Nieuws

Lekker Sa!: Wispelwyn en andere heerlijkheden

Camera Sietse de Boer Potlood Keimpe Vlietstra

Toen de VARA in de jaren 80 de BBC-serie Terug naar de natuur (The good life) uitzond, zaten Marcus en Anja Minkes uit Terwispel aan de buis gekluisterd. De pogingen van een Engels echtpaar om zelfvoorzienend te leven spraken hen aan. “Doe tochten wy, dat wolle wy ek besykje.”

De volkstuin aan de vaart was een eerste begin. Vervolgens toverden ze in de loop der jaren hun tuin achter hun rijtjeswoning aan de Smidte in Terwispel om tot een paradijsje voor mens, plant en dier. Geen vierkante centimeter blijft onbenut. Ze maken zelf wijn, likeuren, siroop, jam, advocaat; zuurkool en diverse andere producten verdwijnen in de weckfles.

Marcus is vooral van het wijnmaken. “Dêr bin ik al mear as tsien jier mei dwaande. Ik begûn mei in liter as fyftich; doe’t ik der wat slach fan krige, rûn dat op oant dik 200 liter. Dat waard te mâl, no sit ik op sa’n 100 liter yn’t jier, goed 130 flessen ‘Wispelwyn’.” Het seizoen begint omstreeks half juni met vlierbloesem. Inmiddels is het tijd voor alle soorten bessen: frambozen, rode, witte en zwarte bessen en aardbeien. “As it fruit ryp is belje minsken my en dan komme we te plukken. Alles yn ruil foar in fleske lekkere wyn.” Volgens Marcus kun je begin maart al aan de slag, als de sapstromen van de berk op gang komen. Dat sap kun je aftappen, maar dat betekent wel dagelijks oogsten. Gemengd met sinaasappel krijg je dan een heerlijk wijntje. Ook van pruimen, appels, ja zelfs van aardappelen (‘sterk spul’) of paardenbloemen (‘in bealch fol wurk om genôch te plukken’) maakt Marcus wijn. Alles uit eigen dorp en zonder chemische toevoegingen. Na een dag of tien gisten in de ton komt de gezeefde vloeistof in de gistingsfles met waterslot. Die fles pruttelt dan nog een periode, tot het water in het waterslot de juiste stand heeft bereikt. Dan is het tijd om te bottelen. Sommige wijnen, zoals rosé, kunnen al snel worden gedronken. Andere wijnen zijn pas lekker na een tijdje rijpen. In het najaar verwerkt Marcus de talloze druiventrossen uit zijn tuin. “Ik bin eins sels net sa’n wyndrinker, mar Anja fynt myn rosé en de flearblommewyn it lekkerst.”

 

Net te benaud

Anja houdt zich bezig met het maken van siroop, likeur en advocaat. “Wy komme soms om yn de aaien fan ús hintsjes.” De benodigde brandewijn halen ze uit Duitsland en dan nemen ze gelijk de alcohol mee voor het fabriceren van likeur. “Kinst it dêr gewoan keapje yn de supermerk en folle goedkeaper as hjir.” De walnotenboom van vrienden heeft door de droogte al veel noten laten vallen. “Dêr meitsje ik wâlnútelikeur fan. Mei alkohol, sûker en ferskillende krûden in wike as seis yn in ôfsluten weckflesse, filterje en dan bottelje. Sa meitsje ik ek fan kofje (heksenlikeur), sinaasappel (midwinterlikeur), wite beien mei steranys en fan prommen hearlike drankjes. Teminsten, dat seit Marcus. Sels drink ik net folle likeur.” En och, er mislukt ook weleens wat. Nou, dan probeer je het gewoon opnieuw. “Net te benaud wêze.”