Nieuws

Lia Balm bouwt ieder jaar een winterdorp

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

In 2005 begon het met vijf kleine huisjes in de hoekkast. Langzaamaan groeide de hobby van Lia Balm (66) uit tot een groot winterdorp. Van eind oktober tot eind januari prijkt het sfeervolle dorp op een centrale plek in de huiskamer aan de Mjûmster Wei in Bakkeveen.

Eind oktober begint Lia met opbouwen. Samen met haar man tilt ze het frame van een oud bureau naar binnen en bevestigt de geschilderde achtergrond met bergen. “Dit jaar heb ik een nieuwe achtergrond geschilderd. Ik wilde wat meer groen en heb het ook hoger gemaakt, zodat het dorp wat omhoog kan.” Dan begint het passen en meten. “In mijn hoofd broeit het dan, zo en zo wil ik het ongeveer.”

Piepschuim

Van piepschuim maakt ze verhogingen en deze beplakt ze met steentjes of gras. Het winterdorp is een verzameling van diverse tafereeltjes. Het notabelenhuis bijvoorbeeld met smeedijzeren hek eromheen en een poesje op het bordes. Wie goed kijkt, ontdekt steeds meer. Goed kijken doen ook haar kleinkinderen van 7 en 9 jaar. “Dan vragen ze: hoeveel poesjes zitten er dit jaar in? Die gaan ze dan opzoeken. Ik weet van tevoren hoeveel ik erin leg, dat doe ik expres voor hen. Ze hebben hele fantasieën over het dorp.”

In twee grote kasten is haar enorme verzameling huisjes, molens, mensfiguren en veel meer opgeborgen. “Ik weet precies waar alles staat. In mijn hoofd heb ik al een idee wat ik ga pakken.” Dit jaar bijvoorbeeld niet de ijsbaan waar echt op geschaatst wordt en ook niet het zingende koortje. Maar wel een van haar meest speciale huisjes: Beckingham’s Christmas Candles met brandende kaarsjes achter de ramen. “Ieder jaar pak ik weer wat anders.”

Het kerstdorp is maar liefst 2,75 bij 1 meter groot. “Ik denk dat de oorsprong voor het bouwen van een winterdorp ligt in mijn geboorteplaats Haarlem. In de etalage van een winkel reed elk jaar rond kerst een grote trein. Dat vond ik altijd heel mooi.” In 1991 verhuisde ze met haar man naar Bakkeveen waar ze een varkensbedrijf hadden, een druk bestaan. Pas toen het bedrijf stopte, kwam er tijd voor wat anders. “Tot 2004 zag je ook eigenlijk nergens van die kleine huisjes. Toen kwam het een beetje overwaaien uit Amerika.”

Brainstormen

“Voordat ik met bouwen begin, loop ik te brainstormen. Dit jaar heb ik daar drie dagen over gedaan, omdat ik het dorp aan wilde passen bij de nieuwe achtergrond. Tijdens het bouwen ontstaat dan een hele fantasiewereld.” De meeste huisjes kocht Lia via eBay. “Ik vind vooral de huisjes van het Amerikaanse Department 56 heel mooi, die zijn in Nederland eigenlijk niet te krijgen.” Ze wijst de Amerikaanse windmolen aan: “Dat is een collector’s item.”

Onder de winterdorptafel, verscholen achter een gordijn, ligt een andere wereld. Die van stekkers en trafo’s. Tien stekkerdozen op een plank, omvormers en talloze draden. “De spullen uit Amerika hebben een Amerikaanse stekker. Die steek ik in een omvormer.”