Nieuws

Mosterd na het vaarseizoen

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Het vaarseizoen in het Polderhoofdkanaal is komend weekend (15 september) weer voorbij. Sinds 15 mei mocht de pleziervaart het kanaal gebruiken, een heel seizoen lang. Dit tegen de wens van bezwaarmaakster Judy Hoomans uit Nij Beets die tot bijna een maand geleden met gemeente en provincie strijd voerde over deze openstelling.

De relatie tussen de bezwaarmaakster en de gemeente Opsterland kent een lange geschiedenis.  Juridische procedures volgen elkaar al jaren op. Onder andere over de natuurcompensatie als gevolg van de heropening van het kanaal in 2015 en over de lengte van het vaarseizoen in het Polderhoofdkanaal.

Vorig jaar oordeelde de rechter na een proces van Hoomans dat de commissie Monitoring Polderhoofdkanaal, die de gemeente Opsterland adviseert over de openstelling, haar advies tot verruiming van het vaarseizoen niet goed had onderbouwd. Alleen kwam deze uitspraak destijds te laat om het langer open houden van het kanaal terug te draaien.

Maximale

Dit jaar een nieuwe kans. Er was veel positief veranderd in de ogen van natuurdeskundigen. Op basis van hun advies besloot Opsterland 2 april daarom tot de maximale openingstijd van het kanaal: 15 mei t/m 15 september. Op 4 mei maakte de inwoonster van Nij Beets bij de gemeente Opsterland bezwaar tegen dit besluit.

Maar daar ging al een proces aan vooraf. Op 2 maart diende zij al een handhavingsverzoek in bij de provincie Fryslân, omdat openstelling van het kanaal strijdig zou zijn met de eerder verleende ontheffing van natuurregelgeving. Gedeputeerde Staten verklaarde de bezwaarmaker op 4 mei niet-ontvankelijk, ze was geen direct belanghebbende. Daarop stapte bezwaarmaker naar de rechter om in kort geding alsnog handhaving af te dwingen. De rechter besliste op 5 juni dat ze wel belanghebbende was, maar wees het bezwaar af omdat niet was aangetoond dat de langere openingstijden strijdig zijn met de beschermingsregels van de natuur.

Op de dag dat de provincie bezwaarmaker niet-ontvankelijk verklaarde, tekende ze dus bij de gemeente Opsterland bezwaar aan. De bezwarencommissie Opsterland hield vervolgens pas op 11 juli een hoorzitting, waarna op 8 augustus een advies volgde richting college van B en W. De bezwarencommissie achtte het bezwaar weer wel ontvankelijk, maar ongegrond. Belangrijkste reden: het besluit van het college van B en W was genomen op basis van advies van deskundigen en bezwaarmaker heeft niet met tegenonderzoek aangetoond dat het college moest twijfelen aan dit advies.

Niet eens met bezwarencommissie

Het college van B en W kreeg dus van de bezwarencommissie het advies om het besluit in stand te houden. Op 20 augustus besloot het college dat ook te doen. Maar toch wringt er nog iets. Het college vindt nog steeds, net als vorig jaar, dat er helemaal geen bezwaar mogelijk is tegen het besluit tot ruimere openingsstelling. In haar ogen is dat besluit een gevolg van de in 2013 verleende ontheffing van de Flora- en Faunawet. Door ontheffing te verlenen heeft de minister volgens het gemeentebestuur ook besloten dat in het derde jaar na opening, 2017, het vaarseizoen wordt verruimd tot 15 mei.

Bovendien blijft het college van mening dat bezwaarmaker geen belanghebbende is. Dat zijn in haar ogen allen mensen die aan het kanaal wonen of potentiële gebruikers van het kanaal. En bezwaarmaker woont op anderhalve kilometer. De voorzieningenrechter heeft volgens het college in juni dit jaar daarnaast ook geconcludeerd dat er geen verband is tussen de vaarbewegingen in de kanaal en de kwaliteit van het water in het particuliere petgat van bezwaarmaker.

En zo ging er weer een zomer voorbij. Met volop bootjes in het toch geopende Polderhoofdkanaal en juridisch getouwtrek over de regels rond de openstelling.