Thema: tijd om te lezen

‘Lezen is de essentie van leren’

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Geen vak op de basisschool is zo bepalend voor de ontwikkeling van een kind als lezen, weten de leerkrachten van De Twirre in Ureterp. Hoe meer leesplezier, hoe makkelijker dat gaat. “Lezen moet je wel onderhouden, anders ebt het weg. In de vakantietijd kan de leesvaardigheid zomaar een niveau dalen.”

Is lezen het belangrijkste dat kinderen op school leren? “Ja”, zeggen Jannie Bouma en Debbie van Kammen van obs De Twirre volmondig. “Heb je moeite met lezen, dan heb je moeite met alles. Lezen komt overal in terug: bij rekenen, wereldoriëntatie, televisiekijken, zoeken op internet, koken naar een recept, genieten van een stripboek: lezen is de essentie van alles.” In deze tijd pikken kinderen de kennis en de vaardigheid fragmentarisch op uit een mix van wat ze tegenkomen en aangeboden krijgen, aldus de leerkrachten. “Onze maatschappij drijft op tekst, dat begint al met de herkenning van de woorden en zinnetjes op het pak melk en de pot pindakaas bij het ontbijt. School speelt daarop in. Voorheen volgde het leesonderwijs een vast stramien, maar zo werkt het niet langer. We stemmen het aanbod nu af op de individuele voortgang van het kind.”

Zoemend lezen
Bij juf Jannie leren de kinderen in groep 3/4 de eerste beginselen, bij juf Debbie volgt in groep 5/6 de verdieping. “Op De Twirre doen we aan ‘zoemend lezen’. Zo is de letter M een mmm, van mmm wat lekker. En de Z klinkt als zzz, zoals een zoemende bij doet. De verklanking begint al in speelse vorm bij de kleuters, onder andere met rijmpjes. Zo komen we in groep 3 geleidelijk uit bij de klanken van de afzonderlijke letters en krijgen de kinderen door dat uit een bepaalde klankvolgorde een woord tevoorschijn komt.” In wezen een trucje dat ieder kind vrij snel onder de knie heeft, aldus juf Jannie. Een kwestie van de letters kennen en achter elkaar plakken. “Daarna komt het begrijpen van de woorden en de volgorde in zinnetjes, dat is lastiger. Kinderen lezen weliswaar wat er staat, maar geven er met hun fantasie een eigen draai aan. Hoe snel ze betekenissen werkelijk doorgronden, heeft weer te maken met aanleg en ontwikkeling.”

Voorlezen
Juf Debbie, tevens leescoördinator van De Twirre, onderstreept daarbij de invloed van het voorlezen. “Dat kunnen we niet genoeg benadrukken: voorlezen versnelt de omvang van de woordenschat bij kinderen. Ze hoeven dan namelijk niet elk nieuw woord zelf te verklanken.” De Twirre houdt sinds drie jaar een leesmonitor bij, onderdeel daarvan is de jaarlijkse vragenlijst en daaruit blijkt dat ouders te weinig voorlezen. Juf Jannie: “Ouders denken soms: mijn kind kan al lezen, we hoeven niet zo nodig meer te helpen. Maar dat is een misvatting, je kan eigenlijk niet genoeg voorlezen en samen lezen. Niet alleen voor de verrijking, maar ook om het leesplezier erin te houden. Voorlezen stimuleert de kinderen weer om zelf te lezen.” Als er maar even tijd voor is, grijpen beide juffen dan ook naar het voorleesboek of ze verzinnen een vertelling. En op woensdagmorgen lezen de leerlingen van groep 5 en 6 de kleuters voor.

Onderhouden
De individuele voortgang van de leerlingen meet De Twirre aan de hand van AVI, de landelijke leesvaardigheidsgraadmeter. Het analysesysteem koppelt de moeilijkheidsgraad van een tekst aan het niveau van het kind. “Lezen moet je onderhouden, ook in de vakanties, anders ebt het weg. Doen kinderen dat niet, dan kan de leesvaardigheid zomaar een niveau zijn gedaald bij het begin van het nieuwe schooljaar.”

De relatief snelle terugval kan worden verklaard door het complexe proces dat in het menselijke brein plaatsvindt tijdens het lezen, legt juf Debbie uit. “Anders dan bij andere vaardigheden gebruik je bij lezen beide hersenhelften. Het linker- en het rechterdeel sturen elkaar aan, blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek. Die wisselwerking moet je blijven stimuleren, anders valt die weg.”

 

Theaterlezen
Om elk kind aan het lezen te houden, zet De Twirre daarom vooral in op leesplezier. Uitgangspunt daarbij is: wat het kind leest, is minder belangrijk dan dat het kind leest. Boeken en verhalen die aansluiten bij hun belevingswereld werken het beste. Juf Debbie: “In groep 5/6 ontwikkelen de kinderen hun voorkeuren, dat kan alleen als je ze met alle genres laat kennismaken. Maar dan nog bereik je niet ieder kind. Daarom doen we ook leesspelletjes in de klas: raar lezen, estafettelezen, leesbingo, of theaterlezen met dobbelsteen. Afhankelijk van het getal dat de kinderen gooien, moeten ze dan dezelfde tekst heel hard, of heel verdrietig, of fluisterend oplezen. Als ze er plezier in hebben, gaat het vanzelf.”

Biebhulp
De Twirre prijst zich gelukkig met de bibliotheek in het dorp. “Basisschoolkinderen zijn automatisch lid en als school werken we nauw samen”, zegt juf Jannie. “Elke groep gaat vier keer in het schooljaar op bezoek bij de bieb. En als we op school een project bij de kop hebben of een thema uitdiepen, dan zoeken de biebmedewerkers er de passende boeken bij.” Ook de bibliotheek hanteert het AVI-systeem, op de rug van de kinderboeken staat het niveau aangegeven. Let erop, geeft juf Debbie ouders mee. “Want een te moeilijk boek frustreert, een te makkelijk boek verveelt.”