Nieuws

Op appèl bij Jan Hankel

Camera Marije Geertsma Potlood Renske Woudstra

Met het openen van twee geldkistjes op zolder ontsloot Frans Edelijn uit het Overijsselse Borne zijn familiegeschiedenis. Wat volgde was een zoektocht en een zeer bijzondere ontdekking. Op vrijdag 17 juli kreeg het verhaal in Nij Beets een unieke afsluiting.

Getriggerd door 75 jaar bevrijding, besloot Frans Edelijn eindelijk eens te kijken in de kistjes op zolder. Ze waren van zijn ouders. “Ik ben nu 71 jaar, maar nooit eerder heb ik belangstelling gehad voor de inhoud van die kistjes.” Hij kwam onder andere briefkaarten tegen van zijn opa van moeders kant Wijbe Hankel (1891-1942). “Hij was verzetsstrijder en in de oorlog in de kampen Schoorl en Amersfoort gevangengezet. Vandaaruit naar Neuengamme en Dachau. Na een half jaar is hij in Dachau vermoord. Triest om zo’n overzicht van je opa te lezen.”

In het trouwboekje van zijn opa kwam Frans de naam Jan Hankel tegen, zijn overgrootvader. “Dan ga je googlen en lees je over een staking. Zo gaat het balletje rollen. Ik kwam erachter dat in Nij Beets een beeld staat van Jan Hankel.” Jan Hankel was de appelmeester, stakingsleider, van de grote veenstaking in 1890. “Ik heb toen een foto van het beeld op Facebook gepost, het is zo iets bijzonders.” Tot zijn verbazing kwam vervolgens zijn overbuurman in Borne langs en zei: “Ik heb jouw overgrootvader op mijn bureau staan.” Die overbuurman bleek oud-raadsgriffier van Opsterland Kees Feenstra te zijn.

“Ik mocht het miniatuurbeeldje bekijken en ook nog even vasthouden. Het is voor Kees een heel waardevol beeldje. Toch mocht ik het een tijdje in huis hebben. Toen zei ik: ik wil ook zo’n beeldje.” Frans begon met een belletje naar het Catshuis en kwam zo terecht bij de maakster van het beeld van Nij Beets: Karianne Krabbendam. “Zij zei: als ik een miniatuur had gehad, dan kon je dat krijgen. Ze adviseerde me om aan te kloppen bij de gemeente.” Frans belde met gemeente Opsterland en stuurde vervolgens een mail. Dat was eind maart.

Het duurde even voordat er antwoord kwam. “We moesten een poosje overleggen over dit bijzondere verzoek”, verklaart burgemeester Ellen van Selm. De gemeente heeft inderdaad miniatuurversies van het beeld De Appèlmeester. “Die zijn bedoeld voor raadsleden die afscheid nemen. Maar dit is zo bijzonder dat we het wél hebben gedaan.” Vrijdag 17 juli werd het beeldje overhandigd aan Frans Edelijn. Voor die datum werd gekozen omdat het de sterfdag is van Wiebe Johannes (Jan) Hankel, hij stierf op 17 juli 1930 op 75-jarige leeftijd. Bovendien is het 130 jaar geleden dat de grote Turfstakingen plaatsvonden in 1890. Frans: “Ik heb lang in de gemeenteraad van Borne gezeten en kreeg een koninklijke onderscheiding bij mijn afscheid. Maar dit beeldje overtreft alles.”

Dankzij de inspanningen van toenmalig wethouder Johan Frieswijk werd het beeld van de appelmeester in 1988 geplaatst aan de Domela Nieuwenhuisweg als symbool voor de geleverde strijd. Het beeld is gemodelleerd naar de figuur van Jan Hankel maar is geen letterlijk portret van de stakingsmeester.

Wiebe Jan Hankel in Nij Beets

De in 1855 geboren Wiebe Jan Hankel uit Noordwolde speelde in de grote veenstaking van april en mei 1890 een belangrijke rol als appelmeester. De staking duurde bijna een maand, maar leverde de veenarbeiders uiteindelijk niet het gewenste resultaat op. Journalist Kerst Huisman beschrijft in zijn bekende boek ‘Opstand in de Turf’ uitgebreid de gang van zaken. Hankel werd op de tweede dag een van de drie gekozen leden van de arbeiderscommissie, als woordvoerders en onderhandelaars namens de 1.500 tot 2.000 arbeiders die het werk hadden neergelegd. Op regelmatige appels in Nij Beets en Tijnje kwamen de stakers samen om te horen hoe de onderhandelingen met de veenbazen zich ontwikkelden. Hoe langer de veenbazen voet bij stuk hielden, hoe meer de stakers hun eisen opvoerden. Ze gingen met rode vaandels op pad, tot schrik van de bestuurders in Beetsterzwaag die steeds nerveuzer werden. Niet alleen marechaussees doken op, de burgemeester vroeg hogerhand ook dringend om veertig infanteristen en later nog eens tientallen huzaren te sturen. Zij moesten de orde handhaven, ingrijpen wanneer stakers werkwilligen wilden ‘overtuigen’ en waar nodig toezien op het laden van turfschepen. Illustrerend voor de sfeer was een incident in Gorredijk waarbij socialisten de tram, die de soldaten van Heerenveen naar Beetsterzwaag bracht, probeerden te laten ontsporen.

Ondertussen was het voor Hankel en zijn mannen zaak de eenheid onder de stakers te behouden. Dat werd naarmate de staking langer en langer duurde steeds lastiger. Grote socialistische voormannen als Domela Nieuwenhuis waren een paar keer aanwezig en wisten met redevoeringen aanvankelijk de moraal hoog te houden. Niet alleen de stakers hadden moeite de gelederen gesloten te houden, dat gold ook voor de veenbazen. Dat waren er enkele tientallen, die nogal verschilden in omvang van bezit. De kleinere bazen waren sneller geneigd concessies te doen dan de grote jongens. In cafés volgden de veenbazen de ontwikkelingen, vaak samen met de Opsterlandse bestuurders.

Eind april kwamen de eerste scheuren in het stakersfront. In Tijnje wilden grotere groepen arbeiders weer aan het werk. Op het appel van 5 mei zakte bij Hankel de moed in de schoenen. De gemeente verbood nog meer bijeenkomsten op de openbare weg. De stakers waren genoodzaakt weer zelf met hun individuele bazen te onderhandelen. Op 9 mei was de staking definitief voorbij.