Nieuws

‘Op de fiets kom je de pure mens tegen’

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Beter van niet. En anders heel rustig aan, zegt zijn cardioloog. Maar van niet-fietsen wordt Harry van der Raad uit Beetsterzwaag ongelukkig. Sinds het laatste consult heeft hij er alweer 100.000 kilometer op zitten. “Fietsen is leven.”

Zijn mooiste fietservaring van de afgelopen vijftig jaar? Tja, daar vraag je wat. Dan toch de oversteek over het grote zoutmeer van Bolivia. Anderhalve dag fietsen in het niets, met alleen de wazige contour van de vulkaan in de verte als richtpunt. Een haast Bijbelse ervaring. “Alsof je in de hitte door sneeuw ploetert, onvergetelijk. De extreme momenten blijven je bij.” En het minste dat hij op de fiets heeft meegemaakt? Die keer in zijn eentje halverwege de berg, midden in de kale ruigte van de Pyreneeën. Zware rukwinden kondigen naderend onweer aan, ternauwernood weet hij nog net zijn tentje op te zetten. “Ik ben nog nooit zo bang geweest. De hele nacht onvoorstelbare klappen en bakken regen. Ik verwachtte elk ogenblik een blikseminslag, of anders met tent en al van de helling te spoelen.”

Maar hij is er dus nog, 69 jaar en nog lang niet uitgefietst. “Fietsen is vrijheid, avontuur, het gevoel je eigen lot in handen te hebben.” Als de financiën het zouden toelaten vertrok hij morgen nog op wereldreis. De route heeft hij in zijn hoofd al uitgetekend: eerst naar de Middellandse Zee, dan dwars door Afrika naar Kaapstad, oversteken naar Argentinië, omhoog door de Andes en de Rocky Mountains, via Alaska naar Azië … Vanwege gezin en werk kwam het er nooit van. En welbeschouwd fietste hij de wereld al rond, zij het dan in delen. Enkele ontbrekende stukken staan in 2020 op het program: een tocht dwars door Mongolië en, als hij het geld bij elkaar krijgt, datzelfde jaar Parijs-Dakar.

In de Rocky Mountains. Foto: Harry van der Raad

Vaantje

Het is niet de Touroverwinning van Jan Janssen die Harry van der Raad in 1968 aan het fietsen brengt. Het is een overbuurman. “Die begon wielertochtjes naar Den Haag en Alphen aan den Rijn te organiseren. Kreeg je na afloop een vaantje. Nou, dat vond ik wat.” Harry groeit op in Vogelenzang, in de jaren vijftig een tuinderdorp dat in dienst staat van omliggende villadorpen als Aerdenhout en Bloemendaal. “Ook binnen Vogelenzang zelf had je afgebakende sociale scheidslijnen. De middenstand maakte de dienst uit. Mijn vader was landarbeider, dus ons gezin stond onderaan de maatschappelijke ladder.” Harry is de jongste in het katholieke gezin van negen. Een bleu, angstig mannetje, lang niet zo sterk of handig als zijn broers. Thuis voelt als een warm nest, daarbuiten een koude wereld. “Ik had een minderwaardigheidscomplex, naar mijn idee kon ik niks. Gelukkig zorgde mijn moeder er nog voor dat ik naar de ulo mocht.”

De lage zelfdunk verdwijnt op de fiets. Van zijn snelheid moet Harry het niet hebben, maar doortrappen kan hij eindeloos volhouden. Al een half jaar na de eerste kennismaking met de toerfiets doet hij mee aan Amsterdam-Maastricht-Amsterdam. Zeshonderd kilometer in één ruk, meer dan een etmaal lang fietsen. “Ik ontdekte wat mijn lichaam kon en ik kwam in aanraking met het leven buiten het benauwde dorp. De wereld ging letterlijk voor mij open.” Daarna is het elk weekend raak. Als verpleegkundige in de psychiatrie houdt Harry tijdens nachtdiensten wielerdagboeken bij. Hij beschrijft wat hij onderweg meemaakt, de mensen die hij tegenkomt, wat dat met hem persoonlijk doet. “Ik leerde voor mezelf op te komen. Maar leerde ook om te durven iets aan te gaan zonder de afloop te kennen.” Hij zorgt ervoor dat hij een van de vijf Hollanders is die in 1971 mee mogen doen aan Brussel-Beiroet, drie weken non-stop fietsen met etappes van zo’n 250 kilometer. De organisatie is chaotisch, sanitaire voorzieningen zijn volstrekt ontoereikend, het eten is beroerd, maar Harry geniet. Deze monstertocht gaat later de boeken in als de moeder van de meerdaagse fietsevenementen. “Vooraf had ik geen idee of ik er geld of tijd voor had. Maar in mijn enthousiasme kreeg ik iedereen op mijn werk mee.”

In de Andes. Foto: Harry van der Raad

Andes Trail

Ook dat is een ontdekking: hij kan mensen warm krijgen voor ideeën. Het verlegen jongetje van weleer schudt Harry daarmee definitief van zich af. Het zelfvertrouwen dat hij op de fiets opdeed, zet hem aan tot verdere studie. Uiteindelijk schopt hij het tot opleidingsmanager van een grote mbo-zorgopleiding. De grote tochten komen op een laag pitje als hij een gezin krijgt. “Mijn ex-vrouw was sowieso niet zo gecharmeerd van mijn fietsmanie.” Voordat de kinderen kwamen, wist hij haar nog wel over te halen voor de Coast to Coast-tocht van drie maanden dwars door de USA. Maar hun huwelijk houdt uiteindelijk geen stand. Als Harry vervolgens op het werk bemerkt dat zijn houdbaarheid onder druk staat, neemt hij een rigoureus besluit. “Ik was een peoplemanager, die zijn mensen de vrijheid gaf. Maar de tijdgeest verlangde een matrixmanager, iemand die strakke protocollen hanteert. Ik heb toen zelf mijn vervroegde afscheid aangekondigd door te zeggen dat ik graag de Andes Trail wilde fietsen.”

Door zijn hart te volgen, beleeft hij de mooiste ervaring in zijn leven. Zijn oudste broer schiet de fietsreis voor. Harry betaalt hem later terug als hij zijn huis verkoopt om dichter in de buurt van Fryda te wonen, zijn vriendin uit Gorredijk die hij door internetdating heeft leren kennen. Fryda begrijpt zijn passie. “Ik leef sober om te kunnen kiezen voor mijn dromen. Op de fiets kom je de pure mens en de ware wereld tegen.”

Lezing Ronald McDonald Hoeve

Als hij niet fietst zet Harry van der Raad zich in voor de Ronald McDonald Hoeve in Beetsterzwaag. Donderdag 10 januari (20.00 uur) houdt hij er een lezing over zijn fietsbelevenissen. De entree (7,50 euro) gaat naar het wielerteam dat deelneemt aan de sponsorwielertocht van het Ronald McDonald Kinderfonds. harryvanderraad.nl