Cultuur

Publieke kunst is van iedereen en niemand

Camera Marije Geertsma Potlood Arend Waninge

Van wie is kunst in de publieke ruimte? Het voor de hand liggende antwoord is: van iedereen. Maar wat als bijna iedereen er achteloos aan voorbijloopt? Is het kunstwerk dan van die paar inwoners die het wel een warm hart toedragen? Daarover ging dinsdagavond het publieke debat ‘Kunst in Crisis’ met sculptuur ‘de levende Ent’ als voorbeeld.

Wat moet er met het beeld van kunstenaar Jaap van der Meij gebeuren als De Skâns straks wordt gesloopt. Die vraag kregen de Gordyksters vie aan enquete van de aanjager van het dorpsdebat, Stichting DesignArbeid. Opblazen? Ritueel begraven? In stukjes verdelen onder de inwoners? Of restaureren en verplaatsen?

Om meteen maar met de uitslag te beginnen: van de 570 mensen die de moeite namen om de vraag te beantwoorden vindt een ruime meerderheid dat het beeld behouden moet blijven. Wethouder Rob Jonkman weet genoeg om conclusies te trekken en haast zich op weg naar dat andere debat met betrekking tot De Skâns, in de raadszaal van Beetsterzwaag. De gemeente, op papier eigenaar van het beeld, had nog niet nagedacht over de toekomst van de Ent, bekent Jonkman op weg naar de uitgang. “Maar deze uitslag voor behoud vind ik positief, daar kunnen we denk ik wel achterstaan. Wellicht is er een geschikte plek bij de nieuwe Skâns.”

Eigenaarschap

Het maakte DesignArbeid op voorhand niet uit op welke keuze Gorredijk zou uitkomen, benadrukt Ruben Abels van de projectgroep. “Zo stemden vijftig procent van de BHS-scholieren voor opblazen. De happening waarmee dat gepaard zou gaan, kan je in hun belevingswereld ook als een kunstuiting beschouwen.“ Abels wil hiermee de suggestie ontkrachten van enkele debatdeelnemers dat het Kunst in Crisisproject politiek gemotiveerd zou. “Wij wilden met de keuzes slechts het eigenaarschap duidelijk krijgen. Staat er een gemeenschap op rond het kunstwerk? Gaat het hier om sloopkunst of om erfgoed?”

Dat DesignArbeid de Ent uitkoos, berust ook weer niet op toeval. De in 1999 overleden Van der Meij behoorde tot de generatie van naoorlogse kunstenaars die in opdracht van gemeentes en andere overheden kunstwerken maakten voor de publieke ruimte. Dat gebeurde in het kader van de zogenaamde 1-procentregeling: één procent van de bouwkosten voor publieke gebouwen ging verplicht naar kunstuitingen in het openbaar. Die regeling bestaat als niet meer, de 2.500 kunstwerken die de regeling over de jaren opleverde nog wel. De vraag daarbij luidt echter: hoe lang nog? Want de kunstwerken verdwijnen sluipenderwijs uit het straatbeeld. Omdat ze ‘in de weg staan’ of om andere redenen zoals bijvoorbeeld sloop van gebouwen waar ze oorspronkelijk bij hoorden. Abels: “Maar niemand die daar publiek de verantwoording voor neemt. En dat is toch een vreemde gang van zaken. Het gaat tenslotte om gemeenschappelijk bezit, de bevolking heeft er ooit aan meebetaald. Dat willen we met het project over de Ent aan de kaak stellen.” >>

Democratisch

Dat een klein clubje ingewijden beslist over publiek kunst, pikt de gemeenschap volgens Abels niet meer. “Maar wat dan? Stel, je bent nu cultuurwethouder met een zak geld, wat ga je dan doen?” Het zaaltje met circa vijftien kunstdebaters komt er niet echt uit. Als kunst geen rol speelt in de gemeenschap waarom zou je er dan geld aan uitgeven, oppert er een. Nee, kunst in de publieke ruimte is een cadeautje aan onszelf, dat moeten we ons niet laten afnemen, vindt een ander. Misschien moet dan toch de gemeente maar het voortouw nemen, verzucht een derde. Aan het eind heeft Abels nog een nieuwtje. “Twee inwoners willen zich ontfermen over de Ent. Ze zijn van plan het beeld te restaureren en voor het zwembad te plaatsen. Wat vinden jullie daarvan, kunnen ze zomaar hun gang gaan?”