Column

Paashaas

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

De avond van paasmaandag. Hoor ik het goed? Klinkt daar de net geïnstalleerde deurbel? Voorzichtig open ik de voordeur. Niet uit angst voor wie er staat, maar de sneeuw giert om het huis. Dan ‘twirret’ het altijd bij de deur. Wie schetst mijn verbazing: de Paashaas!

Op snowboots, een dikke sjaal om. De puntjes van zijn oren lijken blauw, hij moet al een hele tijd onderweg zijn. Hij lijkt enigszins de weg kwijt, brabbelt wel het een en ander, maar het meeste is onverstaanbaar. Ik bied een kop koffie aan, dat is toch wel het minste. Wat hij komt doen, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Het is wat een onsamenhangend verhaal. Ik pik links en rechts wat kreten op. Ik begrijp dat de haas bezig is met een weekend van bezinning, Pasen zou toch voor hem het drukste weekend van het jaar moeten zijn. Er klinkt ook iets van ‘stank voor dank, jarenlang je best doen en het is ook nooit goed’. Een beetje gefrustreerd lijkt een understatement.

De kop koffie is niet genoeg. Ik loop naar de kelder voor wat sterkers. Er is vast nog wel een fles beerenburg, al weet ik dat met die zonen van mij nooit zeker. Maar het lukt om de Paashaas een borrel voor te zetten. Hij lijkt wat rustiger te worden, maar na een half uurtje staat mijn onverwachte gast ineens op. Het lijkt of de duvel hem op de hielen zit. Hij zoekt de uitgang. Enigszins verbouwereerd vraag ik op de stoep nog wat hij nu eigenlijk zoekt. Ineens klinkt het ongemeen fel: “Vertrouwen en perspectief.” En dan valt ineens het kwartje. Terwijl de Paashaas al twee huizen verder is, roep ik hem na: “Mark, ben jij dat?”