Nieuws

Met dank aan boer Siebe

Potlood Renske Woudstra

De geur, het getwinkeleer. Het kleinschalig boerenleven van toen, maar ook de grote ontwikkelingen als het Marshallplan en het plan-Mansholt. Tialda Hoogeveen uit Gorredijk vatte een eeuw boerenleven samen in haar nieuwste boek ‘De geur van hooi’.

Geen sector die zo vaak moest bijsturen, die zoveel grote ontwikkelingen doormaakte in de twintigste eeuw. “Aan de hand van één boerenleven laat ik zien hoe zowel het ambacht als het boerenleven ingrijpend veranderde door intrede van de melkmachine, de tractor en de intensivering van de landbouw.” Grote vondst was Siebe Peenstra (1923-2019) die ze vijf keer bij leven interviewde. “Ik heb hem heel veel kunnen vragen. Over wat hij bijvoorbeeld vond van de ligboxenstallen en de contouren die geschetst werden vanuit ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. Hij was er niet zo in geïnteresseerd, bleef heel erg dicht bij zijn eigen bedrijf.”

Toen haar uitgever vroeg een boek te schrijven over de ontwikkelingen in de landbouw, greep Tialda dit met beide handen aan. “Ik ben opgegroeid met het boerenleven, speelde vaak bij mijn buurmeisje op de boerderij. Met het slingertouw slingeren over de hooibalen, de koeien van het land halen. Ik heb echt iets met de melkveehouderij. Maar ook met de geluiden uit die tijd: de grutto’s, kieviten en kikkers, het geluid van het voorjaar. Je hoort het bijna niet meer. Die teloorgang van het landschap wilde ik ook meenemen in het boek.”

Siebe Peenstra, die ruim zeventig jaar boerde, is de rode draad in het boek. Hij schreef in dagboeken over zijn boerenbedrijf, zijn gezin, het weer, de landbouwgerelateerde verenigingen waar hij excursies mee deed. “Vanuit die beschrijvingen en de interviews ga ik naar de ontwikkelingen in de wereld zoals de grote crisis, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en het ontstaan van de EEG.” Het betekende veel research.

Siebe stopte in 1977 als melkveehouder, hij ging over op schapen. “In die tijd bouwden veel boeren ligboxenstallen. Siebe had geen opvolger en kon die stap niet zetten. Siebe was een leuke, eigenzinnige man. Hij ging vaak ‘van het erf’ voor vakanties en uitstapjes, heel bijzonder in die tijd.”

Dat er spijtoptanten zijn wat betreft de schaalvergroting, was voor Tialda een eyeopener. “Bijvoorbeeld Justus von Liebig, de chemicus die halverwege de negentiende eeuw de kunstmest uitvond. Hij had een hongersnood meegemaakt. Met zijn kunstmest kwam er meer productie op de akkers, de hele wereld wilde het kopen. Maar Von Liebig kwam erachter dat door intensief gebruik van kunstmest het bodemleven verstoord raakte en dat de grond uitgeput zou raken waardoor bijvoorbeeld de regenwormen zouden verdwijnen.”

Spijtoptant was ook Sicco Mansholt, landbouwminister in zes kabinetten en later als commissaris van de Europese Commissie betrokken bij de modernisering van de Europese landbouw: kleine bedrijven moesten plaatsmaken voor grootschalige bedrijven. “Maar aan het eind van zijn leven kreeg hij spijt. De Club van Rome opende hem de ogen voor de keerzijde van groei, namelijk de druk op natuur en milieu.”