Sa! Turftour

Sluizen overbruggen twaalf meter hoogteverschil

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Varen over de Turfroute betekent ook het passeren van heel wat bruggen in allerlei maten. Bovendien tellen de kleine en de lange route bij elkaar opgeteld maar liefst twintig sluizen. Sommige vaartoeristen vinden dat de charme van de route, anderen schrikken ervoor terug.

Friesland staat dan wel bekend als de vlakke provincie, maar er zijn wel degelijk hoogteverschillen. De wandelaar of fietsers merken daar niet zoveel van, maar voor de vaartoerist op de Turfroute ligt dat anders. Het waterpeil in de Opsterlandse Compagnonsvaart bij Gorredijk ligt maar liefst twaalf meter lager dan het peil in Smilde, 31 kilometer verderop. En dat heeft alles te maken met de uitlopers van het Drents Plateau. Sluizen zijn onmisbaar bij het overbruggen van dit hoogteverschil. Tussen Gorredijk en Smilde telt de toeristische vaarweg er maar liefst negen.

De sluizen hebben verschillende leeftijden en dat hangt allemaal samen met de snelheid waarmee de vaart werd gegraven. In 1606 kregen de verveners van de Compagnons van Kortezwaag van Gedeputeerde Staten van Friesland een vergunning om ‘de Herewegh in de Trimbeets te mogen doorgraven en daar in een Brugge met Slagh- en Schutdeuren te leggen.’ Dat was het startsein voor de aanleg van de eerste sluis in Gorredijk, al zou het nog jaren duren voordat de sluis ook daadwerkelijk gerealiseerd werd. De uitbreiding van de vervening ging gepaard met de behoefte om de Opsterlandse Compagnonsvaart verder te graven. En dus extra sluizen aan te leggen. De eerste sluis van Lippenhuizen dateert bijvoorbeeld van 1736, de Hemrikersluis volgde in 1755 en in 1785 was de vaart gevorderd tot de aanleg van de eerste Wijnjeterpersluis.

De techniek van de sluizen, ook wel verlaten genoemd, is al eeuwen oud. In de 18e eeuw waren de sluizen nog helemaal uit hout opgebouwd. Rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw kwamen er veel stenen wanden en hoofden. De sluisdeuren bestaan echter nog altijd uit een combinatie van ijzer en hout.

Drie op 1.500 meter

De afstand tussen de negen sluizen tussen Gorredijk en Smilde varieert. Tussen Stokersverlaat en Bovenstverlaat bij Appelscha ligt maar 1.500 meter afstand. Het langste traject zonder sluizen is 11,5 kilometer tussen de Wijnjeterpersluis en het Nanningaverlaat bij Oosterwolde. Tussen Lippenhuizen en Wijnjewoude liggen op een afstand van 3,7 kilometer maar liefst drie sluizen. Naast de sluizen zijn er natuurlijk nog de bruggen; tussen Gorredijk en Appelscha telt de route ook nog tien draaibruggetjes zonder brugwachter. De vaartoerist moet zelf aanleggen en de brug draaien. Of hopen op lokale jeugd die voor een kleine bijdrage deze klus wel wil klaren.

Bruggen en sluizen trekken al sinds mensenheugenis mensen. De plek waar schepen moeten wachten of schutten is de plek om handel te doen. Het is duidelijk de geschiedenis van Gorredijk, maar ook bij de sluizen in Hemrik en Wijnjewoude ontstonden kleine kernen met woningen. In grote watersportplaatsen is het nog altijd druk bij de sluis. Het is mooi om te zien hoe een sluis in korte tijd leeg of vol stroomt. Bovendien beheerst niet iedere schipper de kunst van het schutten even goed, dus is er altijd kans op mooie scènes. In de wat rustigere Turfroute is dat minder het geval, natuurlijk ook omdat de sluiswachters de schepen begeleiden op hun weg omhoog of omlaag.

Goed uitzicht

De sluiswachter speelt bij de sluizen nog altijd een belangrijke rol. Hij (of zij) bepaalt het in- en uitgaande verkeer van de sluis. De sluiswachters van de provincie Fryslân bedienen tegenwoordig op de Turfroute vaak ook meerdere bruggen en verplaatsen zich vaak met fiets of scooter met de boten mee. In het verleden hadden de sluizen een eigen sluiswachterswoning, die op veel plekken nog steeds aanwezig zijn. De karakteristieke woningen zijn vaak goed herkenbaar omdat ze zo zijn geplaatst dat de sluiswachter een goed uitzicht had over de sluis en de vaart. Zodat hij op tijd wist wanneer er schepen aan kwamen. Dat vertaalt zich vaak in grote ramen, zowel aan de voorzijde als aan de zijkant van de woning.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van ‘De Turfroute, de vader van de Turfschuur’ van Ernst Huisman, verschenen in 1994, in het kader van Monument van de maand.

De negen sluizen

De negen sluizen tussen Gorredijk en Smilde hebben allemaal een verschillend verval en liggen soms al binnen twee kilometer afstand van elkaar.

Hoogteverschil Afstand tot volgende sluis
(cm)                      (km)

Gorredijk                           100                        5,9
Lippenhuizen                    130                        1,8
Hemrik                                89                        1,9
Wijnjeterp                           117                       11,5
Nanningaverlaat                161                        3,8
Fochtelooverlaat               141                         2,1
Stokersverlaat                   198                         1,5
Bovenstverlaat                  126                        2,6
Damsluis                            140

Drie keer op Tjonger

De korte versie van de Turfroute leidt door de Tjonger, waar tussen Oosterwolde en Heerenveen drie sluizen, met de praktische namen Sluis I, II en III, een totaal hoogteverschil van 6,17 meter overbruggen.

Hoogteverschil
(cm)

Sluis I (Oudehorne)          90
Sluis II (Jubbega)             170
Sluis III (Oosterwolde)     357

 

 

Delen