Cultuur

LF2018 in Museum Opsterlân

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra Map LF2018

Onderwerp, materiaal en talent: Museum Opsterlân zoekt het dicht bij huis in het jaar van LF2018.  Met Peat Art, Friese paarden en een overzichtstentoonstelling van de Foudgumse School, Frieslands eigen kunstacademie. Nieuwkomers aan de wand, zand in de Hoofdstraat, turf in het museum.

Alles begint in Opsterland met turf, zo ook LF2018 in Museum Opsterlân. Twee jaar geleden kreeg het museum het mienskipsthema in de schoot geworpen toen peat art-kunstenares  Dioni ten Busschen zich meldde met een reeks beelden die het hart van museumcoördinator Jacqueline Verhoef sneller deed kloppen. “Turf als materiaal wordt vaker toegepast in de kunst, maar wat Dioni doet is ongekend. Ze gebruikt de grondstof om klassieke kunst te maken: laag voor laag weet ze middels een zelfontwikkelde techniek prachtige beelden op te bouwen.” De tentoonstelling Droomtijd, het resultaat van de kennismaking, trok een recordaantal bezoekers en smaakte naar meer. “Dioni heeft ons op het spoor gezet.” In de aanloop naar het culturele jubeljaar nodigde het museum meerdere kunstenaars die met turf experimenteerden uit om te exposeren. Zo verrasten onder andere de objecten van gestapelde turfmoppen van Henk de Lange en op weer een andere groepstentoonstelling de kleurrijk gevilte doeken van turfvezels van Ditte Velink.

Down to Earth

Troefkaart Ten Busschen is inmiddels in het museum teruggekeerd met de vervolgtentoonstelling Down to Earth (nog t/m 24 juni). Opnieuw vormt de door haar zelfbedachte mythe van het ‘vergeten droomvolk van Soosaare’ de leidraad. Omdat op vervening in Nederland een verbod geldt, gebruikt Ten Busschen turf uit Estland waar de overheid commerciële winning op beperkte schaal toestaat. Oog in oog met de uitgestrekte veenmoerassen ter plekke – vergelijkbaar met het Zuidoost-Friesland van pakweg duizend jaar geleden – kreeg de kunstenares een fantasie over vroegere bewoners die zich in het barre landschap niet staande wisten te houden. Hun lichamen moesten zich nog ergens geconserveerd in de zure grond bevinden. Ten Busschen nam zich voor om de Soosaare weer tot leven te wekken, met behulp van de aarde die het volk had opgeslokt. Museumcoördinator Verhoef: “De expositie Droomtijd liet vooral de menselijke figuren zien. Met Down to Earth gaat Dioni een stap verder en richt ze haar fantasie op de omringende wereld van de Soosaare.”

Hoe de wereld er toen uitzag en nu nog steeds uitziet, toont Ten Busschen in de grote zaal met een panorama opgebouwd uit acht forse panelen. Zowel de ondergrond als het uit vezels geboetseerde landschap bestaat geheel en al uit turf. Een sprookjesachtige omgeving van donkere schoonheid waarin je de weg moet kennen, lijkt Ten Busschen te willen vertellen. Moeder Aarde geeft en neemt. Verhoef wijst op de objecten die de landschapsafbeelding omringen;  een verzameling archeologische gebruiksvoorwerpen ontsproten aan de fantasie van de kunstenares.  “Dit werk is experimenteler, Dioni schept een eigen cultus met urnen, potten en meubels.” Tot Verhoefs favorieten behoren de twee tafels die beide zijn geconstrueerd rond de helften van een gekliefde zwerfkei: twee altaartjes die een relikwie uit de ijstijd dragen. Alles gefingeerd door turf, de zwaarte van het bestaan vervat in de lichtheid van het materiaal.

Friese Paarden

In de aanloop naar de expositie ‘Het Friese Paard in Beeld’ later dit jaar, boetseert Dioni ten Busschen in juli als ‘artist in residence’ een levensgroot Fries Paard uit turf. Of dat ook daadwerkelijk in het museum in Gorredijk plaatsvindt is nog even vraag. Verhoef: “Dioni is een kunstenares die furore maakt, zelf hoopt ze vanwege de publiciteit op een atelierplek in Leeuwarden. Aan de ene kant begrijpelijk, maar als dat doorgaat natuurlijk jammer voor ons. Hoe dan ook, haar beeld krijgt uiteindelijk een vaste plaats hier in het museum. We denken eraan om het Friese Paard dan op het dek van een skûtsje of op beurtschip Tjerk Hiddes te hijsen en zo naar Gorredijk te vervoeren.” De onthulling van het ‘turfpaard’ is de start van de tentoonstelling Het Friese Paard in Beeld, waar naast Ten Busschen nog veertien landelijk bekende kunstenaars aan meedoen. Daarmee gaat een langgekoesterde wens van Verhoef in vervulling. “Ik loop al vier jaar rond met het idee, het Friese paard spreekt immers tot ieders verbeelding. Toen Culturele Hoofdstad van start ging, was ik er dan ook als de kippen bij om het plan in te dienen. Tot mijn verbazing honoreerde de organisatie de aanvraag; ik had niet gedacht dat we als relatief klein museum met zo’n bij uitstek Fries onderwerp weg zouden komen.” Het museum maakt van de expositie een doorlopende happening met tal van activiteiten die in het teken staan van het Friese paardenras. Zo heeft Verhoef  bij de gemeente een vergunningsaanvraag lopen voor een draverijspektakel met Friezen ten tijde van de tentoonstelling ergens in augustus of september. “Zand in de Hoofdstraat, mooi toch? De Vereniging Friese Dravers heeft haar medewerking al toegezegd.”

Foudgumse School

Tussen de turf en de paarden door valt in de julimaand ook nog de overzichtstentoonstelling van De Foudgumse School te bekijken. De kleinste kunstacademie van Nederland, vermoedt Verhoef. “Maar sinds vijf jaar wel een officiële opleiding. Oprichters Peter van Houten en Dinie Goedhart, zelf kunstenaars, grijpen terug op het gedegen kunstonderwijs van voorheen waarin de techniek centraal staat. De Foudgumse School onderscheidt zich daarmee. Bekende kunstenaars als Dinie Boogaart en Klaas Werumeus Buning hebben zich aan het initiatief verbonden door onder andere masterclasses te geven. Zowel de afgestudeerden, waaronder Klaas Klazema uit Gorredijk, als de docenten exposeren dit jaar met nieuw werk bij ons. Een hele eer.” museumopsterlan.nl