Nieuws

Regionale keuring Clun Forest schapen

Camera Marije Geertsma Potlood Keimpe Vlietstra

Augustus is een spannende maand voor de fokkers van het Clun Forest schaap. Met twee regionale keuringen, gevolgd door de landelijke keuring. Afgelopen zaterdag presenteerden zeven noordelijke fokkers hun schapen bij de familie Veenstra in Makkinga.

Vader Jan en zoon Wiebe Veenstra waren beide zelf met twaalf schapen van de partij. Jan Veenstra is ook regionaal bestuurslid. “Meastal dogge der njoggen fokkers mei, mar dit jier binne der mar sân. Yn it noarden binnen sa’n 25 fokkers, mar lang elk komt net op de keurings. Ferline wike wie de keuring fan regio súd, dêr wiene ek sawat safolle.” Op 26 augustus is de landelijke keuring in Kootwijkerbroek. Veenstra verwacht dat het daar wat drukker is.”

In 1979 kocht Jan Wever uit Borger, oud-secretaris van de vereniging, een paar Clun Forestschapen van iemand uit het Limburgse Heythuysen die op zijn beurt de schapen uit Engeland had geïmporteerd. “Dat betekende de start van de fokkerij van dit bijzondere schaap in Nederland. Met zijn zwarte kop, met blonde kuif en spitse oren, zijn hoge zwarte poten en zijn witte wol is het een fier en alert dier.” Ton van der Toorn, de huidige secretaris: “Wij noemen de Clun Forest het Arabisch paard onder de schapen. Zijn spitse oren zijn, net als bij een paard, voortdurend in beweging en hij loopt elegant maar parmantig met zijn kop omhoog.”

Inmiddels heeft de vereniging ruim 100 leden, met in totaal ruim 800 dieren. Wever: “Het is een relatief jonge vereniging, de leden kennen elkaar en de sfeer op dit soort dagen is gezellig en gemoedelijk. Leden helpen elkaar waar nodig. Wij importeren regelmatig schapen uit Engeland, om inteelt te voorkomen.” Dit ras heeft een lange staart, wat nog wel eens hygiënische problemen oplevert. Bij de ooien mag de staart couperen nog, bij de rammen niet. Rammen, die met een te lange staart worden geboren, zijn uitgesloten voor de fokkerij.

De oorsprong van het ras, een kruising van andere rassen, ligt in het bosrijke gebied nabij het plaatsje Clun, ten oosten van Birmingham, vlak bij de grens van Wales. Na 1900 groeide het uit tot een van de grootste rassen in Groot- Brittannië vanwege het grote aanpassingsvermogen aan bodem en klimaat, de vruchtbaarheid en de prima moedereigenschappen. De schapen leveren zowel vlees als wol.

De bestuursleden zijn op de regionale keuring ook juryleden. In iedere rubriek komt het schaap met de beste eigenschappen vooraan te staan. Bij de jonge dieren is het van belang dat zij niet te laat zijn geboren, bij voorkeur in januari, begin februari. Deze schapen zijn nu al aardig volgroeid en scoren daardoor beter. De jongere dieren eindigen meest achteraan.

Wever: “Straks bij de landelijke keuring nemen Engelse fokkers het jureren voor hun rekening. Die leggen hun eigen accenten. Engelsen hebben bijvoorbeeld liever een wat breder schaap, terwijl wij de voorkeur geven aan een slanker dier. Wij vinden het van belang dat de kop ook op de wangen goed behaard is, daar tillen de Engelsen weer niet zo zwaar aan.”