Nieuws

Liander: ‘Vertel ons uw plannen’

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Zonnepanelen zijn hot. Op woningen, op bedrijven, in grote zonneweideprojecten. Het leidt bij Liander tot problemen. De netbeheerder heeft moeite zijn netwerk tijdig op al die projecten aan te passen. Wachttijden lopen al op tot een jaar. Oeds Kuipers, relatiemanager bij Liander, vertelt over de achtergronden, de uitdagingen en de oplossingen.

De verduurzaming van de energievoorziening gaat snel. Steeds meer mensen, bedrijven en instellingen investeren in zonnepanelen. Voordelig zelf de stroom opwekken en alles wat over is gaat hups, het net op. Dat klinkt in theorie eenvoudig, maar de praktijk is een stuk weerbarstiger. Het elektrisch net is gebouwd om de stroom van een centraal punt via een wijdvertakt netwerk naar de eindgebruiker te brengen. Maar nu duiken er overal op het net kleine en grote stroomproducenten op, die ook stroom aan het net leveren. Dat is een heel ander gebruik van het net. Oeds Kuipers is relatiemanager bij Liander, de Sa!-regio valt binnen zijn gebied. “Dat er op veel plekken stroom wordt geproduceerd is geen probleem. Het verschil in vraag en aanbod zorgt wel voor moeilijkheden. Overdag blijft de vraag bijvoorbeeld vaak achter bij het aanbod. Maar bewolking kan binnen een minuut ook voor hele pittige pieken en dalen in de spanning op het net zorgen. Liander moet die fluctuaties in de spanning beheersen. Uitgangspunt is een spanning van 230 volt, daar mogen we zo’n 10 procent boven en onder zitten.”

Hoe los je dat op?
“Op termijn ligt die oplossing vooral in de opslag van energie in batterijen, maar zover is het nog niet. Er geldt een aansluitplicht, dus is Liander verplicht het overschot aan stroom af te nemen. Met technische oplossingen in middenspanningsstations, de transformatorhokjes, kunnen we de spanningspieken voor een deel opvangen. We wachten niet lijdzaam tot de problemen zich aandienen. We investeren nu al in het opvangen van de spanningspieken, ‘piekshaving’ noemen we dat. Dat vergroot de flexibiliteit in het systeem.”

Zijn er meer slimmigheden die het probleem kunnen oplossen?
“Op termijn verwacht ik veel van de ontwikkeling van ‘thuisbatterijen’ voor de opslag van energie. Er komen waarschijnlijk flexibele tarieven voor mensen die zelf de pieken kunnen opvangen. Verder zijn er technische hulpmiddelen om de stroomvraag te spreiden. Denk bijvoorbeeld aan de groei van het aantal elektrische auto’s. Die gaan vooral aan het einde van de middag en het begin van de avond aan de stekker. Een moment waarop de vraag nu al groot is. Er zijn al slimme programma’s die het opladen van accu’s in de buurt verdelen, met de garantie dat iedereen ’s ochtends toch een volle accu heeft.”

Worden jullie vaak overvallen door plannen rond energieproductie?
“Dat gebeurt regelmatig. Wanneer particulieren zonnepanelen installeren, moet dat worden gemeld bij www.energieleveren.nl. Dat gebeurt vaak door de installateur. Liander krijgt deze meldingen vaak pas wanneer alles al is geïnstalleerd. Dat is een hiaat in het systeem.”

Maar een paar panelen op een woning is toch geen probleem?
“Nee, maar de ervaring is dat wanneer iemand in een straat begint, andere buurtbewoners snel volgen. Wanneer een hele straat binnen korte tijd overschakelt, kan er wel een probleem ontstaan. Bij projecten binnen een buurt of dorp, is het daarom belangrijk om vroeg bij Liander aan te kloppen en te informeren naar wat mogelijk is.”

Hoe is het bij grotere projecten?
“Bij projecten met een postcoderoos of projecten met SDE+-subsidies komt Liander gelukkig vaak wel eerder in beeld. Woningcorporaties benaderen we zelf actief om vroegtijdig de impact en mogelijke obstakels bij projecten te bekijken.”

Projecten die kunnen profiteren van een SDE+-subsidie, moeten wel binnen anderhalf jaar gerealiseerd zijn. Is dat altijd haalbaar?
“Het wordt steeds krapper. Liander heeft een maakbaarheidsprobleem. We hebben te veel aanvragen en te weinig personeel, de wachttijden worden eerder langer dan korter. Nu moet men soms al een jaar wachten. Kun je echter aantonen dat er onvoldoende netcapaciteit is, dan is verlenging van de subsidietermijn mogelijk. Maar om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken, helpt het dat we zo vroeg mogelijk weet hebben van plannen. Dan kunnen we ook kosten besparen.”

Wie betaalt de kosten van de aanpassingen?
“De kabel van de transformatorkast naar de energieproducent is voor de producent. De aanleg van de kabel tot aan de transformator is voor kosten van Liander. Die rekening betalen we samen via de transportkosten op de energienota.”

Opsterland heeft grote plannen, met realisatie van honderd hectare zonneweide in de komende drie jaar. Is dat haalbaar?
“Nee, dat is niet haalbaar. Zonneweiden tot 2 MW, kunnen we rechtstreeks aansluiten op het bestaande net. Mits er ruimte is. Dit zijn projecten tot maximaal circa 7.000 panelen. Grotere zonneweiden krijgen een rechtstreekse aansluiting op een onderregel- of schakelstation. Daar zijn er niet zo veel van, de gemeente Opsterland telt er maar één. Er zijn dan dus forse ingrepen in de infrastructuur nodig. Realisatie van grotere projecten, zoals tienduizenden zonnepanelen op de Lippe Gabriëlsplas in Ureterp of de zandwinput bij Nij Beets, vraagt dus veel tijd.”

Zitten die grote projecten de kleinere projecten ook in de weg?
“Dat kan. Er geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Grote plannen kunnen dus de restcapaciteit van een station gebruiken en daarmee inderdaad kleinere projecten blokkeren. Grote projecten gaan rechtstreeks op de grote stekker. De ander projecten komen via de kleine stekker ook op de grote stekker. De capaciteit van de grote stekker is uiteindelijk bepalend.”

‘Nog drie jaar’

Wethouder Rob Jonkman van de gemeente Opsterland: “Liander is al geruime tijd op de hoogte van onze ambitie en we hebben samen nog ruim drie jaar de tijd om onze ambitie te realiseren. De honderd hectare wordt verdeeld over verschillende kleinere velden. Samen moeten we tot slimme oplossingen komen. We vertrouwen op de professionaliteit en vakmanschap van Liander om tijdig de netcapaciteit op orde te hebben.”

Delen