Cultuur

Resinsje: It gelyk fan Tjalle Tammes

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Jong staat lijnrecht tegenover oud, vernieuwers liggen in de clinch met behoudzuchtigen, bestuurlijke arrogantie clasht met volkse verontwaardiging. In de wervelende finale van De klok moat werom! dreigt revolutie en anarchie in Gorredijk. Zover komt het niet. In het heetst van de onderlinge strijd daalt toch het besef: “Wy sille it mei elkoar dwaan moatte.”

Horen en gehoord worden, daarover gaat De klok moat werom!, die donderdag in première ging. Maar dan moet de een wel bereid zijn om te luisteren en de ander de moeite nemen om zijn mond open te trekken. Beide valt Gorredijk moeilijk, zo blijkt uit het verleden en het nu. Neem het waargebeurde verhaal van Tjalle Tammes de Jong uit 1895. In zijn verwoede strijd om de oudste middeleeuwse Mariaklok voor het kerkje van Kortezwaag te behouden, staat de ‘oprjochte boer’ lijnrecht tegenover de andere leden van de kerkraad. Alleen de dorpskinderen hebben sympathie voor de getergde Tjalle, maar kleintjes hebben geen stem. In zijn eentje tegenover de club zelfingenomen bestuurders en meelopers delft Tjalle het onderspit, hij wordt weggezet als querulant en ‘boer fan neat’. Met de historische woorden ‘Ik wol by myn dea net troch ien klok bebongele wurde ’ spreekt Tjalle een vloek uit die meer dan een eeuw later nog altijd over Gorredijk hangt.

Fernijing

Want wie anno nu wat over het verleden van Gorredijk wil weten, zal moeten googelen, leert Juf Brecht haar leerlingen. De geschiedenis van het dorp is voor een belangrijk deel uit het straatbeeld verdwenen. “Mar wêrom is al it âlde wei?”, vragen de kinderen. “Fernijing”, verzucht juf Brecht. “Bestjoerders ha der yn de jierren sântich sels oer tocht om de feart ticht te smiten. Gelokkich ha de ynwenners en de bern dat doe mei demonstraasjes foarkomme kinnen.”

Die betrokkenheid van toen is ver te zoeken op Plaatselijk Belangvergaderingen over de Skâns, merkt de schuchtere Brecht. De vraagtekens die ze plaatst bij de op hand zijnde afbraak sneeuwen onder bij het verbale geweld van de bazige vrouwelijke voorzitter op rode pumps. “Wie geschiedenis wil zien, gaat maar naar het museum.” Brecht staat alleen, net als Tjalle Tammes ooit. Maar de geest van Tjalle neemt haar op sleeptouw. Destijds kreeg de âldboer van Bregje, de oerbeppe van Brecht, als troostend gebaar een kindertekening van de oude Mariaklok. “Mar ik wie doe te lilk om it te wurdearjen.” Door de tekening ’s nachts bij de slapende Brecht achter te laten, maakt de geest zich aan haar kenbaar. De twee sluiten een verbond, de onzichtbare Tjalle zal Brecht helpen de woorden te vinden in haar strijd tegen de nietsontziende vernieuwingsdrang van de bestuurders.

De klok mat werom.

De klok mat werom.

De klok mat werom.

De klok mat werom. Tjalle Tammes de Jong en Bregje.

 

Groot gebaar

Hoe het verhaal van De klok moat werom! zich verder afwikkelt zullen gelukhebbers met een kaartje de komende vier voorstellingen met eigen ogen zien. Voor snelle beslissers bestaat nog een sprankje hoop voor zondag, de enige voorstelling die nog niet is uitverkocht. Want voor theaterliefhebbers is De Klok moat werom! een must, zo bewees de première donderdagavond. Niet in de laatste plaats vanwege het ingenieuze script, waarin schrijver Janna Eijer heden en verleden naadloos in elkaar laat overlopen. Daarbij schuwt regisseur Coco de Haas het grote gebaar niet. De massaliteit op het toneel maakt indruk. In vrijwel vlekkeloze choreografie wervelen en dansen de 120 deelnemers op gezette tijden langs elkaar heen. Zo zitten we in 1895, zo weer ongemerkt in het nu. Het tempo ligt zo hoog dat toeschouwers ogen en ogen tekort komen.

Solidariteit

Het spektakel wordt afgewisseld met meer verstilde scènes waarin zich het verhaal ontvouwt en de hoofdrolspelers de ruimte krijgen om uit te pakken. Ze moeten wel, met woord en met zang, het theaterstuk eist al hun talent op. Zo zingt Hendrik Mulder (Tjalle) een hartverscheurende Friese versie van ‘Laat mij’. En schittert Gertjan Veenstra (De Fransman) met ‘De klokken van de Notre Dame’. De jonkies hebben dan al de toon gezet met het swingende ‘Oer in pear jier’.’ De wisselwerking laat ook het koor van de ouderen niet onberoerd: het vooraf gevreesde ‘Vivre’ komt er overtuigend uit. Een van de mooiste liedjes zit aan het eind als jong en oud in het Fries en Nederlands tegen elkaar opbieden met hun versie van ‘Solidariteit’.

Uiteindelijk haalt Tjalle Tammes zijn gelijk: de klok komt werom. Dankzij de inspanningen van Brecht en haar leerlingen. En ook De Skâns komt werom, al laat de voorstelling in het midden in wat voor hoedanigheid. “Net alle fernijing is ferkeard”, mijmert Brecht met de kinderen.