Cultuur

Recensie: Dalila, je t’aime

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Dat Samson de Filistijnse Dalila uiteindelijk niet kan weerstaan, verbaast niemand. Met haar betoverende gezang palmt vertolkster Carina Vinke niet alleen de onoverwinnelijke aanvoerder van de Israëlieten in, maar ook de vijfhonderd toeschouwers tijdens de uitverkochte openingsavond van Samson et Dalila.

Op de valreep stuurde het productieteam van de opera van Saint-Saëns de bezoekers nog een waarschuwing. Met het huidige novemberweer kon het weleens frisjes zijn tijdens de voorstelling in de boekenhal van Steven Sterk, een industriële setting tenslotte. Dat blijkt overbodig. Niet de temperatuur in de loods, maar mezzosopraan Vinke zorgt voor rillingen over de rug als ze op neuslengte van het publiek voluit haar vermeende liefde voor Samson bezingt. Daartegen kan je je niet kleden.

Tijdloos decor

Waarom regisseur Albert Bonnema juist voor de boekenhal in Gorredijk heeft gekozen voor zijn voorstelling van de Bijbelse opera maakt de openingsscene meteen duidelijk. Omhuld in donkere capes liggen de door de Filistijnen geknechte Israëlieten aan de voeten van de toeschouwers te slapen op het plein van de oude stad Gaza. Dan lichten de voorraadstellingen op als de stedelijke bebouwing rondom, de gangpaden ertussen vormen de straten en stegen die op het plein uitkomen.

Uit een van de krochten kondigt een hobo een nieuwe dageraad aan, een harp verklankt de eerste zonnestraal. Het volk ontwaakt, vanonder hun omslagdoeken bewenen de Israëlieten hun tragisch lot. Waarom heeft God zich van hen afgekeerd? We bevinden ons in oudtestamentische tijden. Of toch niet? Het geweeklaag zou tegen dit decor net zo goed in het hedendaagse Midden-Oosten kunnen klinken. Die indruk wordt versterkt als plots een schijnwerper de langharige Samson belicht. In zijn parachutistenpak lijkt hij rechtstreeks als verlosser van boven gezonden. Zijn boodschap is van alle tijden: “Twijfel is godslastering.”

Die eerste tonen maken nog iets duidelijk over de voorkeur van Bonnema voor de boekenhal. Het in omvang bescheiden orkest onder leiding van dirigent Andrew Wise speelt verrassend helder en gearticuleerd. De vijftien musici blijven goed hoorbaar ook als het 47-koppige koor zich welluidend overgeeft aan de misère van het moment. De vernuftige bewerking die Wise en consorten van de oorspronkelijke partituur maakte, draagt daaraan bij. Maar toch bovenal de akoestiek: tegen de stijve boekmassa’s rondom weerklinkt de muziek rijkelijk en vol. De bijeengezochte koorleden weten dat ook, in de gezamenlijke bravoure valt van het onderscheid tussen professionals en amateurs weg. Hier staat één volk, aan de onoverwinnelijke Samson de taak om ze naar de verlossing te leiden.

Benen intrekken

Dat doet tenor Bonnema, krachtig en martiaal, het hoort bij zijn rol. De stem is er, maar die overtuigt de toehoorder niet van meet af aan. De zanger lijkt even tijd nodig te hebben om de vermoeienissen van de regisseur van zich af schudden. De magie van Samson komt pas goed op gang als tegenspeelster Vinke haar entree maakt. Met haar wonderschone zang en présence zaait Dalila twijfel bij Samson en daarmee wint de tenorstem aan gelaagdheid. In al haar vocale verleidelijkheid zet Dalila behalve Samson ook de zaal in vuur en vlam. De voorste rij moet de benen intrekken als de diva indringend haar liefde verklaart. Haar publiek is om, net als Samson. In het wonderschone duet aan het eind van de tweede acte wil iedereen wel met hem meezingen: “Dalila, je t’aime.”

Verleiding in beeld

In de traditie van de Franse opera hoort ballet. In twee entr’actes laten de getalenteerde dansers van Dance Company O58 zien hoe verleiding eruitziet. Als een vloeiende kluwen brengen de negen balletdansers de gemoedstoestand van Samson in beeld. Een choreografie van meebewegen, afstoten, toenadering zoeken, twijfelen, en zeker weten. Het vlees is nu eenmaal sterker dan de geest, Samson bezwijkt onder de aardse beloften van Dalila. Vilein speelt de Filistijnse vamp haar laatste troefkaart: “Jouw hartstocht is ijdel en onoprecht zolang je het geheim van je kracht bewaart.” De door verlokking verblinde Samson zwicht om in Dalila’s hemelbed (of hemels bed) te belanden. Hij vertrouwt haar toe dat zijn onoverwinnelijkheid schuilt in zijn lange haardos.

Sterk minimalisme

Dat Samsons haardos een pruik is, hoort bij theater. Dat het overduidelijk een pruik is, neemt wat van de magie weg. Zo zijn er nog een paar storende details die onnodig de aandacht afleiden (gedoe met een zaklamp en een elektrische waterkoker). Even afgezien van de muzikale hoogstandjes, de balletten en spelersregie op het beperkte speelvlak, zit de kracht  van de voorstelling juist in het minimalisme van het decor en de attributen. Het mooist komt dat in de actes na de pauze tot uitdrukking. Het beeld van de kaalgeknipte Samson die met uitgestoken ogen in bloedbesmeurde vodden aan de tredmolen staat, zal niemand licht vergeten.

Eindeloos ronddraaiend bezingt de gevallen held zijn spijt tegenover zijn God en zijn volk. Op de abstracte tredmolen draaien Dalila en de hogepriester schaterlachend een rondje mee. Dat leedvermaak verdient meer publiek besluiten de twee, in de tempel kunnen alle Filistijnen zich aan dit machteloze hoopje Israëliet verlustigen. Bovenop het tempelbordes wordt Samson tussen twee immense boekpilaren te kijk gesteld. “O God, geef me nog eenmaal mijn oude kracht terug.”

Na afloop nemen  zangers, dansers en musici wiebelend op een zee van boeken de langdurige ovatie in ontvangst. Verzoek van de productieteam: of het publiek bij verlaten van de hal even een paar boeken wil rapen voor de volgende voorstelling.

Samson en Dalila.