Cultuur

SYB’s Triënnale ook toegankelijk voor de leek

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

Triënnale en Almende, een staaltje hogere kunstkunde bij Kunsthuis SYB zou je zeggen. Toch was de driedaagse grootschalige kunstmanifestatie  uitermate toegankelijk, ook voor de kunstleek.

‘Het tonen en presenteren van een veelheid aan artistieke posities en kunstwerken’, staat in de uitgebreide brochure. Dat is het doel van de tweede Triënnale, afgelopen weekend bij SYB. Een prikkelend gegeven vinden Ankie Alkema en Josca Harkes uit Groningen. “We doen verschillende dingen van LF2018 en dit stond in de krant.” Wat het precies was, Ankie had geen idee. Josca proeft aan het Friese woord: “Het past ook heel goed bij Mienskip.” En dat klopt, want Almende betekent niets minder dan collectieve gronden. Stammend uit de middeleeuwen toen veel landerijen gemeenschappelijk bezit waren.

Manus Groenen verzorgt elke dag van de Triënnale een rondleiding langs de zestien locaties waar kunst te verkennen is. “Het is werk van kunstenaars die ooit een periode gewerkt hebben bij Kunsthuis SYB. Het begrip almende is naar deze tijd getrokken, elk werk zegt er op een bepaalde manier iets over. We gaan kijken wat jullie er uit halen.” De tour start bij de videocollage Friesche Lusthof van Eric Giraudet de Boudemange. Wat komt er bij de deelnemers op bij het zien van de beelden? Iets met de natuur denkt iemand. Een ander: “Die Lusthof haal je er pas uit als je de hele film bekeken hebt.”

Turf en hout, de opstelling in de tuin wordt snel herkend. Josje Hattink diepte boomstronken van zevenduizend jaar oud op uit een turfafgraving in De Deelen. Eigenlijk is dit een groot contrast met Almende merkt de enige mannelijke deelnemer (uit Het Westland) op. “Dit is uit het gebied van een rijke veenbaas, niks gemeenschappelijks aan.” De glanzende stronken, ingesmeerd met bootlak om oxidatie tegen te gaan, liggen in een bed van visgraat geschikte turfblokjes. En dat verwijst weer naar de kennelijk typisch Nederlandse invulling van openbare ruimte legt de kunstenares uit.

In de schuur aan de Boslaan klinkt gehuil. “Ik kon er niet lang blijven,” huivert een deelneemster, “ik werd er zelf onrustig van.” Indringend mag de videocollage en bijna-echt-objecten van Toon Fibbe en Laura Wiedijk best genoemd worden. Wat Toon er zelf bij voelde vraagt de meneer uit Het Westland. “Ik vond het interessant om op internet te kijken naar de subcultuur van mensen die zich niet thuisvoelen in het menselijk lichaam. Er zit een verlangen in om niet bij de mensheid te horen.” Toch grappig hoe je beeld verandert als je zo’n gesprekje bij een kunstwerk hebt, vind de vrouw die er onrustig van werd.