Nieuws

Staatssecretaris Jetta Klijnsma: ‘Op Lyndensteyn leerde ik weer lopen’

Potlood Arend Waninge

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (58) verbleef als 12-jarig meisje bijna een jaar in revalidatiecentrum Lyndensteyn. Vrijdag was ze terug, onder andere voor een bezoek aan het Iepenloftspul Noblesse Oblige. De voorstelling ging vanwege harde wind en regen tot haar spijt niet door.

“Ik heb mijn hele leven al spastische benen en ben daarvoor als kind een paar keer geopereerd. Ik kon moeilijk lopen en viel vaak. Op m’n twaalfde volgde een grote operatie waarbij pezen verlengd werden. Daarna moest ik echt opnieuw leren lopen.” En zo kwam ze in 1969 naar Lyndensteyn, een plek waar de PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met veel dankbaarheid aan terugdenkt. “Ik leerde er weer lopen en zwemmen, maar ik heb er vooral geleerd hoe je met het leven om kunt gaan.” De jonge Jetta werd snel een grote meid. “Ik besefte dat ik een enorme bofkont was. Ik ging hier weer weg, terwijl er ook kinderen waren met een progressieve spierziekte. Je maakte mee dat vriendjes en vriendinnetjes stierven. Dan word je snel volwassen.” Ze werd ook geconfronteerd met meerdere kinderen uit één gezin die door polio werden getroffen, omdat ze niet waren ingeënt. “Dat je een ziekte kunt voorkomen en je doet dat uit geloofsovertuiging niet. Ik heb dat nooit kunnen begrijpen.”

Eens per maand
Kinderrevalidatiecentrum Lyndensteyn had eind jaren zestig nog een beperkte omvang. Zestig à zeventig kinderen, schat Klijnsma. Eenmaal per maand mocht ze een weekend naar haar ouders en zussen in Hoogeveen. Halverwege de maand kwamen haar ouders naar Beetsterzwaag. De kinderen sliepen met z’n vieren op een kamer in een paviljoen achter het hoofdgebouw. En er was een schoolgebouw met vier lokalen. “Mavo was het hoogste niveau, maar ik zat in Hoogeveen op het gymnasium. Ik heb vooral andere kinderen geholpen.” Omdat ze de lagere school in vijf jaar had doorlopen, kon ze wel een jaartje onderwijs missen. Ze bewaart prettige herinneringen aan meester Veldkamp, het hoofd van de school.

Volgens Klijnsma bestond het dagprogramma uit school, veel fysiotherapie en zwemmen. “Onderling hadden we veel plezier. Reden we de bedden met wieltjes ’s nachts naar buiten en wachtten daar tot de zusters kwamen. We kwamen niet veel in het dorp, maar er was ook zoveel te doen op het terrein zelf. Op zaterdag gingen we naar de Blauwe Vogels, een scoutinggroep. En juffrouw Alta verzorgde iedere week paardrijles. Ik reed op Sunbeam. Veel medewerkers hadden compassie met de kinderen. Dat voelde je. De lieve zusters leerden mij ook een beetje Fries spreken.”

Elkaar nodig
In Beetsterzwaag leerde de jonge Jetta vooral ook dat je het nooit alleen kunt doen. “Je hebt elkaar altijd nodig en dat geldt voor arm en rijk. Je valt altijd weer terug op mensen.” Een revalidatiecentrum vindt ze een prachtige plek. “Mensen kunnen er tot zichzelf komen. Stukje bij beetje krijgen ze functies terug en leren ze weer zo zelfstandig mogelijk te functioneren.” Toch was de eerste dag op Lyndensteyn niet minder dan een cultuurschok. “Ik groeide op in Hoogeveen en had de mazzel dat iedereen het doodnormaal vond dat ik meedeed. Ik speelde met vriendjes en vriendinnetjes en ging naar een gewone school. Achteraf was dat in die tijd best bijzonder. Ik dacht dat ik een gewoon kind was. Tot ik hier in Beetsterzwaag ontdekte dat ik tot een groep behoorde met een handicap.”

Iedereen meedoen
In Beetsterzwaag werden de zaadjes gelegd voor haar latere politieke carrière. “Ik was gewend overal aan mee te doen en wilde dat anderen dat ook konden. Ik pik het niet dat mensen met een beperking buiten de haakjes worden geplaatst. Iedereen moet mee kunnen doen en dan bedoel ik echt iedereen. Die emancipatiegedachte heb ik nog steeds. De infrastructuur in dit land speelt daar al op in. Nu de arbeidsmarkt nog.”

Als kind werd Jetta Klijnsma voorgehouden dat ze snel in een rolstoel terecht zou komen. Op Lyndensteyn leerde ze zelfstandig lopen. En dat kan ze tot op de dag van vandaag, als is het sinds de jaren negentig met behulp van een rollator. “Mijn lijf slijt iets sneller dan gewoon, maar ik gebruik het ook intensief. Ieder jaar denk ik op mijn verjaardag: ik loop nog steeds. Mede dankzij de revalidatie die ooit in Beetsterzwaag begon.”