Column

Poepzak

Potlood Renske Woudstra

Ja hoor, het is weer zover. Vlak voor huis ligt een fikse bult paardenstront op de weg. De damp verraadt de versheid, maar de edele viervoetige producent is al in geen velden of wegen meer te bekennen. Daar ligt het, pontificaal midden op de weg. Wachtend op de fietser die er ongetwijfeld binnen afzienbare tijd doorheen trapt. Of nog mooier, een auto die de stront als een deegroller over het asfalt uitsmeert. En het daarmee voor de volgende fietser nog moeilijker maakt om de uitwerpselen te ontwijken.

Het is een bijzonder fenomeen. Hondenpoep is al tientallen jaren een hot issue. Wee je gebeente als je als hondenbezitter zonder schepje of plastic zakje de trouwe viervoeter uitlaat en de grote boodschap niet opruimt. En neem je niet zelf een zakje mee, dan is de gemeente in de wat grotere dorpen ook nog wel zo vriendelijk om speciale palen te plaatsen met gratis poepzakjes en een afvalbak om de keutels in te deponeren.

Waarom zie ik toch nooit een ruiter die ook maar enigszins omkijkt wanneer zijn paard de staart optilt? Dat moet je toch merken, ook al is een paard in staat al lopend zijn darmen te legen. Het gaat bovendien om kilo’s tegelijk. Er is geen hond die daar tegenop kan.

Bij mij ligt een medaille klaar voor degene die een goed bruikbare poepzak ontwikkelt. Te bevestigen aan de staart van het paard. Een zak die zich ingenieus ontvouwt wanneer de staart omhoog gaat, klaar om een paar kilo versheid te ontvangen. Of misschien is het ook gewoon voor een ruiter een idee om een schep aan zijn zadel te bevestigen. En dan even te stoppen wanneer paardlief een ontlastende verklaring aflegt. Ik weet, het is de categorie klein leed. Maar ik kan mij er zo heerlijk aan ergeren.

Arend Waninge