf, wat verlaat door organisatorische besognes, kwam er gehaast achteraan. Hij moet een black out hebben gehad, zo verklaart hijzelf het fatale ongeluk dat volgde. Na vier weken ziekenhuis en een half jaar revalideren belandde hij in de rolstoel. “Ik koe net mear sleutelje en dat docht noch altyd sear. Mar oan seuren hast neat, ik genietsje no fan de wedstryden.”

Voor de demoraces starten zet de RMM-speaker Tolman en kompaan De Leeuw nog even in het zonnetje gezet: “Wietse gaat tegenwoordig op vier wielen door de bocht.”