Sport

Superfitte fietsende zeventigplussers

Camera Sietse de Boer Potlood Martin Drost

Zie je deze groep racefietsers rijden, dan denk je niet aan 70-plussers. Ze ogen als snelle mannen in strakke pakken, het tempo zit er nog goed in. Driemaal per week fietsen ze samen rondjes van vijftig tot tachtig kilometer, zonder elektronische ondersteuning. Zelfs bij slecht weer, als veel jongere fietsers hun heil thuis zoeken, fietsen de mannen uit Gorredijk braaf hun geplande trainingsrondje.

De vriendenploeg, zeven mannen en slechts één vrouw, is van overtuigd: hoe ouder je wordt, hoe belangrijker het is om fit te blijven. Bewegen, bewegen en nog eens bewegen is hun motto. Als je in de stoel blijft zitten, dan is het gauw gebeurd. Fietsen vinden ze bovendien een prachtige sport. Je bent buiten, je kunt veel van de omgeving zien en de lichamelijke belasting is lager dan bijvoorbeeld bij hardlopen of schaatsen. Door de inspanning in de buitenlucht bouw je weerstand op en je blijft keurig op je gewicht, terwijl je toch lekker kan blijven eten. Onderweg stoppen ze voor een bakje koffie. Genietend van het appelbak komen de sterke verhalen vanzelf.

Bijna tachtig

Joop (78), voormalig slager, fietst al bijna veertig jaar. Samen met Wytze (ook 78), begon hij bij de Rabofietsploeg, een toerfietsinitiatief van de Friese Rabobanken. Ze fietsten vele georganiseerde tochten. Joop hield in meer dan twintig landen over de gehele wereld fietsvakanties. Robert (bijna 79), is de oudste van het stel. Hij zit al vanaf zijn 25-ste op de fiets en fietste al 25 keer de Fietselfsteden- en Elfmerentocht. Ook de 245 km lange Ardenner klassieker Luik-Bastenaken-Luik volbracht hij vijfmaal. Robert schaatste vier maal de Elfstedentocht, maar heeft maar drie kruisjes. “De beruchte tocht van 63 reed ik ongetraind. Ik was net twintig en werd in Franeker van het ijs gehaald. Terecht, ik was compleet gesloopt.” In ‘86, ‘87 en ‘97 reed hij de tocht wel uit.

Wytze, lang werkzaam geweest bij de Rabobank, begon op zijn veertigste met fietsen. Een week voor de Fietselfstedentocht vroeg Joop hem om mee te gaan. Snel kocht hij een racefiets, maar de dagen voor de tocht regende het pijpenstelen. Het werd dus trainen in de regen. Toch volbracht hij de tocht. Hun vrouwen stonden bij de finish met bloemen te wachten, maar ze zaten al thuis op het terras met een biertje. Even mobiel bellen was er toen nog niet bij. Wytze volbracht de Elfstedentocht 25 keer per fiets en drie keer op de schaats.

Oud-politieman Hielke (77) fietst al vanaf zijn 26ste. In het begin vaak alleen omdat, vanwege onregelmatige diensten. Als hij dan na een lange nachtdienst overdag fietste kreeg hij wel eens naar zijn hoofd geslingerd: heb jij niets te doen? In Frankrijk heeft Hylke alle beroemde cols beklommen. De Fietselfstedentocht volbracht hij 26 keer, in 1996 schaatste hij Elfstedentocht onofficieel, georganiseerd door Bavaria onder het motto: ‘Ús eigen houtsje’.

De jonkies

Lammert (73) is de man met een bijna professioneel sportverleden. Begin jaren zeventig begon hij met marathonschaatsen. Bij een alternatieve Elfstedentocht in Finland eindigde Lammert als vijftiende achter winnaar Jan Roelof Kruithof. Hij zat samen met Jeen van de Berg, Martin Hoekstra en Benny van der Weide in een gesponsorde schaatsploeg. En zoals geldt voor alle schaatsers, zomers moet je trainen op de fiets. Lammert is geen onbekende in de wielerwereld. Zijn zoon Menno is bekend als schrijver van een recent boek over Fabio Jakobsen. Zijn neefje Benjamin is de vriend van wereldkampioene tijdrijden Ellen van Dijk. Lammert is een buitenmens, schaatst nog steeds veel, is gek van de bergen en sport elke dag.

Cees (70) is in Gorredijk bekend van Albert Heijn. Hij fietst nog maar tien jaar en is via Joop bij deze fietsploeg gekomen. Vroeger was Cees een goede voetballer, hij speelde bij Drachten in de hoofdklasse. In het begin moest hij hard werken de ploeg bij te houden, maar inmiddels draait Cees goed mee. Hij fietste al vijf keer de Fietselfstedentocht. Vooral de gezelligheid en de vrijheid van het fietsen spreken hem aan.

Willem (74) werkte altijd in de landbouw. Toen hij zeventig werd, gaf zijn vrouw hem op voor een fietsclinic bij de Toerclub Heerenveen (TCH). Hij was te zwaar en zijn bloeddruk en suiker waren niet in orde. Via TCH kwam hij in contact met de Gordykster fietsploeg, sindsdien rijdt hij elke week mee. Hij is twintig kilo afgevallen en fysiek weer kerngezond. Hij heeft al twee keer de Fietselfstedentocht volbracht en hij geniet volop van de gezelligheid van de groep. Dit jaar organiseerde hij voor de ploeg en hun vrouwen een prachtige tocht met paard en wagen door het mooie Friese land.

En dan is er nog de enige dame in het gezelschap: Fokje, de jongste van het stel. Ze begon op haar 39ste met fietsen. Daarvoor deed ze aan zwemmen en korfbal. De fietsgroep werd in de volksmond al gauw ‘Ploeg Fokje’ genoemd. De samenstelling wisselde regelmatig, maar de groep bleef bestaan. Fokje waakte goed over haar ploeg en hield de mannen onder haar duim. Fokje bepaalt ook de route en weet altijd prachtige weggetjes door de bossen te vinden. Ze volbracht al tien keer de Fietselfstedentocht.

Corona

Vanzelfsprekend heeft corona consequenties voor de fietsgroep. Bij de eerste lockdown werd voornamelijk alleen of met zijn tweeën gefietst, met inachtneming van de coronaregels. Later werd de groep uitgebreid tot de zes man die zich nu de coronagroep noemt. Sinds de corona is het drukker op de fietspaden en zijn grote groepen gevaarlijker. Ook geniet de groep bij zomerdag weer van de terrassen. De koffie met appelgebak, de gezelligheid en mooie verhalen vertellen, dat wil niemand van de groep meer missen.

Delen