Nieuws

Minder kolganzen, meer grauwe en brandganzen

Camera Sietse de Boer Potlood Mary van der Graaf

De lucht zwart van ganzen. Voor de een is het een adembenemend beeld, voor de ander een gruwel. In de winter trekken ganzen massaal naar Nederland; vooral Friesland is populair vanwege weilanden en water. Er komen niet steeds meer, maar wel andere ganzen.

Als jochie uit Akkrum ging Romke Kleefstra vroeger al ganzen kijken bij de Terkaplesterpoelen. Als medewerker van Sovon Vogelonderzoek Nederland volgt hij de ganzen nog steeds. Hij coördineert vogeltellingen en weet precies hoeveel en welke ganzen in Nederland overwinteren. Dat zijn er ruim twee miljoen, veertig procent daarvan zit in Friesland. De provincie draagt daardoor een grote internationale verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van deze trekvogels.

Friesland is bij de ganzen populair vanwege de goede slaapplaatsen met voedselrijke graslanden eromheen. “Slapen doen ze het liefst in ondergelopen weilanden”, weet Kleefstra. “Een laagje water dat bescherming biedt, waar je kan staan en een beetje kan dobberen. Meren zijn minder favoriet, vanwege de diepte, de stroming en golfslag. Ganzen zijn dan de hele tijd bezig op hun plek te blijven. Dat kost veel energie. De combinatie slaap- en eetgelegenheden maakt het Lage Midden het populairste deel van Friesland. De Greidhoeke heeft bijvoorbeeld wel weilanden maar geen slaapplaatsen.”

Aantal stabiel

Hoofdmoot van de wintergasten zijn kolganzen uit Rusland en zwart-witte brandganzen van Nova Zembla en Zweden. De kolgans is een bruine gans, makkelijk te herkennen aan de witte snavelbasis en de dwarse zwarte ‘vegen’ over de buik. Begin oktober arriveren ze en rond deze tijd zeggen ze Friesland weer vaarwel. Kleefstra: “Dit jaar waren er tot december maar weinig kolganzen. Ze schoven pas rond de jaarwisseling vanuit Duitsland door naar Nederland.” Het aantal kolganzen neemt heel gestaag af, ze krijgen te weinig jongen. Dat komt deels door slechte lemmingjaren. Als er in de Russische gebieden weinig lemmingen (kleine knaagdieren) zijn, dan jagen poolvossen en sneeuwuilen op jonge ganzen. “Het verhaal dat de schade toeneemt doordat er steeds meer winterganzen komen klopt ook niet. Het totale aantal winterganzen in Friesland is al tien jaar stabiel. Je ziet wel een verschuiving. Het aantal kolganzen en kleine rietganzen daalt, terwijl de brandgans talrijker wordt. Vooral de Russische brandganzen blijven langer, tot diep in mei. Zij kunnen wel schade aanrichten, de eerste snede gras is bij hen populair.”

Brandganzen.

Siësta

De provincie vergoedt een deel van de schade die de boeren ondervinden. Begin dit jaar besloot Fryslân wel het budget van twaalf miljoen euro met twee miljoen euro te verminderen.

Het areaal foerageergebied, stukken land waar ganzen vrij – en tegen vergoeding – mogen neerstrijken om te eten en te rusten is met tien procent verkleind tot ruim twintigduizend hectare. Daarnaast mogen ganzen meer bejaagd en verjaagd worden. Er mogen dit seizoen tweehonderdduizend ganzen worden afgeschoten. Zowel de Vogelbescherming als de boeren tekenden bezwaar aan tegen dit nieuwe beleid. Volgens Kleefstra ontstaat de minste schade als de foerageergebieden rondom de slaapplaatsen zouden liggen. “Dan schuiven die ganzen ’s morgens het boerenland op om te ontbijten, tussen de middag houden ze siësta en daarna gaan ze weer het land op voor het avondeten. Op deze manier concentreer je de ganzen rond die slaapplaatsen en heb je dáár de schade.”

Ganzen door jacht naar plekken sturen waar ze mogen eten, werkt volgens hem onvoldoende. Meer schieten resulteert in meer chaos en grotere verspreiding zodat er op meer plekken schade ontstaat.

Trouwe dieren

Ganzen worden gemiddeld twaalf jaar, bij een leven zonder risico’s kunnen ze ook gemakkelijk twintig jaar halen. Jacht is de belangrijkste doodsoorzaak, maar ook zeearenden maken slachtoffers.  Vooral in de Baltische Staten, waar ganzen tijdens de trek een tussenstop maken, leven forse aantallen zeearenden die graag een gans pakken. “Ganzen zijn hele trouwe dieren”, vertelt Kleefstra. Ze zijn trouw aan hun partner, de plekken die ze bezoeken en ze gebruiken veel dezelfde slaap- en broedplaatsen. Ik weet precies, in de derde week van oktober zit die ene kolgans weer in de Warren bij de Ulesprong. Dat kan ik zien omdat sommigen geringd zijn.”

Geen abc’tje

De grauwe gans blijkt een apart hoofdstuk. Deze gans was oorspronkelijk in ons land een broedvogel, maar stierf een eeuw terug uit. Vanaf de jaren zeventig maakt de grauwe gans echter een comeback, eerst aarzelend, maar sinds 2000 neemt hun aantal flink toe. Zo broedden er in natuurgebied De Deelen begin jaren tachtig tien paar, in 2000 waren het zo’n tweehonderd en in 2017 maar liefst 2.100 paar. Deze zomerganzen veroorzaken overlast bij de boeren, ze grazen graag in de weilanden. Onderzoek geeft aan dat eieren rapen, schudden of prikken niets helpt. “Mensen denken dat elk gepikt ei een gans minder is, maar zo simpel is het niet. Je vindt nooit alle nesten. In rietland kan je een nest op twee meter afstand missen. De kuikens uit de niet gevonden nesten hebben een veel grotere overlevingskans omdat er minder concurrentie is.”

De reproductie in de hand houden is dus geen abc’tje. Een raster om het broedgebied is wel effectief. De ganzenfamilies kunnen dan niet naar de landbouwpercelen trekken waardoor veel jonge ganzen verhongeren. Maar creperende vogels leveren geen fraaie beelden, dus is dit bij natuurbeheerders geen populaire methode.