Nieuws

Meccano van kinderspeelgoed naar volwassen modelbouw

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

Ze zijn niet zomaar een vereniging maar een heus gilde. Ambachtslieden dus met een schat aan ervaring en kennis. Zaterdag deelde het Meccano Gilde die schat in dorpscafé De Knyp.

Miljoenen mensen over de hele wereld speelden met het in 1901 door Frank Hornby ontwikkelde constructiespeelgoed. Maar dat was in de vorige eeuw, vandaag de dag zijn het vooral heren op leeftijd die de meest uiteenlopende modellen maken met boutjes, moertjes en gatenplaatjes.

Naar verluidt is de gemiddelde leeftijd 77 jaar. Er is weinig jonge aanwas vertelt Jan Wijngaarden, organisator van deze meest noordelijke tentoonstelling van het gilde. “Lego en kompjûters ha mear de belangstelling fan de jeugd. De jongeren fine Meccano te traach, it moat snel wurkje.” Per jaar organiseert Meccano Gilde Nederland (MGN) tien regionale tentoonstellingen. “We ha sa’n fjouwerhûndert leden. Mar boppe de grins Zwolle bin dat der mar fjirtich.”

Wat is nou toch het leuke aan dit oude modelbouwsysteem? Urenlang sleutelen aan bewegende kranen, tractoren, stoommachines of een bierschenkrobot. “Technische dingen die je mooi vind, maken en laten draaien”, vindt Theo Schraag (60) uit Buitenpost. Hij was vliegtuigtechnicus op luchtmachtbasis Leeuwarden en alweer een paar jaar met functioneel leeftijdsontslag. Zijn trots staat op tafel: een grote glimmende Scheldekraan. “Hier heb ik het laatste half jaar aan gewerkt. Het is een replica van de kraan die vroeger op scheepswerf De Schelde in Vlissingen gebruikt werd. Die is nu gerestaureerd en van de restaurateur heb ik gedetailleerde foto’s gekregen. Dan is het een kwestie van meten en bouwen.” De kraan bouwde hij van gerestaureerde Meccano-onderdelen. “Roest en de oude rode en groene kleur heb ik verwijderd en vervolgens met zilververf gespoten.” Wat denkt hij, zal Meccano onder jongeren weer een opleving beleven? “Ik vrees van niet. Ik denk dat het meer iets voor oude knarren blijft. Je kunt tegenwoordig wel weer nieuwe dozen bouwen maar het nadeel is dat je daar dan maar één dingetje van kunt maken. Losse onderdelen worden niet meer nieuw gemaakt.”

Joop Koopman uit Nieuwe Niedorp slaat vandaag een leuke slag. Voor tien euro tikt hij twee bouwdozen op de kop. Die zijn van net voor de oorlog vertelt de liefhebber. “Ik heb alle dozen al maar dezen gaan mee voor de heb.” De langwerpige dozen, nummer 0 en 01, zijn vrijwel leeg maar dat deert niet. “Het is leuk voor de verzameling voor op tentoonstellingen.” Op de grote stamtafel demonstreert Klaas Visser van Urk een grote baggermachine. “Mijn hele leven bouw ik eigenlijk al met Meccano. Vroeger lagen bij ons in de haven drie baggeraars. Als jongetje bedacht ik al: ik wil ooit nog eens zo’n baggeraar bouwen van Meccano.”

Voor vele bouwers is Andries de Weert uit Klazienaveen de spil waar het om draait. De voormalig schipper handelt in onderdelen. Tientallen bakjes met duizenden radertjes, plaatjes, boutjes en moertjes, wat kost dat nou? “Nim dizze no ris”, wijst hij op een rond plaatje met gaten, “hjir sitte seis gatsjes yn yn plak fan acht. Dizze hat nea yn in boudoaze sitten dus is dy djoerder.” Vier euro voor een klein onderdeel dus. Nog even een prijsje: “Ik ha boukist nûmer 10 yn 1973 kocht foar 680 gûne.” En daar betaal je nu een slordige vijfduizend pond voor op eBay.