Nieuws

Reinhard Boelens baron van Lynden 125 jaar geleden overleden 

Potlood Arend Waninge

Reinhard Boelens baron van Lynden overleed op 25 februari 1896, deze week 125 jaar geleden. De bewoner van Huize Lyndenstein behoorde tot de rijkste families van het land. Diverse maatschappelijke instellingen ontvingen uit de nalatenschap van de baron aanzienlijke sommen geld. Een verzameling van 44 schilderijen verhuisde naar het Rijksmuseum.

De schilderijen uit het legaat aan het Rijksmuseum konden niet zomaar op transport naar Amsterdam. Koningin Wilhelmina moest eerst toestemming geven om het legaat te aanvaarden, waarna publicatie van de hele lijst schilderijen in de Staatscourant volgde

Reinhard van Lynden en zijn vrouw Maria van Pallandt hadden de mooie verzameling van bijna negentig schilderijen gedurende tientallen jaren opgebouwd. De collectie hing deels in Lyndenstein en deels in hun woning in Den Haag. Het echtpaar kocht niet alleen oude meesters, maar ook werk van in die tijd levende Hollandse en Franse meesters. 

Door de uitdijende verzameling raakte de in 1859 gerealiseerde schilderijensalon op Huize Lyndenstein voller en voller; uiteindelijk hingen overal in het huis schilderijen. Van Lynden had bij leven al beslist dat de collectie in Beetsterzwaag na zijn overlijden naar het Rijksmuseum zou gaan. 

Enkele jaren later volgde een tweede schenking: Maria van Pallandt legateerde ook de verzameling uit Den Haag aan het Rijksmuseum. De totale collectie bevat onder meer schilderijen van de Haagse School (Mesdag, de gebroeders Maris, Mauve) en van de Franse School van Barbizon. Vier schilderijen uit de collectie, waaronder een Monet, hangen in Amsterdam nog steeds op zaal. 

Het schilderij ‘Fleurs’ van Gerardina Jacoba van de Sande Bakhuyzen ging ook mee naar Amsterdam, maar keerde op verzoek van Maria van Pallandt later terug in Beetsterzwaag. 

Rein van Lynden had het werk in 1879 voor 375 gulden gekocht als cadeau voor hun dochter Cornelia, die een jaar later op 20-jarige leeftijd zou overlijden. Daarna hing ‘Fleurs’ in de slaapkamer van vader Rein. De directeur van het Rijksmuseum begreep de emotionele waarde en liet het schilderij terugbrengen.   

Rein van Lynden had in zijn leven grote rijkdom verworven. Hij slaagde erin het door eerdere generaties al aanzienlijke opgebouwde familiebezit verder uit te breiden, onder andere met pachtinkomsten van duizenden hectares landbouwgrond en veel boerderijen. 

De waarde van al zijn bezittingen werd bij de boedelbeschrijving na zijn overlijden bepaald op maar liefst 2,8 miljoen gulden. In 1896 een enorm kapitaal.

Maar al die rijkdom maakte het grote verdriet van het overlijden van hun enige kind Cornelia niet goed. Haar naam leeft tot op de dag van vandaag voort in de Cornelia-Stichting, die aan de basis stond van het huidige Revalidatie Friesland.  

Reins vader en grootvader waren nog grietman en burgemeester van Opsterland geweest, ook in het provinciebestuur speelden zij een rol. De adel verloor in de loop van de 19e eeuw echter meer en meer haar positie in het lokale en provinciale bestuur.

Rein en Maria woonden na hun huwelijk in 1859 dan ook voor het grootste deel van het jaar in Den Haag. In de zomer en de herfst waren ze wel in Beetsterzwaag; sinds het overlijden van Reins moeder in 1864 was Huize Lyndenstein dan hun verblijf. Huize Lyndenstein is in 1821, dit jaar dus 200 jaar geleden, gebouwd door Reins vader Frans Godaert Boelens baron van Lynden.  

Maria van Pallandten later ook haar dochter Cornelia, zette zich in Beetsterzwaag en omgeving volop in voor de armen, niet ongebruikelijk voor de vrouwelijke leden van de adel. Zij zagen het als hun christelijke en adellijke plicht, hierbij geïnspireerd door het Reveil.

De initiatieven van deze Nederlandse variant van een internationale opleving binnen het orthodox-protestantisme in de 19e eeuw, waren gericht op het versterken van zowel hun eigen geloof als dat van de degene die zij hielpen.

De familie Van Pallandt was bijvoorbeeld nauw betrokken bij de weesinrichting Neerbosch bij Nijmegen, wat zou uitgroeien tot een van de grootste weesinrichtingen in het land. Na het overlijden van Cornelia in 1880 zocht moeder Maria extra troost in het geloofsleven. Ze overleed in 1905.  

Haar vrijgezel gebleven broer Jacob baron van Pallandt (1846-1910) was sinds het overlijden van Rein van Lynden de algemeen erfgenaam van de familiebezittingen. Hij kreeg het vruchtgebruik van een groot deel van het bezit.

Rein van Lynden had echter testamentair de maatschappelijke bestemming van aanzienlijke sommen geld vastgelegd, voor het moment dat zijn zwager zou overlijden. Weesinrichting Neerbosch kreeg 530.000 gulden. Het Haagse ziekenhuis Bronovo en het Kinderziekenhuis in Den Haag konden beide rekenen op 100.000 gulden.

Het Diaconessenhuis Leeuwarden ontving 50.000 gulden en de Noord en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij ontving maar liefst 450.000 gulden. In Beetsterzwaag werd de Cornelia-Stichting voor ‘ziekelijke en gebrekkige kinderen’ opgericht. 

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de boeken ‘In naam van Cornelia’ (2015) van Anton van Renssen en ‘Lyndensteyn; de Cornelia-Stichting; de Friese tak van Lynden (1986) van Jan H.C. Baselmans 

Buitententoonstelling
De Stichting Historisch Beetsterzwaag staat in 2021 uitgebreid stil bij de schilderijen uit de Van Lyndencollectie en bij het 200-jarig bestaan van Huize Lyndenstein.

In de overtuin wordt dit voorjaar een buitenexpositie ingericht met afbeeldingen van de schilderijen uit de collectie. De speciaal te bouwen prieeltjes bevatten ook informatie over de achtergrond van de schilderijen en de bijbehorende kunsthistorische stromingen.  

Oproep

De organisatie van de tentoonstelling komt graag in contact met mensen uit Beetsterzwaag of omgeving die nog spullen bezitten die afkomstig zijn uit Lyndenstein. Zij kunnen een berichtje sturen naar info@historischbeetsterzwaag.nl of bellen met Sijanda Jelsma: 0512-383 963.