Sport

Nieuwe ronde nieuwe kansen voor ’t Swarte Wief

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Bij het skûtsjesilen in de SKS bepaalt de zeilhistorie waar de wedstrijden plaats vinden en de bloedlijn wie het helmhout hanteert. In de IFKS gaat het er democratischer en een tikje eigenwijzer aan toe. Zo kon het gebeuren dat een vriendenploeg uit Tijnje bedacht: “Skûtsjesilen? Wêrom eins net?”

Bij het Tijnje van vandaag denk je niet meteen aan water. Toch lag in en om het dorp ooit een web van vaarwegen waarover skûtsjes vanuit alle windstreken turf kwamen ophalen. Maar die historie stond niet meteen op het netvlies van het ploegje dertigers uit het dorp dat in de zomer van 2007 besloot eens bij het skûtsjesilen van De Veenhoop te gaan kijken. Al sinds de basisschooltijd met elkaar bevriend, samen opgegroeid in de jongerenkeet, deelden de mannen vooral een gemeenschappelijke interesse in sleutelen aan motoren. Zo hadden ze het dorp op de kaart gezet met de combineracerij. Het uitje naar de ‘silerij’ bij De Veenhoop was niet meer dan een tussendoortje: beetje lol maken, biertje drinken. En die wedstrijd, ach. Maar vanaf de kant zag het er toch wel spectaculair uit, moesten ze toegeven. Overmoedig of niet, op de terugweg zei er één: “Dat kinne wy ek wol.” Tuurlijk, knikten de anderen.

Waterallergie

Schipper Jaap Hofstee heeft vooraf even een rondje gebeld. “Der is immen fan de Sa! dy’t oer it skûtsje prate wol.” En zo draven op de woensdagavond zomaar negen man op, het eten nog maar net achter de kiezen. “Wy binne fan ‘e middei mei syn allen nei it skûtsjesilen by Terherne west”, verontschuldigt lierenman Hans Hofstee het geleidelijk aan binnendruppelen van zijn maten. Nee, de SKS-wedstrijd kon hen maar matig boeien. “Mei fan dy zandloperrakken wurdt it gau in drege silerij.” Het gesprek vindt plaats achter de loods waar ’s winters aan ’t Swarte Wief wordt geklust, in de oude keet van vroeger die de ploeg met de trekker heelhuids naar het industrieterrein van de Breewei heeft weten te slepen. Van de negen, het merendeel inmiddels huisvader, is alleen wedstrijdchroniqueur Harm de Jong niet langer actief als bemanningslid. “Harm hat spitich genôch in wetterallergy ûntwikkele”, grijnzen de anderen.

Eigenwijs verhaal

Vorig jaar zat het wat tegen met het tuig, maar in 2017 liep ’t Swarte Wief op een haar na het kampioenschap van de Grote A-klasse mis. Ook het jaar daarvoor behaalde het Tynster skûtsje al een tweede plek in de IFKS-competitie. Dat roept vragen op. Want hoe kan het dat een clubje dilettanten dat van toeten noch blazen wist in amper tien jaar tijd vooraan zeilt tussen de top van de wedstrijdskûtsjes? Een kwestie van mentaliteit en doorzettingsvermogen, zegt Harm de Jong beslist. “As dizze ploech wat ôfpraat dan giet eltsenien derfoar. Foarôf wist ik al: dit giet slagjen.” Nou, nou, tempert fokhouder Oene de Vries. “Sa wurdt it wol in eigenwys ferhaal.”

Maar daar komt het toch wel op neer. Na het Veenhoopuitje volgde een ‘ouwehoerfase’: als we het doen, wie dan als schipper? Jaap natuurlijk. Die houdt onder alle omstandigheden de kop erbij. En Jaap wilde zelf ook wel. De verdeling van de overige taken aan boord zou zich vanzelf wel wijzen als ze eenmaal gingen proefvaren. “Wy ha langer oer de namme fan it skip fergadere”, lacht schotenman Sipke Lageveen. Voor het bedrag dat ze met elkaar lapten, kochten ze via Marktplaats een skûtsje waarmee ze in de Kleine A-klasse konden uitkomen. Met nogal wat mannen die werken in de staalbranche verliep het opknappen van het scheepje in een handomdraai. Het leren zeilen kostte aanmerkelijk meer moeite; onder leiding van een ingehuurde instructeur iedere woensdagavond en de zondagen het water op, het hele voorseizoen door. “Sa krigen we yn ‘e gaten wêr’t elk toutsje foar tsjinne.” Al in januari 2008 besloot de club van dertien zich aan te melden bij de IFKS.

Boerenskûtsje

Een stelletje boeren verdwaald op een skûtsje, zo werd in het debuutjaar tegen de Tynsters aangekeken door de tegenstanders. Ook niet zo vreemd, een week voor de wedstrijdreeks sloeg ’t Swarte Wief om. Maar met vallen en opstaan kreeg de ploeg de silerij in de vingers en vond ieder zijn plekje aan boord. En al in het vierde jaar betaalde het gezamenlijke ‘kop derfoar’ zich uit met het kampioenschap in de Kleine A. “Dat wie it momint om út te sjen nei in oar skûtsje dat meidwaan koe mei de grutte jongens.” Via, via kwamen ze erachter dat bij de Galamadammen een afgezonken casco lag van een voormalig woonschip. “Dat ha wy doe foar fjouwertûzen euro opkocht.”

Niet de mooiste

De ploeg heeft er twee jaar over gedaan om het nieuwe Swarte Wief wedstrijdklaar te maken. “Doe begûn ek it doarp waarm te rinnen foar it skûtsje”, vertelt tactisch adviseur Paul de Koster. “Wy wûnen fuortendaliks yn de C-klasse en it jier dêrnei wiene we twadde yn de B-klasse.” En zo zeilt ’t Swarte Wief vanaf 2014 in de Grote A-klasse, om er niet meer uit te gaan. Inmiddels bestaat de ploeg uit vijfentwintig mannen en vrouwen, behalve lierenman Johan Hoen uit Terwispel allemaal Tynsters. En vrijwel het hele dorp is donateur. Schipper Jaap:”’t Swarte Wief is net de moaiste fan de float. Mar as der ien kear gang yn sit, dan dogge wy mei.”